jan blokker: In Egypte is nog altijd geen sprake van ongenoegen

Stel ik verbleef in Egypte. Dan had ik dezer dagen van de Nederlandse ambassadeur die Tjeerd de Zwaan heet, een mailtje ontvangen met de kop ‘Bericht aan alle Nederlanders in Egypte’.

De inhoud luidde: „De Nederlandse pers heeft melding gemaakt van de plannen van het Kamerlid Wilders voor een film die door moslims mogelijk als kwetsend wordt ervaren. In Egypte heeft deze berichtgeving vooralsnog niet tot publieke uitingen van ongenoegen geleid. Uit voorzorg verzoek ik U niettemin alert te zijn op eventuele (negatieve) reacties in Uw omgeving en, waar nodig, contact op te nemen met de ambassade, tel…..”, met een nummer dat ik hier niet zal overschrijven omdat er altijd grapjassen zijn die dan verder de hele dag proberen Kairo te bellen en naar meneer De Zwaan te vragen.

Geef toe dat het briefje perfect is. Zo perfect, dat ik me nauwelijks kan voorstellen dat het door een ambtenaar van Buitenlandse Zaken in Den Haag zou zijn opgesteld om naar alle Nederlandse gezantschappen in de islamitische wereld te worden gestuurd. Zo onderkoeld zijn ze niet op de Apenrots. Ik veronderstel dat Maxime Verhagen de ambassadeurs opdracht heeft gegeven om Nederlanders te adviseren voorlopig binnen te blijven. Een standaardaanwijzing kon natuurlijk niet, want Syrië is een andere boevenstaat dan Pakistan, en geen van beide landen kan zonder meer worden vergeleken met bijvoorbeeld Indonesië, hoewel het daar ook wemelt van de mohammedanen.

Meteen al de eerste zin in de ‘waarschuwing’ van Tjeerd de Zwaan getuigt van grote, haast hooghartige distantie. Hij suggereert dat nooit iemand van bedoelde film wakker zou hebben gelegen, als er in de Nederlandse pers niet bij voortduring melding van was gemaakt. Gelukkig zijn Nederlandse media in Egypte onbekend, zodat hij Nederlanders in dat land met een gerust hart kan verzekeren dat ‘deze berichtgeving vooralsnog niet tot publieke uitingen van ongenoegen (heeft) geleid’. Waar niemand ooit de weblog van Leon de Winter en Afshin Ellian heeft gelezen, is er vanzelf minder reden tot ongenoegen. Ubi bene, ibi patria, zou ik haast zeggen.

Tjeerd kon het dienstbevel van de minister natuurlijk niet negeren. Maar moest hij waarschuwen voor een film die moslims als zó kwetsend konden ervaren dat Balkenende IV een internationaal weeralarm moest uitgeven? Kom, kom, dacht onze man in Kairo, en schreef: ‘die door moslims mogelijk als kwetsend wordt ervaren’. Want al zóu de Fellini uit Venlo bijstand van een rechtse Eddy Terstall hebben ingehuurd, dan bleef het toch nog steeds amateurwerk, waar zelfs heetgebakerde Arabieren koud bij bleven?

En moesten de Nederlanders ineens waken voor ongeregeldheden, zoals Verhagen het ongetwijfeld zou hebben geformuleerd? De Zwaan maakte er van: ‘Uit voorzorg verzoek ik U niettemin (want er is immers geen spoor van ongenoegen) alert te zijn op eventuele (want hoogst onwaarschijnlijke) reacties en, waar nodig, contact op te nemen met de ambassade’. Om opgewonden drukte aan de ambassadedeur te vermijden, had hij tussen haakjes nog het woordje negatieve toegevoegd. Met positieve reacties wilde hij helemaal niet worden lastig gevallen.

Van wie tenslotte kwamen de plannen voor de film? Ook dat was gedistantieerd onder woorden gebracht voor de in Egypte verblijvende Nederlanders. „Van het Kamerlid Wilders”, lazen ze. Van een kamerlid dat Wilders schijnt te heten, begrepen ze. „Het is me thuis toch wat”, zeiden ze hoofdschuddend tegen elkaar, zoals Nederlanders gauw tegen elkaar zeggen als ze een poosje expats zijn geweest.

Bestaat er een P.C.Hooftprijs voor diplomatentaal? Dan weten we wie haar dubbel en dwars heeft verdiend.

En nu we het toch weer even over die film hadden – zouden deelnemers aan het eerstvolgende islamdebat het begrip ‘vrijheid van meningsuiting’ niet langer ijdellijk willen gebruiken?