Die vermaledijde rotfoto’s

De sloppen van Chamanculo: bij gebrek aan vrijwillige poseerders dan maar een peuter op de foto. (Foto Femke van Zeijl)
Soms vervloek ik dit weblog. Niet de stukjes die ik ervoor schrijf of de reacties van bezoekers van de site, daar heb ik lol in. Een boek schrijven is een eenzaam proces in constante discussie met jezelf, en het is geweldig een deel van dat proces al te kunnen delen met je toekomstige lezers. Maar die vermaledijde rotfoto’s!
De afgelopen dagen heb ik rondgehangen in de sloppenwijk Chamanculo in wat wij een coffeeshop zouden noemen. Tina, de eigenares van het garagebarretje, bewaart in de zakken van haar trainingsjack een voorraad wiet verpakt in krantenpapieren balletjes die ze discreet in de handen van haar klanten frommelt.
Na een paar uur kletsen en grappen maken wil ze me alles vertellen. Als ik ook maar één keer mijn camera tevoorschijn zou hebben gehaald, zou het zorgvuldig opgebouwde vertrouwen in elkaar zijn gekletterd en zouden alle deuren zijn dichtgeslagen. Dat geldt net zo goed voor de heler een paar huizen verder die gejatte autolampen in ontvangst neemt in ruil voor crack of heroïne.
Maar toch moet er bij ieder blogje op deze site een godvergeten foto komen.
Ik ben als schrijvend journalist ook nog eens hopeloos ouderwets als het om fotografie gaat: ik vind het simpelweg een ander vak en ik pretendeer op geen enkele wijze dat te beheersen. Vorige keer in Luanda was Caro Bonink, de leukste fotografe van Nederland, nog mee en nam zij de plaatjes voor haar rekening. Maar nu moet ik zelf met mijn camera in de weer, en dat is bij iedere entry mijn grootste zorg.
Voor vandaag heb ik mijn laffe toevlucht genomen tot het onderwerp dat zich het makkelijkst laat fotograferen: een spelende peuter op straat, om de hoek van Tina’s coffeeshop. En zelfs dat kan consternatie opleveren. In de arme wijken, ver weg van de stenen stad, kom je niet veel blanken tegen. Dus ineens een witte vrouw met een camera voor je neus is voor sommige kleuters behoorlijk angstaanjagend. Menig kind heb ik zo al gillend onder de rokken van zijn moeder gejaagd. Geef mij maar pen en papier.
