Archief van berichten op 4 september 2008

Heel ver weg zat ik van mijn idool, op de allerbelabberdste plaatsen, met kaartjes die ik op de dag zelf had gekocht. In de verte zag ik een blond figuurtje heen en weer springen.

Dat moest Madonna zijn. Dat is Madonna, zei ik steeds maar tegen mezelf. Zij is in dezelfde ruimte als ik. Zij zingt nu samen met mij een lied – oké, niet een intens duet waarbij wij elkaar in de ogen kijken, maar toch, zij zingt nu, hier, een lied en ik zing, vanaf mijn plaatsje, elk woord mee.

En toch geloofde ik het niet helemaal. Madonna’s directe aanwezigheid in mijn leven bleek niet te bevatten. Het hielp ook niet dat ze af en toe helemaal van het podium verdween en ons met onze honderdeurokaartjes liet kijken naar een scherm waarop zij zong in een videoclip. Ik ben best modern, maar ik vind het niet leuk om tijdens een concert te kijken naar een videoclip.

lees verder

Mensen vragen graag aan elkaar hoe het gaat. Waarom dat is, geen idee, want op een eerlijk antwoord zit niemand te wachten.

Gelukkig weet iedereen dat het zo werkt, dus als er gevraagd wordt: ‘Hoe gaat het?’ dan antwoord je braaf: ‘Goed!’ Of, als je echt niet kunt verbergen dat het slecht gaat: ‘Goed! Jaaaaa, druk! Dat wel!’

Alleen de meest bedroefde en depressieve mensen zijn nog weleens eerlijk, die zeggen: ‘Volkomen kut.’ Wat helaas nooit tot gevolg heeft dat hun leven ter plekke gered wordt door de toehoorders.

De meeste mensen willen dus, begrijpelijk, helemaal niet kwijt hoe het echt gaat, want je schiet er niets mee op. Ooit weleens iemand ontmoet die op jouw ‘Goed!’ begon van: ‘Maar… hoe gaat het nou écht met je?’ Daar wil je toch met een heel grote bijl op inhakken?

Ook al wil bijna niemand vertellen hoe het echt gaat, toch zijn er tactieken om als vraagsteller nogmaals duidelijk te maken dat je echt, écht niet zit te wachten op ellende. Zelf betrapte ik me laatst op deze: ‘Alles goed?’ Waarmee ik, heel dwingend, niet eens de mogelijkheid openliet dat sommige dingen ook minder goed zouden kunnen gaan. Nee, álles moest goed zijn. Degene aan wie ik het vroeg antwoordde: ‘Mmmmmmwah…’ Dat had ik natuurlijk ook wel gezien, dat het er bij hem nogal mwah aan toeging. Toch was ook dit geen teken voor mij om mijn medemenselijke hulp te bieden, want ik riep: ‘Nou, sterkte dan!’ En liep weer door. Geen interactie om trots op te zijn.

Nog effectiever, als je echt niet wilt weten hoe het gaat is dit zinnetje: ‘Hoeissie?’ Door het woord ‘jij’ of ‘jou’ maar helemaal te vervangen geven we zonneklaar aan dat het hier niet gaat om een vraag, maar meer om een ontmoetingsritueel. De aangesprokene is nu verplicht om te zeggen: ‘Ja, lekker hoor.’

Als politici meer literatuur zouden lezen, zou de wereld er een stuk beter voor staan. Die stelling las ik laatst in een essay van de Russische schrijver en Nobelprijswinnaar Joseph Brodsky. Even dacht ik dat we met Jan Peter Balkenende dan toch een goede leider hebben.

Voor het zomerreces geeft hij zijn kabinetsleden namelijk altijd een roman cadeau; dit jaar eentje van Dave Eggers. Zelf heeft hij Karakter van F. Bordewijk herlezen, zo bleek maandag bij zijn toespraak aan de Erasmus Universiteit, waar hij de held uit „dit puur Rotterdamse boek” als lichtend voorbeeld wilde stellen voor een „nieuw arbeidsethos”.

Over de held Katadreuffe zei Balkenende: „Hij werkt, studeert, brengt offers en grijpt de kansen die hem geboden worden met beide handen aan. Ondanks – of misschien wel mede dankzij – de tegenwerking van zijn vader, weet hij uiteindelijk zijn ideaal te bereiken. Een kwestie van karakter.”

Hier verstomt het verstand. Heeft de premier het boek wel gelézen? Dan wist hij dat Karakter juist over de ontluistering en schaduwkant gaat van dit arbeidsethos. In zijn verbeten strijd om een positie verliest Katadreuffe oog voor wat werkelijk van belang is, zoals menselijke relaties.

Verblind door wat Balkenende prijst als „het vermogen door te zetten” loopt de hoofdpersoon ondermeer een grote liefde mis. Bordewijk waarschuwt voor de emotionele verkilling waar Katadreuffe zich op de laatste pagina’s van het boek pijnlijk bewust van is.

Op de slotpagina denkt de tragische held aan zijn moeder: ‘En hoe triest was dat, hoe ánders hadden zij samen moeten zijn, deze vrouw en hij.’ Dan valt ook het motto op z’n plaats: A sadder and a wiser man / He rose the morrow morn (Samuel T. Coleridge).

Het is ongelooflijk: Balkenende heeft het einde niet gelezen! Al zijn paternalistische praatjes over ‘het karakter van Nederland’ en ‘karakter op de werkvloer’ hangt hij op aan een roman die hier nu juist een lange neus naar trekt.

Uw premier vindt dat u niet hard genoeg werkt. Op zo’n karakterloze aanval past maar één antwoord: ga Bordewijk lezen, onderuitgezakt tegen een parkboom.

Christiaan Weijts