
De twee Peul-heren van het erf, die de begroeting tot kunstvorm hebben verheven (Foto: Femke van Zeijl)
Een kleine overhoring, iedere ochtend als ik mijn slaapkamerdeur opendoe die uitkomt op het erf. Zo voelt de begroeting in het Dioula. ‘La vieille‘, zoals haar dochter Yacine haar moeder liefdevol noemt, de oude vrouw, kijkt me verwachtingsvol aan als ze me ziet. Daar gaat -ie, de riedel vrij vertaald als goedemorgen, goed geslapen, alles goed met de familie, etcetera:
‘Anisoroma mama!’
‘Ere sera, Femke?’
‘Ere.’
Somorodu?’
‘Okakene.’
‘Okakene?’
‘Ntse.’
Yacines moeder is niet de enige die me deze test afneemt in Bobo. Iemand begroeten is hier geen kwestie van ‘hoi’ of ‘hoe gaat het?’. Een begroeting, daar neem je uitgebreid de tijd voor. Het is de niet te verwaarlozen intro voor elk gesprek, zelfs al vraag je een vreemde alleen maar naar de weg naar de bakker.
Je informeert belangstellend naar desnoods de hele familie en vriendenkring. Ook al zit de persoon ernaast, en kan de vrager met eigen ogen waarnemen hoe het met hem of haar gesteld is. Vervolgens vraag je naar hoe de dag verloopt, het werk of algemener ‘les activités‘, het verblijf, de reis, de stad of wat je maar bedenken kunt. Op straat zie je Bobolezen elkaar in het voorbijgaan begroeten, nog formuleringen prevelend als ze elkaar al lang zijn gepasseerd.
Mijn frustratie dat ik hier nooit alle lokale talen zal kunnen leren, omdat er simpelweg te veel van zijn in Afrika, heb ik al eens beschreven in deze blog. Maar het scheelt al als je in ieder geval de plaatselijke mores omtrent de begroeting onder de knie hebt. En de manier waarop zelfs compleet onbekenden de tijd nemen je gedag te zeggen, vind ik erg aangenaam. Het maakt dat je je thuisvoelt, en dat is wellicht precies de bedoeling van de gastvrije Burkinezen.
Als ik de begroetingsproef met succes heb doorstaan, glimmen ogen welwillend en gaan mensen als ze dat kunnen alsnog over in het Frans. Spreken ze die taal niet, dan wordt in ieder geval mijn inspanning gewaardeerd en proberen we handen-en-voetencommunicatie.
Met name de Peul hebben de begroeting tot kunst verheven. Als mensen van deze bevolkingsgroep elkaar tegenkomen, beginnen ze met informeren naar de schapen, de geiten, de kinderen en de vrouwen (in die volgorde). Omdat Yacine’s vader wijkchef was, zijn er hier op het erf twee kamers vrij voor gasten. Meestal logeren er Peul en ik maak zodoende dagelijks van dichtbij het minutenlange ontmoetingsritueel mee.
Mijn gastvrouw Yacine en ik hebben daar onze eigen variant op bedacht. Wij vragen elkaar hoe het staat met de kippen op het erf, de mieren op de grond en de mango’s aan de boom, tot een ons twee de slappe lach krijgt.

Leuk artikel! Bedankt.
Sander op 26 November 2009 om 08:33