Het is moeilijk voor te stellen, maar ooit was ‘leuk’ een beetje een ordinair woord. Nette mensen zeiden ‘prettig’ of ‘aangenaam’. Dat was voor de oorlog. Na de oorlog raakte ‘leuk’ langzaam in zwang, tot het in de jaren negentig een van de meest gebruikte woorden werd. Meisjes waren leuk, restaurants waren leuk, vakanties waren leuk. En wat niet leuk was, werd wel ‘opgeleukt’.
Ongeveer ten tijde van nine-eleven, schat ik, stond er een elite op die leuk ineens minder leuk vond. Deze elite had behoefte aan meer inhoud, en daar heeft ‘leuk’ nu juist niets mee te maken. Tegenwoordig kun je een goede beurt maken door te zeggen: ‘Alles moet tegenwoordig maar leuk zijn! De televisie! Als het maar leuk is! Bah!’ Of: ‘Nee, ik schrijf geen gedichten omdat ik dat leuk vind, ik schrijf gedichten omdat ik niet anders kán.’ Leuk pour le leuk heeft afgedaan.
Prima, maar leuk-haters moeten natuurlijk wel een ander woord hebben om vage positieve gevoelens uit te drukken.
Daarvoor is verkozen het woord ‘mooi’. En niet alleen voor dingen die esthetisch plezierig zijn. Voor alles. Een mooie wijn is niet een wijn die er mooi uitziet, maar die lekker smaakt. Het klinkt ook meteen zo lekker chique – ooit wel eens iemand horen praten over ‘een leuke wijn’? Nee, dat dacht ik al. En zo kun je alles ‘opmooien’: ‘Wat een móóie mayonaise!’ – echt gehoord.
Iemand kan ook ‘een mooi mens’ zijn. Dat betekent dan niet dat hij krullen heeft en spiermassa’s (want dat is alleen maar leuk). Nee, het betekent dat hij vrijwillig maaltijden maakt voor zieke mensen die hij niet persoonlijk kent. Een mooi mens.
En zo is ‘mooi’ ineens een pseudo-diepzinnig woord geworden. Je kunt het horen zeggen: ‘Ik vind Annet niet per se mooi, maar wel heel mooi.’
Ik verlang terug naar toen alles nog gewoon leuk was.