Archief van berichten uit december

In de voetballerij hoor je weleens smalend spreken over de ‘Mickey Mouse-competitie’, want Ajax kan niet eens meer winnen van een onnozel clubje als VVV-Venlo, terwijl FC Groningen straks Europees tegen Real Madrid zou moeten spelen. Dat is inderdaad zoiets als wanneer Geert Wilders met hulp van de parlementaire pers wordt uitgeroepen tot Politicus van het Jaar.

Mickey Mouse.

In de door Wilders voorgezeten kamerfractie heeft ook een zekere Hero Brinkman zitting, een gewezen smeris uit Amsterdam, die onlangs een motie indiende waarin hij er bij het kabinet op aandrong alle staatsrechtelijke banden met de Antillen en Aruba te verbreken. In zijn toelichting omschreef de indiener de eilanden waarmee wij nog altijd in een soort koninkrijk zitten als ‘een grotendeels corrupt boevennest’, dat we beter via Marktplaats ter overname kunnen aanbieden.

lees verder

Dit was het eerste jaar van mijn leven waarin ik elke werkdag een column schreef (behalve in de zomervakantie, toen ik drie weken sliep). Ik heb dus goed kunnen bijhouden wie de Beste Mensen van het jaar waren.

Ik begin maar meteen met Beste Dode. We hadden in Nederland natuurlijk veel doden, maar zoiets moet je ook vanuit een serieus, internationaal, politiek-maatschappelijk-cultureel perspectief bekijken. Anna Nicole Smith komt dan uit de bus als Beste Dode. Ik geloof dat in Amerika nog steeds alle journaals uitsluitend over haar dood gaan, en over de vraag wie de vader van haar baby is.

lees verder

‘Sinds het satelliettoezicht is de ongereptheid relatief’, zegt de Oostenrijkse klimkoning Reinhold Messner.

Stik.

Heb ik net een ultieme ervaring van ongereptheid achter de rug, hangt er toch iets in de lucht. Het overkwam me gisteren in het thuisland van mijn liefde, op zo’n dag die je inpakt – vol zon en sneeuw. Een dag die je doet snakken naar de buitenlucht.

De vellen die ik onder mijn skiën bond waren niet eens van beschermd zeehondenbont en toch voelden de handelingen aangenaam spannend. Het vastdrukken van de plakkerige repen kunsthaar die voorkomen dat je achterwaarts richting oneindig wordt gelanceerd; het omgespen van het doosje geluid dat je als een drenkeling uit de sneeuwzee redt; het losklikken van de klapbindingen, opdat je hakken in het vrije zweven als je richting hemel zeult.

En dan het vervolg.

Het zuigende ritme waarmee het ene been het andere weer inhaalt; het geluid van de samenpakkende sneeuw; de achtergelaten diepte, de honger naar hoogte; en het belangrijkste, het geluksgevoel op de toppen van je uithoudingsvermogen en de gewelfde grond.

Het zijn de kilometers volle leegte die het ‘m doen. Het overdonderende patroon van stijgen en dalen. De hemel die nabij is. De grijze wolken die ontbreken. De zorgeloosheid in een wereld vol gevaar, bedwongen door twee lappen stof onder buigzaam hout.

Maar de volgende dag lees ik Messner: ‘Die Wildnis ist relativ’, schrijft hij. Allicht. De man heeft alles geknecht wat boven de acht kilometer uittorent, dan blijft er weinig Wildnis over – in zijn beleving. Maar als blijkt dat inmiddels 800.000 mensen in het thuisland van mijn liefde de ongereptheid hebben verkozen boven de hectiek van het geïnstitutionaliseerd slepen, zweven, trekken en glijden, dan knaagt dat wel aan die overdonderende ongereptheid.

Is dat erg? Het is niet anders. Maar misschien betekent het wel dat we het altijd hogerop zullen zoeken – om noodgedwongen te eindigen in herinneringen. Zoete herinneringen, dat wel.

Floris-Jan van Luyn

Bestaat de koningin?

Kinderen geloofden vroeger graag dat zij nooit naar de wc hoefde, dat ze ’s avonds met gouden vorken kleine hapjes van gouden borden prikte en dat ze op duizend matrassen sliep. Mohammedaanse kinderen geloofden bovendien dat ze zich van bijvoorbeeld ’s Gravenhage naar Buenos Aires verplaatste op een kostbaar vliegend tapijt van het prachtigste Perzische weefsel.

