Archief van berichten op 23 augustus 2007

Rita Verdonk is niet meer zo belangrijk, en dat kun je zien aan haar agenda. Van de zomer mocht ze even meevaren op de Gay Pride, en gisteren stond ze in Rotterdam bij de VVD-stand, op de informatiemarkt voor nieuwe studenten. Tja, de dagen dat Rita overal tegelijk leek te zijn in haar zwart-witgeblokte mantelpak zijn voorbij.

Ik vind dat ze dat nogal flauw opneemt, als een schoolmeisje dat na de zomervakantie ineens minder populair is. Dat ze dan gaat roepen dat Ella Vogelaar haar plannen ‘overgeschreven’ heeft. Maar goed, het is ook vervelend als je na al die glorie, al die stemmen en na het halen van de cover van Beau Monde ineens niet meer zo hot en happening bent. Dat begrijp ik wel.

lees verder

Zoals de reiziger die nog een laatste blik uit het vliegtuigraampje werpt bij vertrek, zo zie ik hoe Nederland hier aan mijn voeten ligt. En aan die van honderden lotgenoten, op de smalle paadjes, stapvoets schuifelend langs het Binnenhofje, het Mauritshuisje, het Rijksmuseumpje, en over het Erasmusbruggetje. Ondertussen rijden treintjes rond en varen de Spidootjes door het haventje van Rotterdampje.

Madurodam is zowel het eindpunt als de samenvatting van mijn reis. Niet alleen zijn vrijwel alle plaatsen die ik bezocht hier in miniatuur aanwezig, ook de figuranten van mijn reis zijn hier in overvloed te vinden: de toeristen, uitgeladen uit bussen op de parkeerplaats, met rugzakken, fotocamera’s en vooral veel kinderen, maar ook zij zijn hier reuzen.

Dit is Nederland in het klein, of liever gezegd: toeristisch Nederland in het klein. Dit is Nederland zoals Nederland graag wil dat het beleefd en herinnerd wordt door onze gasten. Toeristisch Nederland is een plezierige wereld waar molens eeuwig draaien in aangeharkte polders, waar de bollenvelden in bloei staan en trots de stormvloedkering zwenkt. Ik kan de gezichtsuitdrukkingen van de miniatuurmensjes van amper vijf centimeter niet zien maar weet zeker dat ze glimlachen en fluiten.

Ik zie wat ik zag op mijn zesweekse polder- steden- en museumtocht: vriendelijke huisjes, gedurfde architectuur, romige kazen, porselein, klompen en Hollandse meesters. De auto’s van Madurodam staan niet in de file, perrons zijn niet overvol, probleemwijken bestaan niet en geen van de overwegend blanke poppetjes krijgt klappen of messteken. Niemand rookt een joint of steekt een heroïnespuit in zijn arm. In het voetbalstadion dat onlangs door Johan Cruijff is geopend, juicht iedereen blij mee met het Wilhelmus. Hier is het eeuwig Prinsjesdag op het Binnenhof, de bloemencorso paradeert en alle vogels fluiten.

Het zou misschien ook iets te veel gevraagd zijn om ook de duistere kanten van Nederland te willen zien op een toeristische trip. Wie een gast thuis ontvangt, begint ook niet gelijk over zijn gokschulden, ziekten en andere kopzorgen te zeuren. Maar toch, kleine scheurtjes in de façade zouden welkom zijn. Ook volmaaktheid gaat wel eens vervelen, en het zijn ook de wonden die iemands sympathie wekken.

Ik zie wat ik zag: Japanners, Amerikanen, Engelsen, Nederlanders, Duitsers, die zich gewillig laten gidsen langs onze pronkstukken, en die we onderweg zoveel mogelijk gelegenheden bieden om van hun vakantiegeld verlost te raken. Direct bij binnenkomst nemen meisjes een foto, die je bij vertrek kunt kopen. ‘Get your souvenir here’ staat er op een bord naast een klompenmakerij. Een Japans meisje gooit twee euro in de geldautomaat, waarop een autootje met laadbak in beweging komt en een sleutelhanger met klompjes eraan aflevert.

De twee terrassen zitten bomvol. Bij de self-service staat een te lange rij, dus ik zoek mijn heil bij de frisdrankautomaat, die niet blijkt te werken, maar toch mijn twee euro veertig inslikt. Voor dat geld had ik een prachtig souvenir kunnen kopen, maar goed, het is natuurlijk erg Hollands om daarover te gaan klagen.

