Hij had nog nooit zo hard gelachen onder water, zei zeebioloog Julian Finn. Hij doelde hierop.
De octopus klemt de kokosnootdoppen, die bijna net zo groot zijn als hijzelf, tussen acht armen. Met de puntjes van zijn armen – het enige deel dat nog vrij is als hij de schil vast heeft – trippelt hij over de zeebodem.
Hoe onhandig dat er ook uitziet, het is wel bijzonder dat een ongewerveld dier zoiets kan, schrijft de wetenschapsredactie.


