Renske de Greef

Renske de Greef:

Het mooiste onderdeel

Soms hoor ik van mensen dat ze niet meer genieten van het slapen in een hotel, ze hebben het al zo vaak gedaan dat de kamers saai zijn geworden en de slechte matrassen een straf. Ik denk dat als je eenmaal dat stadium bereikt hebt, je emotioneel bankroet bent en het leven wellicht geen zin meer heeft. Slapen in een hotel is namelijk een feest.

Gisteren sliep ik een nacht in een Belgisch hotel. Zodra ik de kamer binnenkwam, gooide ik mijn tassen neer en knipte de tv aan, waar in bevredigende Teletekst-achtige letters stond: welkom, mevrouw De Greef. Dat is altijd een mooi begin. Vervolgens las ik uitgebreid de informatiemap, en wandelde langs de miniflesjes shampoo, douchegel en het verpakte douchemutsje (wat is dat toch met die douchemuts? Zijn er nog mensen van na WOII die dat echt gebruiken? Ik kan een hele hoop toiletartikelen verzinnen waar ik in hotelverpakking meer prijs op zou stellen. Zoals een minihaarkammetje, zodat ik niet als The Thing naar bed moet omdat ik mijn borstel ben vergeten.)

Lees verder

Rob Wijnberg:

Slap rechts

Officieel is Paars Plus geklapt op te grote bezuinigingsverschillen, maar stiekem is het natuurlijk een imagokwestie: de VVD is als de dood voor ‘links’ te worden versleten. Dat is het resultaat van een jarenlange PVV-campagne, waarin ‘links’ gelijkgesteld is aan slap, theedrinkend, imamzoenend landverraad. Rutte is voor die beeldvorming gezwicht – met Maurice de Hond als katalysator en een paar miljard als excuus.

Wat dit zo bevreemdend maakt, is dat ‘links’ de laatste jaren – naar eigen maatstaven – juist enorm is verrechtst, terwijl de PVV – naar eigen maatstaven – bijna zo links als D66 is. Wie Geerts eigen basispremisse onderschrijft dat de islam een totalitaire ideologie is die onze hele levensstijl van binnenuit wil overnemen en van buitenaf wil opblazen, krijgt met zijn partijprogramma niets meer dan een soort Paars, plus Grote Mond.

Lees verder

Renske de Greef:

Koelkastmagneetpoëzie

Ik was laatst voor het eerst bij iemand thuis op bezoek. Het was een werkgerelateerde kennis, een alleenwonende man van rond de vijftig. Na enige tijd bezocht ik de wc. De kleine ruimte was zacht en diffuus verlicht, op de vloer lagen glanzende witte tegeltjes. Toen ik eenmaal zat, viel mijn blik echter op de wc-rol. Onder een chique chromen closethouder kwam een stuk wc-papier tevoorschijn. Het was bedrukt met vrolijke blauwe puppy’s. Ik staarde naar de puppy’s. O jezus. Dit wc-papier deed mij denken aan reclames waar peuters in verontrustende voice-overs commentaar leveren op hun stoelgang. Het deed me denken aan de zin ‘lief zijn voor je billetjes’. Ik wilde helemaal niet weten dat mijn kennis, de eigenaar van dit wc-papier, de keus had gemaakt om teder voor zijn bilpartij te zorgen. Om zichzelf enkel met dik, fluweelzacht en met puppy’s bedrukt papier te verwennen. Ik had niet om deze informatie gevraagd.

Lees verder

Renske de Greef:

Pizzabakkerslaven willen ook eens weg

Zaterdagavond stond ik voor mijn pizzeria. Er hing een briefje op de deur: „Een jaar lang hebben wij iedere dag pizza’s voor u gebakken. Nu zijn ook wij aan vakantie toe. Maandag 2 augustus zijn we weer terug, om u weer van verse pizza’s te voorzien.” Nadat ik het een paar keer had overgelezen, wist ik het zeker: dit was het passief -agressiefste briefje dat ik ooit op een winkeldeur had aangetroffen. Het begon al met ‘een jaar lang iedere dag’. Dit gaf een beeld van een gebroken pizzabakkersfamilie, die al een jaar lang geen zonlicht meer had gezien en continu met nietsziende, zwart omrande ogen in het houtovenvuur staarde. De zin ‘pizza’s voor u gebakken’ was bedoeld om er geen misverstand over te laten bestaan voor wie dit lijden allemaal geweest is: jawel, voor u, de schrokkerige en veeleisende klant, die iedere dag weer met een schijnheilig gezicht pizza’s salami bestelt alsof het niks is. ‘Nu zijn ook wij aan vakantie toe’, maakt het af. Eigenlijk staat er dit: „Ja, u hoort het goed, de armzalige pizzabakkerslaven willen ook eens weg. Mag het? Misschien? Of komt het niet uit omdat u net zelf uit de Seychellen bent terug gekomen en met die jetlag wel een pizzaatje frutti del mare zou blieven? Nou, het spijt ons dan ontzettend. 2 augustus zijn we er weer, om u nederig te dienen.”

