Archief van berichten uit augustus

Ik vind het wereldnieuws interessant, vanaf de bank. Mijn broer is anders. Hij volgt het nieuws – vooral over Rusland en de obscure landjes die tegen Rusland aanliggen, want daar schrijft hij over – ter obscure plekke.

Toen de Onduidelijke Ossetische Oorlog uitbrak – ik begrijp nooit iets van die Kaukasuskwesties rond semi-autonome ex-provincietjes die onafhankelijk willen worden – wilde mijn broer erheen. Naar die oorlog, dus. Om verslag te doen. Mijn vader en ik verboden hem om te gaan, en vreemd genoeg luisterde hij naar ons. Misschien had hij ineens het besef dat een oorlog toch echt een oorlog is.

lees verder

Het dreigde weer even heel erg komkommertijd te worden in Nederland, maar toen diende Mohammed Enait zich gelukkig aan, een grote, bebaarde moslim met een gebreid mutsje die graag klantmanager wilde worden bij de Sociale Dienst in Rotterdam, maar niet werd aangenomen omdat hij vrouwen geen hand wil geven.

Gaap, Mohammed, zou je denken, bedenk eens wat nieuws. Vrouwen geen hand geven, dat is zo 2007, dat is zo Rita Verdonk, dat is zo oude imam. Weiger eens wat anders – knipogen, bijvoorbeeld, of ‘hoi’ zeggen als afscheidsgroet.

lees verder

Hillary moet zich verheugd hebben op deze zin in haar toespraak afgelopen dinsdag: ‘No way, no how, no McCain.’ Het kwam er in ieder geval heel krachtig uit. Als een drietrapsraket.

Maar dat ‘no way’ klonk toch wat raar, in mijn oren dan. En dat komt omdat ‘no way’ allang is overgenomen in Nederland, maar niet door de mensen die er echt toe doen.

In Nederland zul je een serieus politicus niet zo snel ‘no way’ horen zeggen. ‘We gaan dus echt no way afstappen van die Joint Strike Fighter. No way.’ Dat klinkt niet.

‘No way’ is in Nederland het bezit van jonge mensen die zich intensief hebben laten inspireren door Amerikaanse televisieseries. Ik zie een student voor me, een meisje, met een blije paardenstaart. Ze zegt bijvoorbeeld: ‘Ik ga écht niet nog een keer dat tentamen doen, no way!’ Of: ‘No way! Ben je met hem naar bed geweest? No. Way.’

Er zijn meer Amerikaanse uitspraken die thuishoren in deze categorie: ‘En toen had ik echt zoiets van, whatever, dan doe je het toch lekker allemaal in je eentje.’

Of deze, nog redelijk recent geïmporteerde: ‘Mijn ouders moeten maar accepteren dat ik rook, ik bedoel, ik ben geen kind meer, talk to the hand weet je.’

Of deze, voor de meer opgeruimde momenten van het leven: ‘Enniewee, gaan we nog koffie doen?’

Omdat zulke Amerikaanse uitroepjes in Nederland behoren tot het domein van de jonge mensen zonder macht, klonk het bij Hillary ineens ook een beetje kinderachtig. Alsof ze elk moment haar haar van de ene naar de andere kant zou kunnen gooien en zeggen: ‘Nou ja, whatever.’

Waarbij het volgende zij opgemerkt: de ‘no way’-zeggende studentenmeisjes beheersen over een jaar of tien natuurlijk wél de Nederlandse politiek, dus dan gaan we ‘no way’ vanzelf ook serieus nemen.

Volgens de politieke barometer zijn Rita Verdonk en Geert Wilders samen goed voor 26 zetels. Dat is exact het aantal dat Pim Fortuyn op 15 mei 2002 behaalde. Wat betekent dit? Waarschijnlijk dat Marx gelijk had met zijn gedachte over hoe de geschiedenis zich herhaalt: ‘de eerste keer als tragedie, de tweede keer als komedie’.

In haar optredens gedraagt Verdonk zich als erfgenaam van Fortuyn, maar doordat zij niet bedeeld is met de vitale intuïtie en retorische zwier van die tragische populist, wordt ze een groteske, komische navolger.

Dinsdagavond zat ze bij Knevel & Van den Brink tegenover ‘handenschudweigeraar’ Mohammed Enait. Volgens Verdonk begint het met geen-hand-meer-krijgen en moet ze straks met een hoofddoek om over straat. Ze zei nog net niet voor haar clitoris te vrezen, maar het is overduidelijk dat deze vrouw doodsbenauwd is. Het komische effect zit hem vooral in het irreële karakter van haar angsten, en de Don Quichotterige bravoure waarmee ze haar fantoomtegenstanders te lijf gaat.

In werkelijkheid is er niets bedreigend aan dat handjevol dwazen dat geen vrouwenhanden schudt. De uitvergroting in de media van dit randverschijnsel overschaduwt het echte integratiedebat.

