Aaf Brandt Corstius: Rechtstreekse afgezanten van Klusjesgod

Ik beloof dat dit bijna de laatste column over mijn verhuizing is, al hoef ik dat denk ik niet eens te beloven, want ik krijg veel aardige reacties op mijn stukjes over onweggooibare Mexicaanse handwerkkunstwerkjes. Dat komt: iedereen is weleens verhuisd. En iedereen weet wat een traumatische, spannende, confronterende, vieze (wat je daar allemaal tégenkomt, achter die keukenkastjes! liters en liters vet!) bezigheid het is.

Wat betreft dat trauma viel het mij mee, want 1. mijn nieuwe huis is de hemel op aard’, 2. mijn klusjesman en schilder zijn rechtstreekse afgezanten van Klusjesgod en 3. ik heb geen enkele keer tegen iemand gegild.

Maar nu is het de nacht voor D-Day, en ik zit weemoedig en ongeduldig te zijn. Alles is ingepakt, behalve de laptop en ikzelf. Zelfs de dikke huiskat is uitbesteed, omdat zij anders, zoals katten dat graag doen, in een doos zal gaan zitten, die door een onoplettende verhuizer dichtgetapet zal worden, zodat ik haar pas over zeven jaar (de termijn waarop ik verhuisdozen uitpak) zal aantreffen, aanzienlijk slanker, dat wel, maar tevens dood.

Ik zit me in die leegte al de hele avond schuldig te voelen tegenover mijn oude huis. Het was mijn eerste koophuis, met een speciaal voor mij gebouwde keuken, waar de klussende vader van mijn beste vriend twee vingers voor heeft verloren (nou ja, dat is niet waar, maar je zou het zo geloven als je ziet hoe mooi die keuken is).

Ik richtte het in met echte meubels, zoals Het Antieke Bureau. De meubels gaan mee, op een paar stoelen na, die ik op Marktplaats heb gezet, maar die ik nu niet meer wil verkopen omdat de enige geïnteresseerde me mailde dat zij er eerst met haar ‘gatje’ op wilde proefzitten, en het woord gatje vond ik zo vreemd dat ik de stoelen uit de verkoop heb gehaald.

Maar genoeg over het gatje. Ik heb veel meegemaakt in dit huis (van de eerste nacht met die-en-die tot de ruzie met zo-en-zo), en nu laat ik het achter, en dat maakt me verdrietig.

Morgen woon ik in het nieuwe huis, met meer ruimte en allemaal verse verf op de muren, en dan ben ik weer het heertje. Maar vanavond treur ik om mijn eerste koophuis. En panikeer ik lichtelijk, want al mijn spullen zitten in hermetisch afgesloten dozen en ik wil niet verhuizen in een blauwe pyjama.