Archief van berichten op 31 december 2007

In de voetballerij hoor je weleens smalend spreken over de ‘Mickey Mouse-competitie’, want Ajax kan niet eens meer winnen van een onnozel clubje als VVV-Venlo, terwijl FC Groningen straks Europees tegen Real Madrid zou moeten spelen. Dat is inderdaad zoiets als wanneer Geert Wilders met hulp van de parlementaire pers wordt uitgeroepen tot Politicus van het Jaar.

Mickey Mouse.

In de door Wilders voorgezeten kamerfractie heeft ook een zekere Hero Brinkman zitting, een gewezen smeris uit Amsterdam, die onlangs een motie indiende waarin hij er bij het kabinet op aandrong alle staatsrechtelijke banden met de Antillen en Aruba te verbreken. In zijn toelichting omschreef de indiener de eilanden waarmee wij nog altijd in een soort koninkrijk zitten als ‘een grotendeels corrupt boevennest’, dat we beter via Marktplaats ter overname kunnen aanbieden.

lees verder

Dit was het eerste jaar van mijn leven waarin ik elke werkdag een column schreef (behalve in de zomervakantie, toen ik drie weken sliep). Ik heb dus goed kunnen bijhouden wie de Beste Mensen van het jaar waren.

Ik begin maar meteen met Beste Dode. We hadden in Nederland natuurlijk veel doden, maar zoiets moet je ook vanuit een serieus, internationaal, politiek-maatschappelijk-cultureel perspectief bekijken. Anna Nicole Smith komt dan uit de bus als Beste Dode. Ik geloof dat in Amerika nog steeds alle journaals uitsluitend over haar dood gaan, en over de vraag wie de vader van haar baby is.

lees verder

‘Sinds het satelliettoezicht is de ongereptheid relatief’, zegt de Oostenrijkse klimkoning Reinhold Messner.

Stik.

Heb ik net een ultieme ervaring van ongereptheid achter de rug, hangt er toch iets in de lucht. Het overkwam me gisteren in het thuisland van mijn liefde, op zo’n dag die je inpakt – vol zon en sneeuw. Een dag die je doet snakken naar de buitenlucht.

De vellen die ik onder mijn skiën bond waren niet eens van beschermd zeehondenbont en toch voelden de handelingen aangenaam spannend. Het vastdrukken van de plakkerige repen kunsthaar die voorkomen dat je achterwaarts richting oneindig wordt gelanceerd; het omgespen van het doosje geluid dat je als een drenkeling uit de sneeuwzee redt; het losklikken van de klapbindingen, opdat je hakken in het vrije zweven als je richting hemel zeult.

En dan het vervolg.

Het zuigende ritme waarmee het ene been het andere weer inhaalt; het geluid van de samenpakkende sneeuw; de achtergelaten diepte, de honger naar hoogte; en het belangrijkste, het geluksgevoel op de toppen van je uithoudingsvermogen en de gewelfde grond.

Het zijn de kilometers volle leegte die het ‘m doen. Het overdonderende patroon van stijgen en dalen. De hemel die nabij is. De grijze wolken die ontbreken. De zorgeloosheid in een wereld vol gevaar, bedwongen door twee lappen stof onder buigzaam hout.

Maar de volgende dag lees ik Messner: ‘Die Wildnis ist relativ’, schrijft hij. Allicht. De man heeft alles geknecht wat boven de acht kilometer uittorent, dan blijft er weinig Wildnis over – in zijn beleving. Maar als blijkt dat inmiddels 800.000 mensen in het thuisland van mijn liefde de ongereptheid hebben verkozen boven de hectiek van het geïnstitutionaliseerd slepen, zweven, trekken en glijden, dan knaagt dat wel aan die overdonderende ongereptheid.

Is dat erg? Het is niet anders. Maar misschien betekent het wel dat we het altijd hogerop zullen zoeken – om noodgedwongen te eindigen in herinneringen. Zoete herinneringen, dat wel.

Floris-Jan van Luyn