
Familieportret: mijn neef met zijn vrouw en dochters, in traditionele kledij het Nigeriaanse professorenechtpaar. (foto door hun zoon Dunsin)
‘Oyinbo!’ noemen Rob en ik elkaar lachend als we elkaar in de armen vallen op de universiteitscampus. Met zijn gezin is mijn neef net aangekomen voor een weekendje Ibadan, en we begroeten elkaar met het lokale vocabulaire voor ‘blanke’. Het is de kreet die we constant op straat horen, want de Nigerianen roepen het ons zonder enige schroom na. Voor het eerst heb ik in Afrika familiebezoek. Rob, zijn Nigeriaanse vrouw Taiwo en hun twee dochters zijn op vakantie in hun land van herkomst en komen me opzoeken.
Met Rob in de buurt ben ik heel even niet meer de enige blanke in de wijde omgeving. Het is een groot verschil met de vier steden die ik hiervoor bezocht. In Jinja lopen behoorlijk wat Westerse toeristen rond, oorlogsstad Bukavu wemelt van de blanke hulpverleners. Mediterraan Maputo is een favoriete woonplaats voor expats en in olierijk Angola is zoveel geld te verdienen dat menige westerling zich naar Luanda begeeft. Maar Ibadan trekt nauwelijks blanken.
Met mijn familie lig ik een hele dag aan het zwembad. Ook gaan we op bezoek bij het professorenechtpaar dat zich over me heeft ontfermd, gaan we naar de dierentuin en leid ik ze rond door het historische stadscentrum.
Taiwo kan weinig waardering opbrengen voor de meer dan een eeuw oude huizen met hun met ornamenten versierde balkons en golfplaten daken als bruinverroeste hoeden. Ze vindt de vervallen staat van de karakteristieke panden beschamend. ‘Platgooien en opnieuw beginnen’, oordeelt ze. Maar ik zag nog nooit eerder een Afrikaanse stad met zoveel historische gebouwen en hoop dat ze ooit nog eens worden gerenoveerd.
Taiwo is dit weekend onze informant. Van een kilometer afstand zien de Nigerianen dat ze in het Westen is opgegroeid, en als ze ons Nederlands horen praten gaan ze er van uit dat er weinig Nigeriaans meer in zit, dus bespreken ze vrijuit onze zwart-witte salmiakfamilie in het Yoruba. Maar Taiwo beheerst haar moedertaal nog uitstekend.
De leukste conversatie beluisterde ze bij de koopvrouwen van de Bodija-markt, waar we onderhandelden over een stapeltje tomaten terwijl Rob op een afstandje stond te kijken. Na veel gespeculeer veronderstelden ze dat ik de eerste vrouw van mijn neef moest zijn, en dat hij er daarna een zwarte vrouw had bijgenomen. ‘Dat die onyibo dat heeft geaccepteerd, een tweede echtgenote’, verwonderden ze zich. ‘Het Westen gaat dus toch vooruit!’

Bo op 21 July 2009 om 09:03