Lees verder

Renske de Greef:

De sok-in-sandaaldrager

Vandaag was de eerste dag van de Vierdaagse, het wandel-evenement dat in zijn voorbereiding langzaam begon te klinken als een militaire operatie. Voor mij is wandelen nooit meer geweest dan een vrolijk ommetje door het bos op slippers, maar het betreft hier Serieus Wandelen. Ik hou van mensen die doen aan Serieus Wandelen. Het zijn mensen die aan de ene kant van een bepaalde simpelheid houden: een optimistische tred, een traag veranderend landschap, het geluid van knerpende bladeren onder de schoenen. Aan de andere kant is er juist de obsessie voor de vernuftig technische kant: Serieuze Wandelaars hebben gadgets. James Bond-achtige gadgets, als James Bond een kakikleurige afritsbroek zou dragen. Een superabsorberende handdoek die je kan opvouwen tot de grootte van een postzegel, lichtgewichtaluminiumwaterflessen, gel-voetzooltjes, wandelschoenen die je voeten begrijpen, thermos-T-shirts die zich aanpassen aan je lichaamswarmte.

Lees verder

Rob Wijnberg:

Glossy

Binnenkort op de iPad, maar nu al verkrijgbaar op de betere jihadistenfora: Inspire.

Al-Qaeda meets Linda.

Laat u niet misleiden door de reputatie van de uitgever: Inspire is een volwaardige glossy, met de laatste modetrends (Boerka’s & Bomgordels); de nieuwste hitlijsten (hoogste binnenkomer: ‘Girt Wilders’ op 4) en, voor de doe-het-zelfmoordterroristen onder ons, een heuse klusrubriek (‘Dat zeg ik: Allah!’). Verder ruim aandacht voor zingeving en literatuur (boek van de maand: de Koran, goedgelovige herdruk); een repo over extreme sports (‘Brokkenpiloot voor een dag’) en de laatste celebrity gossip (exclusief: de nieuwste videoclip van Osama B.). Al met al een aanrader dus, met als enige minpunt: je abonnement opzeggen bij de klantenservice blijkt erg lastig.

Lees verder

Renske de Greef:

Je Vakantiepersoonlijkheid

Er kunnen grote verschillen zitten tussen degene die je thuis bent, en je Vakantiepersoonlijkheid. Zodra je de eerste tentstok in de grond duwt of de vochtige lucht rond een vliegveld inademt, verander je. En is het goed mogelijk dat je even later gesprekken hebt van het soort: „Ik dacht dat jij garnalen de kakkerlakken van de zee vond?”

„Ja, zeker, maar nu ben ik op vakantie.”

Een vriend waar ik veel samen mee reis, luncht in Nederland het liefst elke dag buiten de deur met luxe broodjes mozzarella. Eenmaal in het buitenland leeft hij echter plots volgens een strikt budget, wat hem vaak voor intrigerende dilemma’s zet. („Even kijken… als ik nu deze schone kamer met fan neem, dan betekent dat… minimaal twee dagen de grijze gehaktballetjes van dat ene straattentje eten.”) Ikzelf ben precies andersom: in Nederland probeer ik zuinig te leven, maar eenmaal op vakantie badder ik mijn voeten in avocado-lotuswortelmousse.

Lees verder

Renske de Greef:

iPhone op vakantie

We zitten op de bamboe veranda van een klein en leeg restaurant en kijken uit over het strand en de zee, aan de horizon dobberen vissersbootjes. De zon staat laag en maakt de hemel roze, over het witte zand trippelen kleine krabbetjes. Op de tafel vóór ons staan flessen lokaal bier, iemand rookt een sigaret van het schimmige merk White Horse. Ik krab aan een muggenbult. Het is stil.

