
Zuster Flora-Marie op de campus van de Universiteit van Ibadan (foto: Femke van Zeijl)
Ik schrok een beetje toen ik de eerste keer aan Flora-Marie werd voorgesteld, een 27-jarige vrouw onder een witte kap, in wit habijt met groot kruis om de nek. Het was mijn tweede dag op de universiteitscampus waar ik verblijf. Een studente leidde me rond over het terrein en stelde me voor aan vrienden waar ik iets aan kon hebben. Een van hen was zuster Flora-Marie, maar haar telefoonnummer in mijn notitieboekje bleef lang ongebruikt. Ik was hier al zoveel godsdienstfanatici tegengekomen en had weinig behoefte aan een gesprek met een non van 27.
Totdat ik ineens bij de kunstfaculteit duimen zit te draaien omdat een studente met wie ik heb afgesproken niet komt opdagen. Ik herinner me Flora-Marie en bel haar. Voor de katholieke kerk op de campus spreken we af. Ze blijkt geenszins te beantwoorden aan mijn vooroordelen.
Zodra we haar kamer binnenkomen trekt ze de sluier van haar hoofd en steekt haar benen in een strakke spijkerbroek. ‘Ik loop het liefst in burgerkleren, dan behandelen ze me tenminste als een gewoon mens.’ Op haar bed ligt een beduimelde Cosmopolitan. Voordat we de deur uitgaan stift ze haar lippen met lipgloss: ‘Ze vragen me wel eens of die make-up wel kan, als bruid van Jezus. Maar Jezus verzorgde zich ook goed. Hij liet zich zelfs door Maria Magdalena met dure parfum besprenkelen. Waarom zou ik mijn uiterlijk dan niet mogen verzorgen?’ Over seks voor het huwelijk zegt ze: ‘God heeft ons geschapen, en ook onze hormonen. Mensen trouwen hier laat, vaak als ze al dertig zijn. Je kunt nauwelijks verwachten dat ze hun hormonen zo lang de baas blijven.’
Flora-Marie is de meest originele jonge geest die ik hier op de universiteit tegen het lijf liep. Evengoed is het mogelijk dat ze uiteindelijk mijn boek niet zal halen. Er staan al tientallen interviews in mijn blok en in mijn laatste week zullen er nog vele gesprekken en reportages bij komen. Nog geen twintigste daarvan belandt uiteindelijk in het hoofdstuk Ibadan van mijn stedenboek, want je kunt de lezer niet lastigvallen met 1001 personages. De selectie van wie en wat wel of niet in het verhaal, is het zwaarste onderdeel van het schrijfproces.
Soms sneuvelen daarbij interviews en scènes waarvan ik vanaf het begin heb gedacht dat ze erin zouden moeten. Personen of quotes waar ik een beetje verliefd op ben geworden, maar die niet in het verhaal blijken te passen. Ze te schrappen, kost moeite. ‘Killing your darlings‘, heet dat in schrijversjargon, je liefjes om zeep helpen.
In de voorgaande hoofdstukken die ik schreef heb ik al menigeen met pijn in het hart moeten laten vallen. Zo werd de Oegandese Safina met haar twee kinderen en haar restaurantje aan de vissershaven in Jinja uiteindelijk maar een voetnoot, een rekwisiet. En de vastberaden eerste vrouwelijke burgemeester van Bukavu komt helemaal niet in het hoofdstuk over deze stad voor. Dat zuster Flora-Marie uiteindelijk het Ibadan-verhaal niet haalt, is heel goed mogelijk. Maar dan heb ik haar tenminste nog deze blog in kunnen fietsen

Ik blijf het lezen en volgen want het is soms zeer mooi, ontroerend, spannend, leuk en goed wat je schrijft. Deze van vandaag heb ik helaas niet kunnen volgen. Dat ze niet in je boek voor gaat komen ok, maar ga je hier nog wel iets schrijven over je gesprek met haar of moeten we daarnaar gaan raden? Zie dit niet als heftige kritiek aub, was gewoon nieuwsgierig naar haar verhaal. Nog veel interview en schrijfplezier. Bedankt voor je blog!
frans op 31 July 2009 om 21:00