jan blokker: De visioenen van Balkenende ? en mijn haalbaarheid

Hoe graag had ik al was het maar één keer in de Amsterdamse Noord-Zuidlijn willen rijden! Hij zou aanvankelijk volgend jaar klaar zijn geweest, en al vanaf 2002 heb ik daar welbewust naar toe geleefd. Als ik m’n best deed (stoppen met roken, veel fruit eten, elke dag een blokje om, misschien een sportschool, anders thuis een roeimachine) moest ik 2009 kunnen halen.

Na een poosje hoorde ik dat er wat vertraging in de werkzaamheden waren opgetreden. Het zou vermoedelijk 2011 worden. Kort daarna boorden ze per ongeluk een paar fundamenten in de Vijzelstraat omver, en er wordt nu gesproken van 2015 of 2016. Toen vermoedde ik dat ik de eerste rit op m’n buik kon schrijven, en schrapte de sportschool.

Toch gaat er altijd iets vitaliserends uit van dingen waar je reikhalzend naar uit kijkt, en daarom begin ik ook steeds meer schik te krijgen in Balkenende-IV dat bijna elke dag een visioen presenteert waarvan ik de verwerkelijking graag wil meemaken. Ik weet dat ik statistisch gesproken dood moet zijn tegen de tijd dat bijvoorbeeld de CO2-uitstoot 20 procent minder is geworden. Maar wat heb ik eigenlijk met de statistiek te maken als ik zo’n mijlpaal met alle geweld wil meemaken?

Of neem het jaar 2028, als de Olympische Spelen aan Amsterdam zijn gegund, en de sporters het nieuwe stadion van Rem Koolhaas met Hollandse boerensjezen worden binnengereden omdat de Noord-Zuidlijn jammer genoeg net niet op tijd was klaargekomen. Het hele kabinet Balkenende-XIII glimt van trots als het krasse kruidenvrouwtje Jacqueline Cramer (tenslotte ook nog pas 77) de milieuvriendelijke spaarvlam heeft aangestoken. Zou ik daar niet bij mogen zijn?

Twaalf jaar later heeft mijn leefomgeving een nieuw jasje gekregen. ‘Aangenomen dat je dát nog zult zien’, zegt u, want tegen die tijd schrijven we alweer 2040. Maar waar een wil is is een weg, heb ik wel eens horen zeggen. En wie zou de implementering van Stuurvisie Randstad niet willen beleven? Overal hoogbouw, doorregen met hier een kerncentrale, daar een stadspark, ginder de vetste koeien op de groenste weilanden, en Amsterdam eindelijk een miljoenenstad! Van de verpleeginrichting laat ik me elke ochtend door de zuster zevenendertig verdiepingen met de lift naar beneden brengen, om vervolgens met de wheelchair door een onherkenbaar Amsterdam te rijden langs alle metropolitane recreatieplekken die in 2008 door de toen nog jonge Limburgse allochtoon Camiel Eurlings waren ontworpen.

Hoever liggen de herinneringen dan al achter ons aan de structurele hervormingen die André Rouvoet in de jeugd- en gezinszorg doorvoerde, of aan de verrassende begroting voor het jaar 2009 waarin – ofschoon iedereen zich op een depressie voorbereidde – een lastenverlichting van 3 miljard werd beloofd, terwijl Aboutaleb voor elke stille arme met Kerstmis ook nog een aalmoes van 50 euro had? Allemaal Balkenende IV, het meest sociale kabinet sinds de dagen van Willem Drees.

Intussen ben ik natuurlijk gestaag aan mijn conditie blijven doorwerken. Nooit meer gerookt, alle dagen fruit (‘an apple a day keeps the doctor away’), met grote regelmaat een blokje om in de rolstoel, en elke avond voor het slapen gaan aan de nachthulp vragen of ze me nog even voor een kwartiertje in de roeimachine wil tillen.

Want er blijft nog iets wenken: het resultaat van de tweede Deltacommissie die heeft gezegd dat we elk jaar een miljard opzij moeten leggen, zodat we ons in 2099 geen kopzorg meer hoeven maken over de opgewonden film van Al Gore. Als er nou iets is wat je als eenentwintigste-eeuwer niet mag missen, dan zijn het wel de plannen van Veerman.

Oké, ik geef toe dat ik ’t absoluut niet zal halen.

Maar halen zij ’t?