Archief van berichten op 21 augustus 2008

Ooit werkte ik, net als iedere andere noodlijdende student, bij een telemarketing-onderzoek-mensen-onder-het-eten-lastigvalbedrijf. Ik moest vanaf een uur of zeven ’s avonds mensen opbellen met complexe meerkeuzevragen als ‘Bevalt Dash u matig, goed, een beetje goed, heel goed, uitmuntend, zeer uitmuntend, fantastisch, of zo goed dat u het bijna niet kunt bevatten?’

Bij het bellen kreeg ik vaak eenzame oude mannen aan de lijn, op de rand van zelfmoord, die in mij, de telemarketingonderzoeksvrouw, hun laatste luisterend oor hadden gevonden. Zo’n man vertelde dan honderduit over zijn eigen, afschuwelijke leven, dat nu aan een zijden draadje hing, want die depressie ging maar niet over, en hij zat al drie weken alleen thuis, met slechts een rol beschuit en een fles jenever. De supervisor, die met onze gesprekken meeluisterde, maakte dan woeste afkapbewegingen met haar hand. Ik mocht mijn tijd niet verkwisten aan dit soort figuren.

lees verder

De Spelen zijn bijna voorbij. Wat taal betreft is dat jammer. Want er is iets met taal en de Spelen. Ten eerste is het mysterieus dat er sommige mensen zijn die ‘Olumpische Spelen’ zeggen, in plaats van ‘Olimpische Spelen.’ Is dit een invloed uit het Duits? Maar dan nog: waarom volhardt die kleine minderheid in deze uitspraak? Of horen ze het verschil niet?

Daarnaast, bleek de afgelopen weken, is het totaal passé om het woord ‘medaille’ te gebruiken. Het is nu ‘plak’ voor en ‘plak’ na. Of ‘het goud’. Of, als je Mart Smeets heet: ‘De dag van het edelmetaal.’ Alles om het woord ‘medaille’ te vermijden.

Verder gaat het bij de Spelen, en eigenlijk bij alle sport, vooral om de werkwoorden. Wie als sportkenner over wil komen, doet er goed aan de sportwerkwoorden uit het hoofd te leren. ‘Winnen’ klinkt bijvoorbeeld veel te passief, alsof die plak je in de schoot geworpen wordt. Daarom is ‘pakken’ een beter woord: ‘En ze pakken het goud!’ Valt alles tegen, dan kun je zeggen: ‘Het is er gewoon niet helemaal uitgekomen.’ Een mooie zin, omdat vooral duidelijk wordt dat ‘het’ er wél in zit. En dat ‘het’ er dus op een ander moment alsnog ineens uit kan komen.

Verreweg het meest gebruikte sportwerkwoord is ‘er voor gaan’. Nu bestaat deze uitdrukking, schat ik, sinds de jaren tachtig. Destijds was het een woord voor mensen die in geëxalteerde staat verkeerden. Ze deden bijvoorbeeld mee aan Sterrenslag, en dan keken ze met woeste oogopslag in de camera, al gillende: ‘We gaan er voooooor!!!’

Inmiddels is ‘er voor gaan’ een heel normaal en rustig woord geworden. Je kunt ook specifiek zeggen waar je voor gaat. ‘Nou, we gingen dus voor goud. En dus niet voor minder. Nou en toen hebben we het goud dus ook gepakt.’ ‘En 2012, gaan jullie daar ook voor?’ ‘Dat sluiten we niet uit.’

Universiteiten moeten van Onderwijsminister Plasterk (PvdA) hun bachelors beter laten voorbereiden op een baan, meldde een klein ANP-berichtje dinsdag. Werknemers blijken de bachelor namelijk niet als volwaardig diploma te zien.

Nogal wiedes. Wie na drie jaar zijn studie voor gezien houdt, profileert zichzelf openlijk als luie onbenul, het klassieke geval van de gesjeesde student, te laks of zwakhoofdig om nog even de eindstreep te halen.

Plasterks voorstel is om minstens vier redenen schadelijk.

1) Het is een verkapt bezuinigingsvoorstel. Hoe eerder studenten de arbeidsmarkt opgaan, hoe minder ze de overheid kosten, en hoe eerder ze als soldaten voor de economie kunnen dienen.

2) Het past in de trend van de regering – door Balkenende eens verwoord als ‘kennis aan business koppelen’ – om het bedrijfsleven te laten dicteren wat universiteiten onderwijzen. Onafhankelijke intellectuele vorming en wetenschappelijk onderzoek komt daarmee aan de slavenband van Unilever, Shell en Ahold te hangen. Voor hbo-opleidingen is zoiets vanzelfsprekend: je past je studieprogramma aan de behoeften van werkgevers aan, als een maatkostuum geleverd op bestelling.

3) Het voorstel komt tegemoet aan de wens van PvdA-leider Wouter Bos, die drie jaar geleden al riep dat het onderscheid tussen hbo en universiteit moet worden afgeschaft. In de praktijk betekent dit dat je de universiteiten afschaft, en een hoger onderwijs in studiehuis-/Tweede Fasestijl creëert. Terwijl het puin van dit PvdA-debacle uit het voortgezet onderwijs nog niet geruimd is, staat de partij al klaar met de volgende sloopbal, die voor het wetenschappelijk onderwijs.

4) Het is een treurig voorbeeld van een omvormingsproces waarbij het systeem doel op zich is geworden. Zonder dat we goed wisten waarom, kregen we het bachelor-mastersysteem, en nu dit een nutteloze operatie blijkt te zijn – ? een universitaire bachelor heeft alleen een symbolische waarde, ongeveer zoals de vroegere propedeuse – ?moet die praktijk zich maar aanpassen aan het systeem.

Van een minister uit een universitair achterland is dat diep teleurstellend.

Christiaan Weijts