Archief van berichten op 21 januari 2008

De BBC had er een nieuwsitem van gemaakt: in Amsterdam zie je voortaan geen prostituees meer, maar mode-ontwerpers achter de ramen. Dankzij het Wallenproject. Of liever: dankzij het project Red Light Fashion, waarvan de naam meteen begrepen (en voorzover ze het alfabet kennen misschien zelfs gelezen) kan worden door dronken Engelse voetbalsupporters.

Het is zoiets als wanneer de stad Rome een eind maakt aan haar eeuwenoude religieuze poppenkast, de Sint Pieter voor de toeristen natuurlijk zou laten staan, maar dan heringericht als tapijthal.

lees verder

Ik was voor het eerst naar het circus sinds pakweg twintig jaar. Ik reken het Tros-Kerststerrencircus maar niet mee, want dat was nogal a-typisch, met Jaap Jongbloed als trapezetalent en Dries van Agt als vergeetachtige spreekstalmeester.

Dit was een echt circus: een onduidelijke tent met loslopend gedierte, een depressieve, niet kunnende rekenende Tsjechische achter de kassa, en een spreekstalmeester die tijdens de ontvangst een Fanta bestelde bij de juffrouw van de drankjes en vrij luid Arschloch tegen haar zei. Kortom: een circus zoals een circus hoort te zijn.

lees verder

Het karakteristieke van mensenrechten is dat het over mensen gaat. Mensenrechten zijn een kwestie van iedereen zou je zeggen. Maar volgens de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken ligt dat net even anders. Mensen die politiek bedrijven zijn verantwoordelijk voor mensenrechten, niet mensen die aan sport doen, zei hij afgelopen week.

Maar het mensenrecht kán geen kwestie zijn die uitsluitend politici aangaat. De belangrijkste reden: oog in oog met de dictatuur staan de meeste politici uit de vrije wereld machteloos. In China zijn zij zelfs met stomheid geslagen.

Al sinds het repressieve optreden van de communistische partij, nog maar twee decennia geleden, dringen Europese politici aan op een dialoog: samenwerking in plaats van confrontatie.

In de praktijk gaat dat meestal zo: de minister, met tassen vol contracten en een enkele belofte aan een kritisch thuisfront, komt aan bij de autoritaire leiding van de opkomende wereldmacht. Hij praat over de wonderschone betrekkingen, de kracht van het kapitalisme en mompelt tot slot beschaamd dat China op het gebied van de mensenrechten flinke vooruitgang heeft geboekt, maar dat het altijd beter kan. Dat het altijd beter kan. China’s voormalige premier Zhu Rongji zei daar tien jaar geleden al over: „Het lijkt er op dat wanneer zij daar niet over beginnen, zij zich thuis niet kunnen verantwoorden.’’ En dus luistert de dictatuur, zonder dat zij de informatie tot zich neemt – om vervolgens over te gaan tot de orde van de dag, te weten: contractonderhandelingen!

Het mensenrecht is dus geen kwestie voor politici alleen. En zo zou het ook niet moeten zijn. Alle mensen hebben een geweten en alle mensen die met China van doen hebben, of het nu gaat om consumenten, reizigers, ondernemers, politici of sporters, kunnen daar iets mee doen. Dat de discussie daarover nu, in het jaar van de Spelen, veel mensen slecht uitkomt, is evident. Maar aan de Chinese politieke top heeft het nooit gelegen. Die maakt al sinds mensenheugenis duidelijk waar zij voor staat: repressie – ja, en nog veel meer.