Het is heel erg, maar ik geloof dat ik een beetje in een zwart gat ga vallen nu de Olympische Spelen voorbij zijn.
Ik heb niets met sport, maar door drie factoren raakte ik nogal verzeild in de Spelen. Ten eerste heb ik een vriend die voordeed hoe je van de Spelen moet genieten: liggend op de bank vanaf ’s morgens vroeg elke sport die zich aandient aan je voorbij laten trekken.
Sport is natuurlijk een saaie aangelegenheid: de een rent hard, de volgende rent harder, en weer een ander rent het hardst. Maar de Nederlandse sporters hadden boeiende Oprah-verhalen: Deborah Gravenstijn, die familie- en scheidingsleed achter de rug had, en zilver won met judo. En die lieve kale zwemmer: leukemie gehad, tóch eindeloos het IJ blijven overzwemmen, en dan goud winnen. Persoonlijk leed maakt een mens boeiend, overwonnen persoonlijk leed is nog fijner, en overwonnen persoonlijk leed bekroond met een olympische medaille is het allerfijnst.



