Houdt echt níemand van die partij?
De PvdA krijgt van links én rechts klappen. Waar komt die haat vandaan?
Het is eenzaam voor PvdA’ers in Den Haag, schrijft onze Haagse redacteur Pieter van Os vandaag in nrc.next. Bij het CDA kunnen ze hun bloed drinken, de VVD-achterban heeft een taboe uitgevaardigd op formatiebesprekingen met de partij en op de flanken van het politieke spectrum fungeert de woede op de sociaal-democraten als aanjager van nagenoeg ieder maatschappelijk engagement. PvdA’ers zijn schuldig aan „de uitverkoop van Nederland” (SP) en aan de problemen met de multiculturele samenleving (PVV).
Hoewel ze zelden tot zulke hoogten stegen, zijn de ergernissen van CDA’ers niet van vandaag. De klachten: PvdA’ers komen altijd terug op gemaakte afspraken, gunnen je niets en hun morele superioriteit is niet te harden.
Dat één partij zoveel ergernis oproept, kan verstrekkende gevolgen hebben. De vorming van een paars kabinet in de jaren negentig werd mogelijk door de grote weerzin, destijds, tegen „de machtsmachine” CDA. Nu lijkt een paarse combinatie onmogelijk omdat niet het CDA maar de PvdA de meest gehate partij is.





