
De Ifa-tempel in hartje Ibadan op zaterdagochtend tijdens de gebedsdienst (Foto: Femke van Zeijl)
‘Ben je christen?’
‘Ga je naar de kerk?’
‘Bid je tot God?’
‘Lees je de Bijbel?’
‘Heb je Jezus al gevonden?’
In Nigeria moet je niet vreemd staan te kijken als een volmaakte vreemde je één van deze vragen stelt – of een combinatie ervan. Nog vóór je beroep en je huwelijkse status informeren ze hier naar je religie. En of de conversatie gaat over de watertank die vandaag nog niet is langsgeweest, of het tomaten-pepermengsel dat de Yoruba over al hun eten gooien, het onderwerp God duikt op totaal onverwachte momenten in de conversatie op.
Nu zijn de meeste Afrikanen diep religieus, maar zo extravert als de christenen hier zijn in hun godsdienstbeleving heb ik nog niet eerder een volk ontmoet. Ik sta om de haverklap in dubio. Als ik de waarheid vertel, volgt een bekeerpoging of een heilloze discussie en kom ik zelden toe aan een ander gespreksonderwerp. En tot twee keer toe probeerde een Nigeriaan me terug de kudde in te lokken door mijn kerkbezoek als voorwaarde te stellen voor zijn medewerking aan een interview. Dus hou ik me meestal op de vlakte en antwoord dat ik katholiek ben opgevoed, in de hoop dat ze niet verder vragen.
Probleem is dat religie voor dit hoofdstuk een essentieel onderdeel is, want hoe kun je praten over traditie als je geloof links laat liggen?
Zaterdagochtend woonde ik daarom in de Ifa-tempel in hartje Ibadan de gebedsdienst bij. In hun traditionele religie aanbidden de Yoruba een oppergod naast een collectie kleinere godheden voor verschillende gelegenheden. De plechtigheid was een stuk minder exotisch dan ik had verwacht, met een priester op de kansel, koorgezang en een geldcollecte.
Mijn bezoek aan de tempel was evengoed schokkend voor de protestantse vrouw die ik de dag erna vergezelde naar de protestante dienst. Ze hoopte dat ‘die heidenen’ me niet hadden doen dwalen. Verder zal ik ergens een vrijdag inruimen voor moskeebezoek, want een kleine meerderheid van de Ibadanners is moslim.
Je zou denken dat in een stad met een zo uitgesproken gelovigheid religieuze spanningen op de loer liggen, maar niets is minder waar. Op de universiteitscampus waar ik woon staan een katholieke, apostolische en een protestantse kerk en een moskee harmonieus bij elkaar, en dat is representatief voor de verhoudingen in Ibadan.
Die tolerantie is geworteld in de bekeringsgeschiedenis. De kerstening in Nigeria begon in het zuiden, de islamisering in het noorden en ergens in Yorubaland ontmoetten ze elkaar. Gevolg is een religieuze mengelmoes: iedere familie hier telt moslims en christenen en religieus gemengde echtparen zijn heel gebruikelijk. Godsdienstrellen waren er nooit in deze stad, en voor zowel moslims als christenen is in Ibadan alle ruimte.
Alleen dat er ook mensen zijn zoals ik, wat Barack Obama ‘non-believers‘ noemde, daar kunnen ze hier met hun hoofd niet bij.
