Aaf Brandt Corstius: Zevenduizend Mexicaanse spulletjes. Allemaal handgemaakt!
Ik woon nu in een huis met een zolder, en binnenkort verhuis ik naar een huis zonder zolder. Dat betekent dat ik alles moet weggooien wat op zolder ligt.
Ik heb de zolder sinds mijn vorige verhuizing gebruikt om verhuisdozen neer te zetten die ik niet wilde uitpakken. (Dit schijnt bij meer mensen voor te komen, dus ik schaam me er niet voor.) De inhoud van die onuitgepakte dozen moet nu geanalyseerd worden, want misschien zit er toch ineens een bronzen doopschoentje tussen (geen idee wat dat is en wat ik ermee moet, maar het klinkt als een belangrijk kleinood). Wat blijkt? Bijna alle dozen puilen uit van de Mexicaanse spulletjes. Ik ben de bezitter van, pak ’m beet, zevenduizend Mexicaanse spulletjes. Allemaal handgemaakt!
Doos na doos maakte ik de afgelopen dagen open, en daar waren dan nog meer door afstammelingen van de Maya’s gewoven sjaals, lapjestassen, tijgers van papier-maché, blikken kerstversieringen, uit kokosnoten gebeitelde gezichtjes en op kurkpapier geschilderde folkloristische taferelen.
En nu denk je misschien: Aaf heeft blijkbaar heel veel culturele reizen door Mexico gemaakt, waarbij zij, om de bevolking te steunen, allerlei lokale knutselwerkjes heeft gekocht. Maar nee, ik ben één keer, en best lang geleden, een paar weken in Mexico geweest.
Nu zou ik in mijn nieuwe huis natuurlijk een Mexico-kamer kunnen inrichten, maar zoiets doe je alleen als je een sadistische interieurontwerper van In Holland staat een huis bent. Wat ik zou moeten doen, is alle Mexicaanse spullen weggooien. Maar dat kan ik niet. Niet omdat ik slecht ben in weggooien, dat valt eigenlijk wel mee, maar omdat ik bij elk handgefrutseld object de donkerbruine ogen van een of ander Maya-jongetje erbij zie, dat indertijd keihard rende om de Mexicaanse bus waarin ik zat bij te houden en zijn koopwaar door het busraampje naar binnen gooide, waarna ik enkele peso’s naar buiten wierp. (Een omslachtige manier van zakendoen, maar in Mexico zijn ze er dol op.) De koopwaar van zo’n kind kun je toch niet wegflikkeren?
Alhoewel, die kinderen zijn inmiddels ook al weer twintig. En zitten hopelijk, met het geld dat ze toen verdiend hebben, op een goede universiteit. Of in ieder geval in een stevige lemen hut.
Ach, wat maak ik mezelf wijs? In de kleine bergruimte in mijn nieuwe huis zullen zes overvolle verhuisdozen staan, met op de etiketten, in kleine, beschaamde letters: ‘rest Mexico’.



