jan blokker: Bedrijfsbidstonden en hoe God er naar luistert
Hoe vaak moet een mens bidden om een beetje mee te tellen bij de Voorzienigheid?
Voor moslims is dat duidelijk: vijf keer per etmaal. Ik weet nog wat ik als Nederlander uit de joods-christelijke traditie dacht toen de keurige Iraanse chauffeur die me naar Persepolis zou brengen, ineens stopte en uitstapte. Ik dacht: zeker panne. De sjah zat toen nog op de pauwentroon. Afshin Ellian was al bijna een communistische jongere.
Tot m’n verwondering liep de chauffeur niet naar voren maar naar achteren, opende de klep van de koffer, en haalde er een kleedje uit. Hij keek me even half verontschuldigend aan, alsof hij wilde zeggen dat het nou eenmaal tijd was, ging door de knieën, boog, en bad. Vijf minuten later reed hij gesterkt weer verder.
Ik had het een keer in een grote islamitische stad meegemaakt waar de muezzin me wakker blèrde: de nachtbeurt. Vanuit m’n hotelraam, dat uitkeek op de vleessector van een markt, zag ik in het lantarenlicht hoe de slagers hun ruwe eetwaar even alleen lieten, en zich tot Allah wendden. Vrome routine.
Christenen zijn op dat punt steeds achtelozer geworden. Vroeger vouwden ze de handen minimaal voor ontbijt en avondeten, en zondags natuurlijk extra in de kerk. Als ze fijn waren als gemalen poppenstront (om mijn moeder te citeren, die wortelde in het Friese platteland waar ze trouwens spraken van kippenstront) baden ze zondags vrijwel onophoudelijk. Maar een directe relatie tussen plicht en gebed heeft nooit bestaan, net zo min als het strakke schema dat Mohamed zijn gelovigen dicteerde. Christenen hebben eigenlijk altijd alleen gebeden om iets gedaan te krijgen. Nadat ze allang van hun geloof waren gevallen, heb ik ze nog weleens zien bidden om onheil te voorkomen, of om het uitzicht op de dood dragelijker te maken.
Dit weekeinde verspreidde het ANP een berichtje onder de kop: ‘Steeds meer mensen bidden op het werk’.
Zou er sprake zijn van een ommekeer?
‘Het aantal christenen dat zich in de pauze op het werk terugtrekt om te bidden’, luidde de tekst, ‘blijft stijgen. Begin 2008 waren er 143 groepen geregistreerd, dat waren er 20 meer dan begin 2007, een stijging van 16 procent.’
Is dat veel? Van die percentages raak ik nooit zo gauw onder de indruk. ‘In 2006 kochten mijn vrouw en ik één kamerplant. Dat werden er in 2007 twee, een toename van 100 procent.’
En in het geval van de bidders weet ik niet precies wat ik me bij 143 ‘groepen’ moet voorstellen. Ik las dat een zekere Maarten Pijnacker Hordijk, die werkzaam is voor spoorbeheerder ProRail, ‘bedrijfsbidstonden’ in Nederland coördineert. Wat zou dat inhouden?
Maarten blijkt de stijging toe te schrijven aan een groter christelijk zelfbewustzijn, en liet nog weten: „Het aantal bedrijven waar mensen samen bidden ligt waarschijnlijk hoger, omdat niet alle initiatiefnemers zich bij de coördinator melden.”
Twee vragen. Zou ik in het lunchuur ook in m’n eentje, dat wil zeggen buiten een groep om, mogen bidden? En is het verplicht om het (groeps)gebed bij Maarten Pijnacker Hordijk aan te melden?
Dat de bidstonden bij ProRail bloeien, wil niet zeggen dat iedere werkgever in Nederland zo coöperatief is. In het Nederlands Dagblad werden voorbeelden geciteerd van allerlei soorten tegenwerking – alsof het de baas iets aangaat wat wij tussen de middag doen. Maar er zijn ook heel positieve ervaringen, Een werknemer van de Inspectie Verkeer en Waterstaat spreekt zelfs van ‘concrete gebedverhoringen’. In het Nederlands Dagblad lichtte hij toe: „Toen we concreet gingen bidden voor het individualistisch optreden van sommige collega’s, werden direct veranderingen geconstateerd.”
Zo zie je maar weer dat God de raarste problemen oplost als we maar geregeld bidden.