In het kader van de democratie is door mensen van niet-koninklijke bloede (vaak sociologen) de onttovering teweeggebracht. Die leidde er toe dat de vorstin jaarlijks in een gouden rijtuig naar een vergadering van de beide Kamers der Staten-Generaal werd gereden om een toespraak te houden. Bij wijze van relict uit vroeger dagen had men nog afgesproken dat ze die redevoering wel mocht uitspreken, maar niet zelf geschreven mocht hebben. En om het sprookje overeind te houden zat de minister-president in de zaal naar haar tekst te luisteren alsof het allemaal nieuw voor hem was.

lees verder

Sinds ik in het bezit ben van een harddiskrecorder zie ik haast nooit meer een reclame. Ik kijk alleen maar naar programma’s die ik heb opgenomen en spoel reclames door. Maar deze week zag ik tijdens een zeldzaam zapmoment (zappen, zó 2007) een intrigerend reclamespotje.

Het leek een reclame voor een standaard skigebied, maar de voice-over sprak vreemde, ietwat steenkolen-Engelse teksten uit. ‘Frank people. Warm hearts. Entirely near you.’ Welk skigebied afficheerde zich met de eerlijkheid van de lokale bevolking? Vast niet Zwitserland of Oostenrijk. De bewoners werden in het filmpje uitgebreid getoond; vrolijke luitjes met ronde gezichten, die in een après-skihut op grote houten pannen trommelden. Nee, zeker geen Zwitsers. Ik wachtte op het eind van het spotje. ‘Ukraine’, klonk het. ‘For snowlovers.’

lees verder

Zo, de Kerst zit er weer op. Gek genoeg vond ik het dit jaar niet deprimerend. Waarom Kerst wél deprimerend kan zijn, daar hoef ik geen stukje over te schrijven; dat weet iedereen die momenteel met resten kalkoen en nasmeulende familieruzies aan een eettafel zit waarop honderden nooit meer eraf te krijgen rode wijnvlekken zich hebben afgetekend.

Slechts één kerstfenomeen heeft mij dit jaar af en toe in een instantdepressie doen schieten, en dat was de Excellent-collectie van Albert Heijn: vleesjes en visjes in een speciale paarse verpakking, waarop groot ‘Voor de feestdagen’ stond. Je kunt de Excellent-producenten niet gemist hebben, want de bijbehorende reclames waren om de vijf minuten op tv, met aanstekelijke liedjes over kalkoengebraad op de melodie van Jingle Bells. ‘O, pepersaus, pepersaus, over de kalkoen/ Eventjes de oven in, meer hoef je niet te doen.’

lees verder

Het is al lang en breed begonnen, en het gaat ook zeker nog een maand door. Het toewensen. Vlak na Sinterklaas, als de kerstversieringen in de etalages verschijnen, komt ook de aandrang op om elkaar een vrolijk kerstfeest te wensen, en een gelukkig nieuwjaar. In zo’n wens verborgen zit natuurlijk de vrees dat ‘de Kerst’ niet vrolijk wordt (want familieruzies), en het nieuwe jaar ongelukkig (want zo is het leven).

Er zijn mensen die proberen de wensen wat te neutraliseren. ‘De beste wensen’ is zo’n poging; iedereen kan zelf invullen wat het beste is. Of: ‘Prettige dagen.’ Ook gehoord: ‘Al het wensbare!’ Dat is een enge, want wat kun je elkaar in theorie niet allemaal voor vreselijks toewensen? ‘Een goed uiteinde’, ook al zo macaber.

Er zijn ook mensen die gemeenplaatsen schuwen en juist hun hele overweldigende persoonlijkheid in hun wens proberen te leggen. ‘Ik wens jou een héél erg prettige Kerst met de familie, en een fantástisch Nieuwjaar, ook op de zaak!’ Dit zijn dezelfde mensen die ook een uitgebreide brief bij de kerstkaart stoppen, waarin teruggeblikt wordt op het afgelopen jaar (‘Tycho is nu eindelijk ook gaan hockeyen, dus jullie begrijpen dat we hier over de sticks struikelen!’). We noemen deze mensen: vermoeiende mensen.

