
Visser Hosaifa vraagt zich af of ik niet kan betalen voor zijn middelbare school (Foto Femke van Zeijl)
Hosaifa wil nog één ding van me weten. Het is bekend dat blanken rijk zijn, dus ik kan hem vast helpen. Hij wil zijn school afmaken, waarmee hij is gestopt op zijn dertiende. De visser heeft mij uitgelegd hoe hij weet of er een school tilapia in het water zwemt of een school nijlbaars, nu is het mijn beurt. Kan ik hem niet sponsoren?
De vraag om geld voor een interview hoor ik in Afrika vrijwel dagelijks. Ik heb het in deze blog al eens gehad over de geschenken die je als journalist niet mag aannemen, maar ook geld betalen voor informatie is uit den boze. Je weet dan namelijk nooit of iemand je iets vertelt omdat het waar is, of omdat je ervoor dokt. Ook breng je latere collega’s – niet zelden lokale journalisten – in de problemen die zich niet kunnen veroorloven te lappen voor een interview.
Daarom betaal ik geïnterviewden nooit. Wel geef ik geld uit op de plekken waar ik op reportage ben. Ik eet in de restaurantjes waar ik de eigenares interview – zoals Safina’s eettentje aan de vissershaven. Bij extreme hitte laat ik flesjes prik komen voor mijn gesprekspartners en mij. Voor mensen die me vaker hebben geholpen – veelal vrouwen – heb ik een stapel theedoeken van de Hema bij me met koeien erop. Maar daar blijft het bij.
Er zijn gelukkig ook veel mensen die geheel belangeloos meewerken en zonder wier hulp ik mijn werk niet zou kunnen doen, maar het idee dat er betaald moet worden voor een interview leeft bij menigeen in Afrika. Het meest vasthoudend zijn de Congolezen. Zelfs als mijn Congolese radio-collega Chouchou Namegabe aan het werk is, eisen haar landgenoten boter bij de vis. De onverstoorbare journaliste antwoordt dan steevast: ‘U zou mij geld moeten geven! Ik geef u de kans om op de nationale radio uw verhaal te doen. Voor u honderden anderen!’ Chouchou komt hiermee weg, maar ik kan als journalist van een ver onbekend medium niet zo hoog van de toren blazen. Dus draai ik meestal de volgende plaat af: ‘Ik breng geen geld, maar schrijf over jullie situatie zodat de lezers zich hiervan bewust worden. Ik geef jullie een stem in het westen.’
Ik heb dit al zo vaak dat het hol begint te klinken en het komt dan ook niet altijd over. De opzichter van de aanlegplek in Masese Beach die me rondleidde op de vissershaven keek me niet begrijpend aan toen ik mijn speech had afgestoken. ‘Het zou zijn als vissen met een net met te kleine gaten’, zeg ik na even nadenken. Vissen met een fijnmazig net betekent je collega’s benadelen, want je vist de nog niet volgroeide vissen uit het Victoria-meer waardoor de visstand achteruit gaat. De opzichter knikt begrijpend. Soms moet je je grijsgedraaide verhaal gewoon cultureel vertalen.

Ha Femke,
hier deze week bijna dezelfde situatie: nadat de Chief van mijn onderzoeksdorpje Toamfom (zie website als je weer in NL bent) besloot dat ik Queen van zijn dorpje moet worden en een waterpomp (en liefst ook school en toiletten) moet regelen heb ik hem verteld dat ik geen geld breng, maar zijn verhaal aan het westen vertel zodat misschien iemand anders iets doet, maar zodat in ieder geval andere mensen over de situatie in Toamfom horen. En om het goed te maken, heb ik hem daarna gauw een koeientheedoek toegestopt.
Sanne Terlingen op 21 March 2009 om 23:04