Ontwaken met gebezem

Mariam, constant op het erf in de weer met een veger (Foto: Femke van Zeijl)
Wakker worden in Afrika is voor mij onlosmakelijk verbonden met het geluid van een vegende bezem. Of het een bundeltje takken is, een haffel stro of een veger zoals ik thuis gebruik, in de ochtenduren is er altijd iemand – meestal een vrouw – die het erf veegt. Zelfs de onverharde zandvloer wordt minutieus onder handen genomen. Dat geveeg hoort bij de ochtenduren. Tenzij je natuurlijk in een Westers hotel logeert, dan hoor je dat geluid niet.
Op reportage verblijf ik het liefst tussen de echte mensen, zo lokaal mogelijk. Dat is deels een budgettaire kwestie, maar vooral een inhoudelijke. Hoe zou ik kunnen schrijven over het dagelijks leven vanuit hotelkamers die overal in de wereld op elkaar lijken?
Hier in Bobo Dioulasso logeer ik op het erf van Yacine, een Bobolese die in een volkswijk in het noorden van de stad woont met haar moeder, zoons en wat aangewaaide familieleden. Het ritme van de Afrikaanse dag krijg ik zo vanzelf mee.
Hoe vroeg ik ook ontwaak, altijd is nicht Mariam al in de weer met een veger. Of met de afwas. Ik sjouw een emmer water voor mijn douche naar het washok en we dekken de tafel voor het ontbijt, waarbij we soms getrakteerd worden op poffertjes van rijstebloem met honing. De gastvrijheid van de Bobo’s zie ik weerspiegeld in gezin van Peul, een van de Burkinese bevolkingsgroepen, dat al maanden kosteloos in een speciaal daarvoor bestemde kamer logeert.
Ook deel ik de zorgen als Yacine’s moeder ijlend van de malaria in bed ligt, zeker als ‘maman’ stopt met eten en er een arts moet komen om haar aan het infuus te leggen. In het Westen denken we bij bedreigende ziekten in Afrika wellicht aan het aids-virus, maar in Bobo is de malariamug veel alomtegenwoordiger. Aan de lopende band draaien Bobolezen op halve kracht of zijn ze even helemaal uit de running omdat ze malaria opliepen. Dat is zo’n vanzelfsprekendheid, dat mensen het je niet zo snel zullen uitleggen. Daarvoor moet je gewoon tussen ze leven.
Met maman gaat het intussen gelukkig beter. Ze schuifelde vanochtend voor het eerst weer over het bordes en grinnikte om mijn stuntelige ‘goedemorgen’ in het Dioula, de lokale taal.

beste femke, je wordt altijd te laat wakker om te helpen vegen.
maar je wil o – zo – graag tussen de lokalo’s verblijven.
weet je misschien intussen een klusje te vinden dat je zelfstandig kunt doen?
ben benieuwd.
putman op 14 November 2009 om 17:50