Het onpraktische van een postuum pardon is dat de gepardonneerde er geen lol van heeft. De doden hebben ook niets om te vieren. Ouder dan 24 zal de Nederlandse communist Marinus van der Lubbe nooit worden. Maar het was hem wel gegund, weten we nu. Ook het leven ná zijn dood is weerbarstig verlopen. In 1967, 33 jaar nadat zijn hoofd van zijn romp werd gescheiden, werd hij (of is het ‘het’, een lijk is immers onzijdig) tot acht jaar gevangenisstraf veroordeeld. In 1980 werd hij vrijgesproken. Maar binnen een jaar werd die uitspraak in hoger beroep weer ongedaan gemaakt. De Duitse rechtsstaat heeft het er maar druk mee gehad.
Als alle van staatswege omgebrachte zielen toch eens zo’n behandeling zouden krijgen. Een juridisch apparaat louter bestemd voor de onterechte doden. Afgehakte koppen die er jaren later toch weer aan mogen. Dodelijke injectienaalden die het gif weer opzuigen. Fatale stroppen die weer kunnen worden afgedaan.
Wie durft er dan nog te beweren dat de virtuele spelletjes een verspilling zijn van wereldse tijd?
Nee, dan het pardon bij leven. In de bovenwereld wordt er duidelijk meer genoten van gratie. Vooral in de Verenigde Staten zijn ze daar meesters in. Presidenten, bovenmenselijk van nature, gunnen waslijsten veroordeelden de vrijheid als hen dat goeddunkt. Richard Nixon was daar een kampioen in en ontnam meer dan 800 mensen hun schande. Zelf werd hij nota bene gepardonneerd door opvolger Gerald Ford, want die was van mening dat zijn voorganger genoeg had geboet voor zijn betrokkenheid bij spionage en complot.
Wat moet het heerlijk zijn om gratie te verlenen. Geen doodstraf, maar levenslang. Niet zitten, maar gaan. Geen oordeel, maar vrijheid. Toch had Bill Clinton er veel last van toen bleek dat hij op een van de laatste dagen van zijn presidentschap de criminele vrienden van zijn zwager had gerehabiliteerd. Daar was het presidentieel pardon toch niet voor bedoeld?
Dan is een onterechte dode de vrijheid gunnen veel rechtvaardiger, en wel zo veilig.
Floris-Jan van Luyn