Dansen is een overlevingskunst

In muzikantenwijk Bolomakoté word je al vroeg achter de djembé gezet (Foto: Femke van Zeijl)
Op straat voor Farafina Love speelt een balafon-orkest zijn traditionele West-Afrikaanse xylofoonmuziek. Pal voor de muzikanten danst een rijtje Bobolezen. Hun heupen wiegen beheerst op de maat terwijl hun voeten wolkjes rood zand van de straat doen opstuiven, zo driftig schuifelen ze. Een Westerse toeriste draaft over de dansvloer, haar hoofd rondkegelend, een extatische blik in haar ogen. Ik kan me haar verhalen straks thuis wel voorstellen: hoe blij de Afrikanen zijn en dat ze altijd dansen, ook al zijn ze arm. Niet beseffend dat de mensen om haar heen niet om dezelfde reden staan te swingen als zij.
Wat drijft de Bobolese kunstenaar? Waarom tokkelt de muzikant op zijn traditionele kora, waarom volgt de werkloze danseres om de andere dag lessen in het cultureel centrum en waarom giet de bronssmid het ene na het andere beeld dat daarna staat te verstoffen in zijn openluchtatelier?
