jan blokker: Het format en de Tweede Pinksterdag
Laatst kreeg ik een exemplaar van het magazine Miljonair in de bus – ‘een zwaargewicht in het luxe tijdschriftensegment’, sprak een bijgevoegd reclamekaartje.
Het was inderdaad nog een hele hijs om het de trap op te krijgen, maar ik had het er graag voor over. Wie zou zich niet de koning te rijk voelen als zo’n blad ineens op z’n mat lag? Kennelijk taxeren ze je dan op een prospect, die langzamerhand toe is aan ‘alles wat de verwende levensgenieter interesseert’, dus zeker aan een profiel van Theo Heuft (collega-miljonair), de voormalige eigenaar van Yab Yum.
Maar het zat weer eens anders dan m’n fantasie had gehoopt. Aan de omvangrijkste plastic verpakking die ik ooit in het tijdschriftensegment was tegengekomen, was een briefje vastgeplakt van de eindredacteur, die me ‘één uurtje van uw ongetwijfeld kostbare tijd’ vroeg om er via een interview achter te komen wat ik zelf beschouwde als ‘mijn dierbaarste ding’. Die man benaderde me dus niet als levensgenieter maar als broodschrijver, en hij nam aan dat ik alleen al van z’n aanbod een gat in de lucht zou springen, want hij zweeg over een getal met minstens 3 à 4 nullen waarmee hij het uurtje van mijn kostbare tijd zou moeten betalen.
Mijn dierbaarste ding. Hoe komt iemand er op. Maar vermoedelijk was hij tot vorig jaar al eindredacteur geweest van magazines over auto’s, patisserieën of dameskleding, en daar had hij ook steeds veel succes geoogst met zulke dingetjes. Je moet als eindredacteur van een doelgroepglossy natuurlijk aan je specifieke achterban denken – maar een autoliefhebber is niet vies van een taartje, en een banketbakker niet van een jurk van Viktor en Rolf, en iedereen is nieuwsgierig naar het dierbaarste ding van een bekende Nederlander. Daar hoef je niet eens miljonair voor te zijn.
Getverderrie.
Volgens mij komt het allemaal van het format, de vloek van deze tijd. Of het nou om boeken, tijdschriften, kranten, radio. televisie of muziek gaat – en dan heb je driekwart van een mensenleven al bij mekaar – alles zucht onder de tirannie van de netmanagersoort die haat wat naar creativiteit zweemt, en niet tevreden is voor hij de hele samenleving heeft ondergebracht in slots, wat Engels is voor spleet, plaatsje, ruimte. Alles moet passen. Alles moet niet meer te maken hebben met m’n kostbare tijd, maar met een gaatje in m’n agenda. En alles moet elke dag even kort zijn als gisteren tezelfdertijd
Vroeger zette ik radio alleen aan voor het Radio 1 Journaal. Weliswaar raakte dat ook nogal vervuild van dierbaarste dingen, maar lang niet vuil genoeg voor de onzichtbare dictators van het Bestel. Gisteren viel ik na het nieuws van 12 uur ’s middags in een programma dat Lunch! heette. Een uur lang louter glossy: een ‘radiodagboek’ , een ‘media-lunchpakket’, een kwis, en iets waar een bekende Nederlander tachtig seconden over mag doen. Dierbaarste dingen, dat het je strot uitkwam.
Gelukkig valt nog een zeldzame keer iets uit de toon, zoals onlangs toen Tineke Huizinga zich tegenover de EO liet ontvallen dat het mohammedaanse Suikerfeest ooit wel een nationale feestdag zou kunnen worden. Goeie god! Je zag Wilders en zijn geestverwanten bij wijze van spreken al schuimbekkend naar de interruptiemicrofoon stormen. En Tineke – toch al niet Balkenendes snuggerste; die nu nota bene ook nog politiek verantwoordelijk schijnt te moeten worden voor die vitale dijkbewaking – maakte het nog erger, door te zeggen dat het aantal islamieten dan eerst natuurlijk nog flink moet groeien.
Pas toen ze zo ver buiten haar format was getreden, kwam ze bij zinnen en voor de Tweede Pinksterdag bleef ze pal staan als Sarah Palin. Een christelijk gaatje in ieders agenda.



