Aaf Brandt Corstius: Dan noem je die gewoon ‘Het Janpetertje’
‘Hallo,’ zei ik tegen de medewerkster van de feestwinkel aan de Middenweg in Amsterdam. ‘Hebben jullie de Geert Wilderspruik?’ Ze dacht even na. Toen wierp ze een blik op haar collega. Die schudde nee. ‘Nee. We hebben wel een korte blonde krul’, zei ze.
Nee, een korte blonde krul wilde ik niet. Ik wilde de echte Geert Wilderspruik, een blonde pruik met een stukje zwarte uitgroei. Maar goed, ik was allang blij dat ze me niet hadden uitgelachen en ging dus maar even bij het rekje heliumballonnen kijken.
Daarna belde ik Dennis Goossens van De Feestspecialist in Tilburg. Daar, had ik gelezen, hadden ze de Geert Wilderspruik wel. Ze noemden de pruik daar ‘Het Geertje’ omdat je officieel geen pruikjes en pakjes en maskers en protheses mag modelleren naar (onderdelen van) Nederlandse politici. Een belachelijke regel natuurlijk, die mij in strijd lijkt met de vrijheid van carnavalsviering en het universele mensenrecht op flauwe outfits, maar goed, zolang je zo’n ding ‘Het Geertje’ noemt is er geen vuiltje aan de lucht. Dus als er nog iemand Balkenendebrillen of Rouvoetvoeten of Vogelaarsnuitjes wil verkopen voor carnaval, dan noem je die gewoon ‘Het Janpetertje’, ‘Het Andreetje’ of ‘Het Ellaatje’ en je zit juridisch gezien geramd.
Dennis Goossens klonk blij en gelukkig, zoals de zoon van een feestwinkeleigenaresse hoort te klinken. (Man, wat een heerlijke jeugd.) Het liep lekker met Het Geertje, zei Dennis. Wie hem zoal kochten? Ja, toch wel mannen. En waren die mannen dan vooral pro- of anti-Wilders? Ja, toch wel pro, dacht Dennis. De groothandel was ermee gekomen, en toen had Dennis er een beetje een dubbel gevoel over gehad. Maar met een knipoog durfde hij het wel aan. En er waren natuurlijk wel klanten geweest die ‘waarom joh’ hadden gezegd, maar niet zoveel. En nu was het toch wel echt een hype, dacht Dennis.
En zo hadden Dennis en ik eigenlijk een heel gemoedelijk gesprek over Het Geertje, en daarmee over Geert Wilders, zijn haar, zijn aanhangers, carnaval en Bokitopakken. (Die liepen lang zo goed niet, zei Dennis. Heidi-pakjes wel, trouwens.) We raakten helemaal niet oververhit, of gekwetst, of preventief gekwetst, of preventief verontwaardigd dat er iemand preventief gekwetst zou zijn, of over onze toeren.
Misschien een idee, om de film van Het Geertje ook een beetje anders te noemen. Voortaan zeg ik ‘Het Filmpje’. Dat werkt kalmerend.



