Is gamen straks een officieel erkende sport?
Sinds dit weekend heeft Nederland een echt gameclubhuis
Kleedkamers zijn er niet. Niet nodig ook. Een bar is er wel, om wat te drinken na de wedstrijd. Zo begint next-redacteur Stijn Bronzwaer vandaag zijn coververhaal in de papieren nrc.next. Bronzwaer was afgelopen zaterdag in Enschede bij de opening van de eerste ‘elektronische sportclub’ van Nederland. Ofwel, een sportvereniging (denk voetbalclub), maar dan voor gamers.
Maar, vraagt Bronzwaer zich af, is gamen ook een sport?
Sportwetenschappers, gamewetenschappers en sportkoepel NOC*NSF geven allemaal hetzelfde antwoord: waarom niet? Sport heeft geen vaste definitie, zegt hoogleraar sportontwikkeling Maarten van Bottenburg van de Universiteit Utrecht. „Vergelijk het met kunst. Sport is wat als sport wordt gezien.”
Met de komst van het gameclubhuis, begint gamen in ieder geval steeds meer op een traditionele sport te lijken. Daarbij heeft het in ons land ook al een eigen sportbond – de ‘e-sportbond’.
Het doel van deze bond is om gamen tot officieel erkende sport te maken. “We willen serieus genomen worden”, zegt voorzitter Jasper Schoo. En serieus genomen worden, betekent ook betalende leden én een officiële sportlicentie bij NOC*NSF. Want een licentie betekent subsidies, sponsors en erkenning van de sport. En de mogelijkheid om niet-commerciële EK’s, WK’s en gamewedstrijden met officiële scheidsrechters voor elkaar te krijgen.
Maar de ultieme droom van de e-sportbond is om het gamen tot olympische sport te maken. lees verder›





Het logo van de Olympische zomerspelen van 2012, die plaatsvinden in Londen, is racistisch. Dat