Tot iemand van onze groep plotseling brult: „Jongens! Hier is wifi!” Onmiddellijk graait de rest verheugd in hun tas, en een moment later is iedereen verdiept in e-mails van het thuisfront, nieuwe reacties op Facebook en de Achterklap-pagina op NU.nl. De rest van de avond praten we over de hatemail aan Octopus Paul.

Lees verder

Rob Wijnberg:

Ongeloof

Eén ding is zeker: komende zaterdag wordt niet de mooiste dag van zijn leven.

„Wesley Benjamin Sneijder, neemt gij Yolanthe Cabau van Kasbergen tot uw wettige echtgenote? Wat is daarop uw antwoord?”

Cabau, zei je?”

Wesley kijkt om zich heen en ziet de Spaanse schoonfamilie waarmee hij de rest van zijn leven Kerst moet vieren. Dan verschijnt zwager Xavier aan het altaar en overhandigt hem een doosje.

Een gouden ring.

Jack van Gelder: „Wes, ik weet dat het moeilijk is, zo vlak na de ceremonie, maar: wat ging er mis?”

Lees verder

Ernst-Jan Pfauth:

Reuzenlibel

Een kunstenaar in je kennissenkring geeft het leven onverwachte wendingen. Laatst dronk ik op een doorsnee zaterdagmiddag koffie op een bankje bij een pastaboer. Naast mij stond een bord met restjes pasta. Net toen ik mijn espresso ophad en heel even m’n ogen voor de zon sloot, ging een van mijn kunstenaarskennissen in het bord pasta zitten. Hij vertelde een verhaal over het verschepen van manshoge stenen uit Zuid-Amerika en knuffelde een dakloze die claimde dat ze bij haar afstudeerceremonie op het conservatorium een spijkerbroek onder haar toga droeg. Toen de bedelende mevrouw van het halflege bord pasta begon te eten, nam de kunstenaarskennis me even apart. „Ik zit midden in een acid test”, zei hij. En daarna, op een zakelijke toon: „Weet je wat trouwens grappig is? Ik zag net een libel voorbijvliegen. Die had een spanwijdte van zestien centimeter.”

Zo’n kunstenaarskennis breekt de dag lekker open. Alles is opeens mogelijk. Helaas is het steeds moeilijker om ze te vinden. Het wordt kunstenaars namelijk niet makkelijk gemaakt. Aan de gulle subsidies ligt het niet. Het probleem zit ’m in de vergunningen.

Neem het Magneet Festival. Een vrijheid-blijheidfeestje dat voortvloeit uit de legendarische Magneetbar op Lowlands; de plek waar Moke optrad terwijl Ronald Plasterk gejonast werd. Initiatiefnemer Jesse Limmen wilde met achttienhonderd mensen bij strandtent Timboektoe in Wijk aan Zee een beleving creëren à la het Amerikaanse woestijnfestival Burning Man. Belangrijkste motto: geen toeschouwers, iedereen doet mee. Van tevoren kon je Limmen mailen met een briljant idee – ‘ik wil yoga in de zee geven’ – en dan zou hij je helpen met het realiseren. Helaas waren er acht agenten tekort om de veiligheid te garanderen en werd het festival tien dagen van tevoren afgelast.

Geef me honderd woorden meer en ik noem nog vijf voorbeelden van vrolijkmakende initiatieven die stranden bij het vergunningenloket. Maar dit moet geen zure column worden. Daar zijn er al genoeg van. Roep ‘fuck het systeem’ en merk hoe er niks gebeurt. Op naar het volgende feestje. Het Magneet Festival heeft 1.713 Facebook-fans, die moeten ergens hun creativiteit botvieren. Niet alleen online, maar in de échte wereld. Niet met CGI, maar met hout en spijkers. Of een drijvend yogamatje.

Laten we mogelijkheden creëren. Voorbeeld: een jeansimperium liet een leeg pand achter in hartje Amsterdam. Twee creatievelingen regelden dat ze daar tot de verkoop een broedplaats mochten beheren. Onder de noemer Lev Kaupas coachen ze nu cultuurondernemers en geven ze in hun expositieruimte een podium aan jonge kunstenaars.
We kunnen wel zeiken, we kunnen wel naar Berlijn verhuizen, maar kunst met een impact van een reuzenlibel komt voort uit beperkingen.