Inmiddels is Kerst voorbij en zitten we dus alleen nog maar met de nieuwjaarswens. We zouden dit moment kunnen aangrijpen elkaar niets meer toe te wensen. Van al die wensen werd Kerstmis niet vrolijker en het nieuwe jaar zal er niet gelukkiger van worden, tenslotte.

Helaas is het onhaalbaar. Het is net zoals aan elkaar vragen hoe het gaat. Ik kende een ongelukkige man die, elke keer als hem dat geheel obligaat gevraagd werd, achterdochtig de tegenvraag stelde: ‘Wat bedoel je daar precies mee?’ Het antwoord: niks. Maar dat ‘niks’ is precies wat we nodig hebben, zeker in de kwetsbare dagen rond Kerst.

Elk jaar is het weer hetzelfde liedje met Kerst. Terwijl je redelijk goed gehumeurd bent, en je je verheugt op een aangenaam samenzijn met familie en geliefden, verschijnt Hare Majesteit aan haar onderdanen op tv. Pardoes slaat de stemming om, en krijg je een partijtje zwartgalligheid te verduren.

Elke kersttoespraak opent met het beeld van onze duistere wereld, waarin alleen de geboorte van het kerstkind een klein lichtpuntje kan zijn. Nee, het koninklijke wereldbeeld is geen vrolijk wereldbeeld.

Vorig jaar nog waarschuwde Beatrix dat de vrijheid van meningsuiting niet betekende dat we mochten beledigen. Ik vond het al wat gedurfd, om zo kort na de moord op Van Gogh al stelling te nemen tegen hem en vóór zijn vijanden. Dit jaar maakte ze dat weer goed, door exact het omgekeerde te betogen: „Gekwetste gevoelens moeten niet omslaan in wanhoop en agressie.” Immers: „Niet iedereen denkt, doet en gelooft hetzelfde.”

Goed, is dat ook weer recht gezet. En laat het een wijze les zijn aan al die dwaze reli-fanatici, zoals de clubs die aanstoot namen aan de Dixons-reclamefolders, waar cartoons in stonden met grapjes over het kerstverhaal. Terecht wees de Reclame Code Commissie de klacht af, waarop één reli-klager in het Reformatorisch Dagblad zei: „Als ik moslim was, zou ik onze klacht zeer kansrijk achten.”

Aan dat soort egoïsme gaat dit land kapot, en daarom is het goed dat Beatrix eerst naar de kerstboodschap van de Paus heeft geluisterd, die mopperde dat de mensen te veel met zichzelf bezig zijn.

Inderdaad, dacht Beatrix, de wereld zit tjokvol egoïstische etterbakken en ze vertaalde dat als: „Individualisering die doorslaat naar puur egoïsme doet afbreuk aan het algemeen belang.”

Daarom moeten we van kinds af aan betere „sociale vaardigheden en medemenselijk gedrag” meekrijgen. De jeugd moet het „goede voorbeeld” krijgen.

Nou, dat lijkt me duidelijk. De tijd is er rijp voor dat Beatrix haar Britse collega volgt. Open een koninklijk kanaal op You Tube en spreek ze wekelijks toe met dit soort peptalks. Zal je zien hoe snel vrede en verdraagzaamheid neerdalen op ons landje.

Christiaan Weijts

Voorzover ik me kan herinneren is in Nederland nooit een rechtbankfilm geprobeerd. Logisch misschien: we hebben ook geen jury’s, dus is er geen theater.

Over het ‘proces van de eeuw’ is dit jaar in de media wel een hoop poeha gemaakt, en Lex Runderkamp werd zo bekend dat hij als de Bart Chabot van de journalistiek mocht meedoen aan het Nationaal Dictee, maar om nou te zeggen dat het bloed regelmatig in m’n aderen is gestold – nee. Op het moment dat de NPS toestemming kreeg om het vonnis live uit te zenden, hadden ze natuurlijk ook meteen moeten vragen of ze de voorlezing mochten laten verrichten door een oudere acteur van het type Spencer Tracy of Henry Fonda. Dan was het misschien nog wat geworden.

lees verder