Archief van berichten op 20 december 2007

Ik heb gisteren al twee keer de virtuele kerstkaart van de dansende elf gekregen (je kent het wel: mensen plakken een foto hun hoofd op dat van een dansende internetelf en dansen vrolijk over je scherm). Nu kan ik wel zeuren dat mensen te belazerd zijn om een echte papieren kerstkaart te sturen, maar ík ben zelfs te belazerd om van mezelf een dansende elf te maken, dus ik zeg niks.

Maar ik begrijp wel dat TNT Post in deze tijd van virtuele kerstkaarten graag de noeste papieren kerstkaart wil promoten. TNT had daartoe journalisten uitgenodigd in hun sorteerkantoor, om leuk te komen kijken hoe de kerstpost gesorteerd wordt.

lees verder

Ach minister Ter Horst, doe er geen cent bij voor deze verwende kereltjes”. zei KNVB-directeur Henk Kesler afgelopen weekeinde, doelend op de politie-agenten die meer betaald wilden krijgen, onder andere voor het uit elkaar houden van gestoorde voetbalfans. Politie natuurlijk woedend op Kesler. Verwende kereltjes. Het zal je maar gezegd worden. Vermoedelijk is ‘verwend’ nog niet zo erg, ‘kereltjes’ wel. Verkleinwoorden zijn namelijk óf lief (‘dag schatje van me’), óf denigrerend. ‘Meisje’, dat is een acceptabel woord, hoewel, als Kesler minister Ter Horst ‘meisje’ had genoemd (quod non), dan hadden we helemaal de poppen aan het dansen gehad.

Hoe het ook zij, Kesler moest gedwongen excuses maken. En dat bracht weer een nieuw probleem met zich mee. Niemand wil graag ‘sorry’ zeggen, en al helemaal niet onder dwang. Daarom zijn er manieren bedacht om ‘sorry’ te zeggen, zonder dat het je spijt. Als iemand zegt: ‘Sorry. Nee, écht sorry,’ dan vraag je je toch af of die eerste sorry dan níét echt was.

Of, erger nog: ‘Het spijt me dat dit bij jou blijkbaar zo hard is aangekomen.’ Of deze: ‘Wat vervelend dat je het vervelend vindt.’ Let op, er wordt geen schuld bekend, er wordt eigenlijk alleen nog maar eens extra benadrukt dat je blijkbaar een zeikerd bent dat je ermee zit. Er zou verschil moeten zijn tussen excuses-met-schuld en excuses-zonder-schuld, zodat mensen daar ook direct op aangesproken kunnen worden. ‘Hoho, dat zijn excuses-zonder-schuld, we hadden gevraagd om excuses-met-schuld!’

Kesler kwam op het volgende: ‘Bij nader inzien acht ik mijn woordkeus niet passen bij het koninklijke karakter van de KNVB en had ik deze passage dus beter achterwege kunnen laten.’ Kortom, als Kesler een ‘koninklijke’ manier (wat is dat eigenlijk?) had gevonden om precies hetzelfde te zeggen, dan had hij dat niet achterwege gelaten. Een meester in de excuses-zonder-schuld. En bij de politie hebben ze het nog geaccepteerd ook.

‘Kent de heer Wilders het Carnegie Heldenfonds?”, vraagt Hans van Baalen (VVD) dinsdag in het debat over Uruzgan. „Zo ja, dan weet hij dat dat een fonds is dat mensen erkent die niet over hun schouder naar achteren kijken, maar het zélf doen.”

Juist. Nu weten we waarom we nog wat langer in de Afghaanse vuurlinie mogen liggen. Nu weten we waarom de VVD overstag ging en een Kamermeerderheid leverde voor verlenging.

Omdat Hansje van Baalen graag de held uithangt. Al sinds hij marcheerde met de Leidse corpsballen van Pro Patria is dat zijn levensdoel: een held zijn. „U”, vervolgt hij tegen Wilders, „U bent géén held!”

Het woord is een rode lap, en pompt het gif van testosteron en adrenaline in de lijven van de oppositieleiders. „Wij zijn heel grote helden”, verdedigt Wilders zich, terwijl SP’er Jan Marijnissen al bij de microfoon staat: „Meneer Wilders is geen held. Ik ben geen held, en meneer van Baalen: u bent ook geen held.”

Dan moet je net Hansje van Baalen hebben. Hij staat op, blijft zijn rivaal strak aankijken, knoopt zijn jasje dicht en stevent op hem af, tot een halve meter afstand.

Twee alfadiertjes bij de interruptiemicrofoons. Hansje, met priemende vinger, verwijt Jantje nu dat hij „wegsluipt als een dief in de nacht”. En Jantje maar weer: „U bent zeker niet de held, meneer Van Baalen.”

Het duurt even voordat ik de diepere lagen van deze wanstaltige sketch weet te duiden. Dan krijg ik twee beelden voor ogen: 1. Rita Verdonk, heldhaftig aan het roer van het schip Nederland. 2. De recente peilingen van Nova, waaruit bleek dat Verdonk vijf zetels bij de VVD wegkaapt, tweeënhalf bij de SP, en ook nog wat bij de PVV.

En 1 + 2 = dit mannetjesputtersgevecht. De drie partijen waar Rita in graast, begrijpen dat ze met heldhaftigheid de overlopende kiezers moeten herwinnen. Wat er ondertussen met onze soldaten gebeurt, is van secundair belang.

‘Wat is een held?’, vraagt romanschrijver W.F. Hermans in De Donkere Kamer van Damocles. ‘Iemand die straffeloos onvoorzichtig is geweest.’

Christiaan Weijts