
Sisqo van Les D-Tenus achter de mengtafel van zijn ministudio in Bobo Dioulasso (Foto Femke van Zeijl)
Achter een stoffige mengtafel zit Sisqo, rapper van Les D-Tenus. De opnamestudio is een houten hok van twee bij twee, met daarin een soort telefooncel voorzien van microfoon waar de stemmen worden opgenomen. Van het geld dat de eerste cd van zijn band opbracht, kocht de Burkinese Sisqo beetje bij beetje de apparatuur bij elkaar. Het is een van de weinige plekken in Bobo Dioulasso waar muzikanten een eenvoudige demo kunnen opnemen voor weinig geld.
Sisqo vertelt zijn eigen verhaal en dat van de D-Tenus. Hoe hij en zijn vrienden het geluk hadden dat zijn oudere broer een goede baan had en hen af en toe wat geld toeschoof. Op die manier konden de D-Tenus een cd opnemen in een studio in hoofdstad Ouagadougou, voor de meeste bands hier in de stad een veel te dure onderneming.
Om zijn collega-muzikanten eenzelfde kans te geven, zette Sisqo de ministudio op. Zodat iemand als Sanké, de gitarist met de rauwe stem die me bij onze kennismaking een welkom toezong, ook kan hopen op een doorbraak. Als hij de broeierige studio binnen komt lopen, zegt hij: ‘Ik ben al jaren klaar voor mijn eerste album, maar er is geen geld.’
Als journalist zocht ik vroeger verhalen, maar tegenwoordig speur ik naar verhaallijnen. Toen ik begon, dacht ik dat het werk bestond uit interviews, reportages en verslagen. Was het maar zo simpel. Zeker voor een boek voldoet een goed gesprek niet, noch een mooie gebeurtenis waarvan je de mazzel hebt getuige te zijn. Een rode draad moet alles aan elkaar rijgen, een rode draad die aanspreekt én klopt. Vooral dat laatste maakt het werk behoorlijk ingewikkeld.
In Bobo Dioulasso gaat het verhaal over artiesten bijna altijd, direct of indirect, over geld. Of je het maakt is niet enkel een kwestie van talent, dat is overal ter wereld zo. Maar geld is hier zo schaars, dat financiering – of beter gezegd, het gebrek eraan – allesbepalend is voor je artistieke toekomst. Op allerlei manieren zoeken de Bobolese kunstenaars naar een oplossing voor dit probleem – van liedjes componeren die de hulporganisaties graag willen horen tot aan blanke toeristes het hof maken in de hoop op financiële ondersteuning.
Dat is een van de verhaalllijnen die ik hier aanboorde, een verhaal dat onder andere wordt verteld door Sisqo en Sanké, muzikanten samen opgegroeid in de wijk Diarradougou, de één doorgebroken, de ander nog steeds wachtend op een kans.
Beluister het liedje Prenez Garde van Les D-Tenus:

Ne yibeogo Femke!
Kibare? Ik geniet bij het lezen van je blog en moest direct denken aan mijn ontmoeting dit jaar in Ouagadougou met Papis. Een jonge artiest en muzikant en zegt geen geld nodig te hebben om zijn hart en passie te volgen. Papis lijkt het leven te begrijpen en doet waar hij goed in is. Een grote kindervriend, met alle geduld en plezier leert hij de kinderen dansen, muziek spelen en instrumenten maken. Hij is 1 met de kids, de kids 1 met hem. Zijn verdiende geld geeft hij meestal direct weer weg aan vrienden en kids in de buurt die het nodig hebben. Hij leerde mij de Kundi spelen en als ik mijn geduld verloor, zei hij ‘tout est possible’. Als ik wil, kan ik de Kundi leren spelen.
Mocht je meer willen weten of interesse hebben in een ontmoeting, laat het mij weten.
Bilfu,
nasarra Ilona
Ilona Sibbing op 13 November 2009 om 22:03