Archief van berichten op 28 augustus 2008

Het dreigde weer even heel erg komkommertijd te worden in Nederland, maar toen diende Mohammed Enait zich gelukkig aan, een grote, bebaarde moslim met een gebreid mutsje die graag klantmanager wilde worden bij de Sociale Dienst in Rotterdam, maar niet werd aangenomen omdat hij vrouwen geen hand wil geven.

Gaap, Mohammed, zou je denken, bedenk eens wat nieuws. Vrouwen geen hand geven, dat is zo 2007, dat is zo Rita Verdonk, dat is zo oude imam. Weiger eens wat anders – knipogen, bijvoorbeeld, of ‘hoi’ zeggen als afscheidsgroet.

lees verder

Hillary moet zich verheugd hebben op deze zin in haar toespraak afgelopen dinsdag: ‘No way, no how, no McCain.’ Het kwam er in ieder geval heel krachtig uit. Als een drietrapsraket.

Maar dat ‘no way’ klonk toch wat raar, in mijn oren dan. En dat komt omdat ‘no way’ allang is overgenomen in Nederland, maar niet door de mensen die er echt toe doen.

In Nederland zul je een serieus politicus niet zo snel ‘no way’ horen zeggen. ‘We gaan dus echt no way afstappen van die Joint Strike Fighter. No way.’ Dat klinkt niet.

‘No way’ is in Nederland het bezit van jonge mensen die zich intensief hebben laten inspireren door Amerikaanse televisieseries. Ik zie een student voor me, een meisje, met een blije paardenstaart. Ze zegt bijvoorbeeld: ‘Ik ga écht niet nog een keer dat tentamen doen, no way!’ Of: ‘No way! Ben je met hem naar bed geweest? No. Way.’

Er zijn meer Amerikaanse uitspraken die thuishoren in deze categorie: ‘En toen had ik echt zoiets van, whatever, dan doe je het toch lekker allemaal in je eentje.’

Of deze, nog redelijk recent geïmporteerde: ‘Mijn ouders moeten maar accepteren dat ik rook, ik bedoel, ik ben geen kind meer, talk to the hand weet je.’

Of deze, voor de meer opgeruimde momenten van het leven: ‘Enniewee, gaan we nog koffie doen?’

Omdat zulke Amerikaanse uitroepjes in Nederland behoren tot het domein van de jonge mensen zonder macht, klonk het bij Hillary ineens ook een beetje kinderachtig. Alsof ze elk moment haar haar van de ene naar de andere kant zou kunnen gooien en zeggen: ‘Nou ja, whatever.’

Waarbij het volgende zij opgemerkt: de ‘no way’-zeggende studentenmeisjes beheersen over een jaar of tien natuurlijk wél de Nederlandse politiek, dus dan gaan we ‘no way’ vanzelf ook serieus nemen.

Volgens de politieke barometer zijn Rita Verdonk en Geert Wilders samen goed voor 26 zetels. Dat is exact het aantal dat Pim Fortuyn op 15 mei 2002 behaalde. Wat betekent dit? Waarschijnlijk dat Marx gelijk had met zijn gedachte over hoe de geschiedenis zich herhaalt: ‘de eerste keer als tragedie, de tweede keer als komedie’.

In haar optredens gedraagt Verdonk zich als erfgenaam van Fortuyn, maar doordat zij niet bedeeld is met de vitale intuïtie en retorische zwier van die tragische populist, wordt ze een groteske, komische navolger.

Dinsdagavond zat ze bij Knevel & Van den Brink tegenover ‘handenschudweigeraar’ Mohammed Enait. Volgens Verdonk begint het met geen-hand-meer-krijgen en moet ze straks met een hoofddoek om over straat. Ze zei nog net niet voor haar clitoris te vrezen, maar het is overduidelijk dat deze vrouw doodsbenauwd is. Het komische effect zit hem vooral in het irreële karakter van haar angsten, en de Don Quichotterige bravoure waarmee ze haar fantoomtegenstanders te lijf gaat.

In werkelijkheid is er niets bedreigend aan dat handjevol dwazen dat geen vrouwenhanden schudt. De uitvergroting in de media van dit randverschijnsel overschaduwt het echte integratiedebat.

„U creëert bipolaire conceptualisaties!” brieste Enait, die zich klaarblijkelijk goed heeft ingelezen in al die poststructuralistische, postkoloniale en post-God-weet-wat-tralalalaria die aan universiteiten een tijdje bon ton zijn geweest. Ook bij Nova sprak Enait laatst in dit hermetische abacadabra. Enaits taalgebruik is een voorbeeld van hypercorrectie.

Ook dat is komisch, en het EO-presentatorduo schuddebuikte dan ook van plezier. Al zit er wel een tragisch randje rond deze humor: Enait had het met deze uitspraak namelijk een zeldzame keer bij het rechte eind. Verdonk en Wilders dragen hun fantoomfobieën over aan de ontvankelijke massa, door ze het schrikbeeld van een verislamiseerd Nederland voor te houden en een vijandige tweedeling te stimuleren.

Dat gevaar laat zich echter eenvoudig bestrijden. Namelijk door dit soort discussies te bekijken als wat ze zijn: humoristisch amusement, niets meer en niets minder.

Christiaan Weijts