
De huisbazin bij de groot uitgevallen foodprocessor, onder het afdak staan Mayowa (rechts) en Banka (Foto: Femke van Zeijl)
Mijn absolute favoriet in de Nigeriaanse keuken is akara: gefrituurde bonenkoekjes. En dankzij Mayowa en Banka kan ik ze nu ook zelf maken. Ik had me voorgenomen dat ik voor dit hoofdstuk Yoruba-gerechten wilde leren koken. Niet alleen omdat ik van koken houd, maar ook omdat de kookkunst van een vrouw een belangrijk aspect is van haar huwelijkse status. Nu zijn de meeste Nigeriaanse gerechten behoorlijk arbeidsintensief en vergen ze urenlang vijzelstampen. Ik ben benieuwd hoe moderne Nigeriaanse carrièrevrouwen het bereiden van deze gerechten combineren met hun werk.
Toen de moeder van Mayowa en Banka hoorde van mijn kookwens, bood ze aan dat haar twintigerdochters mij zouden inwijden in de geheimen van de Yoruba-keuken. Het raadsel van de tijdrovende bereiding was snel opgelost. Voor het huis waar hun moeder een driekamerwoning huurt, staat een door een elektromotor aangedreven molen, een groot uitgevallen foodprocessor. Alle voedsel die vroeger gevijzeld moest worden, jassen Nigeriaanse vrouwen nu simpelweg door zo’n blender, waarvan er in elke straat wel eentje te vinden is.
De keukensessie liep uit in een logeerpartij. ‘s Avonds zat het hele vrouwenhuishouden – hun vader overleed jaren geleden – bij elkaar in de kleine huiskamer. Daar mocht ik antwoord geven op prangende vragen zoals ‘als het koud is in Nederland, wassen jullie jezelf dan wel?’, ‘waarmee verzorg jij je haar?’ (dit gecombineerd met veel bewonderd gepluk aan mijn piezelige kapsel) en ‘zijn blanke botten zachter dan die van ons?’ (eveneens gepluk, nu aan mijn blote been).
Bij lokale mensen logeren geeft altijd een inkijkje in het dagelijks leven dat je niet krijgt als je enkel op bezoek bent. Zo had ik zonder mijn nachtje hier nooit geweten dat ze niet alleen een uur bidden voor het slapengaan en bij opstaan, maar zich ook midden in de nacht uit bed hijsen om met de hele familie de Heer te prijzen.
Andere reden dat ik bleef slapen is meer prozaïsch: ‘s nachts verandert heel Ibadan in een grote verzameling ‘gated communities‘. In iedere straat en wijk, hoe arm ook, sluiten om middernacht grote hekken de boel af en kom je er tot de volgende ochtend niet meer in of uit. Al had ik naar huis gewild, het was niet mogelijk geweest.
In de jaren tachtig en negentig waren er zoveel gewapende overvallen in de stad, dat buurtbewoners en masse besloten zichzelf op deze manier te beschermen. Op de overheid of de politie hoeven ze hier niet te rekenen, dus ontstonden dit soort kleine ommuurde gemeenschappen, inclusief eigen nachtwacht. Sinds de jaren negentig gaan de Ibadanners op tijd naar bed. Dat het nachtleven in Ibadan het saaiste is dat ik ooit ben tegengekomen in Afrika, hoef ik niet meer uit te leggen.

‘Niet alleen omdat ik van koken houd, maar ook omdat de kookkunst van een vrouw een belangrijk aspect is van haar huwelijkse status’
‘aldaar’ welteverstaan, hoop ik dat je bedoelt, waar de verhoudingen nog wat achterlopen en voodoo volgens mij ook nog erg leeft ?
Of ben je het daar ook mee eens ?
Probeer je (voor de reportage)op te gaan in de bevolking, mee te doen met de heersende mores ?
super op 17 July 2009 om 13:23