„U creëert bipolaire conceptualisaties!” brieste Enait, die zich klaarblijkelijk goed heeft ingelezen in al die poststructuralistische, postkoloniale en post-God-weet-wat-tralalalaria die aan universiteiten een tijdje bon ton zijn geweest. Ook bij Nova sprak Enait laatst in dit hermetische abacadabra. Enaits taalgebruik is een voorbeeld van hypercorrectie.

Ook dat is komisch, en het EO-presentatorduo schuddebuikte dan ook van plezier. Al zit er wel een tragisch randje rond deze humor: Enait had het met deze uitspraak namelijk een zeldzame keer bij het rechte eind. Verdonk en Wilders dragen hun fantoomfobieën over aan de ontvankelijke massa, door ze het schrikbeeld van een verislamiseerd Nederland voor te houden en een vijandige tweedeling te stimuleren.

Dat gevaar laat zich echter eenvoudig bestrijden. Namelijk door dit soort discussies te bekijken als wat ze zijn: humoristisch amusement, niets meer en niets minder.

Christiaan Weijts

In mijn zelfbedachte lunchpauze (ik ben freelancer, dus dan is het hele leven in principe een lunchpauze) ging ik naar de zevende verdieping van de Amsterdamse bibliotheek om een broodje te eten bij de La Place die daar gevestigd is.

Ondertussen las ik in de krant over Ötzi, een prehistorische man wiens lijk in 1991 gevonden is in de Alpen. Ötzi leefde 5.300 jaar geleden, en zijn lijk is dus erg oud, maar toch vinden onderzoekers steeds nieuwe dingen over hem uit. Zo zijn ze er nu achtergekomen dat Ötzi ‘vrijwel zeker een herder’ was.

lees verder

Waarom is Wijnand Duyvendak nou eigenlijk opgestapt? Niet om daad bij spijt te voegen; daarvoor kwam zijn ontslagbrief negen dagen te laat. Ook niet omdat het moest van Femke; ze zou Wijnand „enorm missen”, zei ze. Nee, het was uiteindelijk gewoon een imagokwestie: de beeldvorming pakte anders uit dan gepland. In plaats van te worden gehuldigd als een bekeerd milieuactivist die dapper te biecht was gegaan om schoon schip te maken, werd Duyvendak weggezet als „de Wijnand uit de jaren 80”. En dat was de bedoeling niet: straks zou iedereen denken dat ze hier te maken hadden met een groene radicaal vermomd als volksvertegenwoordiger.

lees verder

‘Je mag in de menselijke haag gaan staan, of je mag in het familievak’, zegt de persvoorlichtster van het Olympisch Stadion, ofwel het Oude Vogelnest. Het is half vijf maandagmiddag, en de sporters komen zo aan voor de huldiging.

Kiezen tussen de menselijke haag en de familie: het is niet makkelijk. Eigenlijk klinkt het allebei nogal intimiderend. Ik kies voor de menselijke haag, een lange rij dicht op elkaar staande mensen met oranje kleren aan. De sporters laten op zich wachten. Ver weg, op een podium, staat Jack van Gelder met een persoon die verkleed is als vlam. De vlam klapt en danst.

lees verder

Het is heel erg, maar ik geloof dat ik een beetje in een zwart gat ga vallen nu de Olympische Spelen voorbij zijn.

Ik heb niets met sport, maar door drie factoren raakte ik nogal verzeild in de Spelen. Ten eerste heb ik een vriend die voordeed hoe je van de Spelen moet genieten: liggend op de bank vanaf ’s morgens vroeg elke sport die zich aandient aan je voorbij laten trekken.

Sport is natuurlijk een saaie aangelegenheid: de een rent hard, de volgende rent harder, en weer een ander rent het hardst. Maar de Nederlandse sporters hadden boeiende Oprah-verhalen: Deborah Gravenstijn, die familie- en scheidingsleed achter de rug had, en zilver won met judo. En die lieve kale zwemmer: leukemie gehad, tóch eindeloos het IJ blijven overzwemmen, en dan goud winnen. Persoonlijk leed maakt een mens boeiend, overwonnen persoonlijk leed is nog fijner, en overwonnen persoonlijk leed bekroond met een olympische medaille is het allerfijnst.

lees verder

Zo, ik ben er eindelijk achter wat ik het leukste onderdeel van de Olympische Spelen vind. Op de opening na dan, want leuker dan honderd Chinezen die duveltje uit een doosje spelen wordt het natuurlijk niet. Het één na leukste onderdeel dan, is het turngala.

Het turngala is een beetje een Montessori-onderdeel: je mag doen wat je wil, ook in rare kleren, en krijgt er geen punten voor. Deed me erg aan mijn lagereschooltijd denken. Vooral het aspect ‘geen punten’ stond me aan, want na al die euforische dan wel diepongelukkige sporters had ik net iets te veel plaatsvervangende emoties doorgemaakt.

lees verder