Ik zie wat ik zag. Veel bootjes in het water, windmolens, kerktorens, huisjes waar het rood-wit-blauw wappert en fietsen zonder kettingsloten. Madurodam verhoudt zich tot Nederland als Linda de Mol tot de Nederlandse vrouw. Een ideaalbeeld, en dan ook nog eens van slechts één groep burgers. Natuurlijk: er is een overeenkomst met de werkelijkheid, een vrij grote zelfs, maar uitkijkend vanaf het terras komt er toch ineens een malle gedachte in me op. Zou het kunnen dat éérst Madurodam is gebouwd, zoals een architect eerst schaalmodellen maakt, en daarna pas Nederland? En zoals dat gaat met plannen die je uitvoert, is het in de praktijk allemaal net iets minder rooskleurig.

Ik zie wat ik zag en ik zeg wat ik zie. Manoeuvrerend over de volle paadjes raken de mensen lichtelijk geïrriteerd. Wat in miniatuur-Nederland niet bestaat, is hier de enige manier van verplaatsing: in de file staan. Kinderen rennen opgewonden door de menigte heen, zodat hun ouders voortdurend hun namen roepen. Eén meisje van vijf is in driftige tranen uitgebarsten. „Niet zo snel weglopen!”, dreint ze tegen haar moeder, die vinnig antwoordt: „Als je zo vervelend blijft dan kun je dat ijsje wel vergeten.”

Achter drie Duitsers sjok ik kalmpjes terug naar de ingang, koop de laatste ansichtkaarten en souvenirs, en loop naar de tramhalte.

Daar tref ik vijf conducteurs op het perron. Bij deze halte vinden deze zomer extra controles plaats, zo blijkt, om de notoire zwartrijders die toeristen zijn op te wachten.

„Ik heb een strippenkaart,” verklaar ik en wil doorlopen.

„Is die al gestempeld? Nee? Dan gaan wij dat even voor u doen. Waar gaat u heen?”

Heel even vecht ik tegen de aandrang om een paar regels van Jan Jacob Slauerhoff te citeren: ‘In Nederland wil ik niet blijven, / Ik zou dichtgroeien en verstijven. Als de conducteur met een norse blik mijn strippenkaart begint te stempelen, weet ik: ik ben weer terug, in het echte Nederland’.

Lang leve de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB). Dankzij deze mirakelkoevoet naar de kluizen van bestuurlijke schaamstukken, ontdekte de NOS dat we slecht zijn voorbereid op overstromingen en andere rampen. Eigenlijk had het Journaal Boudewijn de Groot als soundtrack moeten nemen: „Kom mensen en luister en hou nu je bek. Het water dat komt jullie al tot je nek.”

Gisteren bleken ook nog eens onze riolen niet toegerust te zijn op de regenbuien van de toekomst. Venetiaanse toestanden, kortom. Ook in Nederland zal de sirene gaan klinken voor acqua alta, en zullen lieslaarzen even vanzelfsprekend in het straatbeeld zijn als paraplu’s.

Tot overmaat van ramp berichtte CNN woensdag over ons landje. „The Netherlands, a country known for its windmills, its canals and its tolerance.” Maar er komen andere tijden: dit polderlandje is „a new battle front between moslim warriors and the West.”

De reportage zoomde in op de „great grand nephew of artist Vincent van Gogh”, en ome Geert kwam er Engels praten: „Islam is, I believe, one of the most major threats to the West. Those are people that hate everything that we stand for.”

Nu weten u en ik dat ome Geert gewoon een beetje de weg kwijt is, wat rust en een goede massage nodig heeft, maar weten ze dat in die Verenigde Staten ook? Daar is ome Geert na Fortuyn en Balkenende de derde Nederlandse politicus die ze in hun flatscreenruitjes mogen bewonderen.

Toen Fortuyn premier dreigde te worden zei Frits Bolkenstein: „Als dat werkelijk zou gebeuren, en God verhoede dat, dan zou Nederland in de wereld een pleefiguur slaan”. God honoreerde zijn gebed gul, maar voor hoelang? De pleeborstel ging rond in de met Glorix gevulde pot en spreekt nu Engels op CNN.

Daar kun je om lachen, maar ome Geert is wel degene die nu ons imago in de wereld neerzet. Dat zou ons zorgen moeten baren. Het is acqua alta. Soundtrack: „En wie niet wil verzuipen is wijs als hij zwemt, want er komen andere tijden.”

Christiaan Weijts