Archief van berichten op 11 september 2008

Zo ergens begin september, nu dus, als het gevoel opdoemt dat je misschien niet als projectmanager op een kantoor in Hoofddorp zou moeten werken, maar dat het je roeping is om de immer op blote voeten lopende eigenaar te zijn van een ecologische stiltecamping in een mediterraan oord, dan moet je vanavond naar Ik vertrek kijken.

Ik vertrek verloopt meestal zo: een Nederlands echtpaar is het kikkerlandje zat en koopt een camping in Frankrijk. Na de aankoop blijkt de camping op moerasgrond gebouwd en overspoeld door kakkerlakken/Duitse motorrijders. Ook is de verkopende partij een gemene man die al jaren de wc’s niet heeft schoongemaakt en heeft verzwegen dat er agressieve wilde zwijnen op het campingterrein wonen. Vervolgens komen er geen gasten, gaat het echtpaar elkaar haten, en belt de bank om de drie minuten om de gigantische schuld, die gemaakt is voor deze onderneming, te innen. Niet de Italiaanse Droom, maar de Franse Nachtmerrie.

lees verder

Ik heb een theorette waarvan ik hoop dat iemand er nog eens een scriptie over wil schrijven zodat blijkt dat ik gelijk heb. Hier is ’ie: Toen het geloof in Nederland minder populair werd (ontkerkelijking), werd het woord geloof juist een stuk populairder.

Het nieuwe ‘geloven’ (ook vaak verbasterd tot: gloven, gloofde, gegloofd) heeft niets met heiligheid te maken, en daarom kun je het voor van alles gebruiken, bijvoorbeeld in de betekenis ‘zeker weten’. ‘Ik geloof dat je beter nog even langs kunt gaan bij oma’, dat is min of meer een rechtstreeks bevel.

‘Ik geloof niet dat dat de bedoeling is’ is de opmaat voor een zware reprimande, waarbij die ongedefinieerde ‘bedoeling’ een extra dreiging vormt.

En: ‘Ik geloof dat dat rapport nog niet helemaal af is’, is een manier om te zeggen: ‘Het rapport is zeker niet af, maar ik ben niet bereid daar de volle verantwoordelijkheid voor te nemen.’

Dat het woord ‘geloven’ gebruikt wordt om de waarheid te verdraaien is natuurlijk al vervelend genoeg voor mensen die nog klassiek geloven in God of iets aanverwants. Maar wat helemaal moet steken is dat ‘geloven’ sinds een aantal jaar nog veel breder gebruikt wordt. Een paar voorbeelden: ‘Ik geloof niet in anti-aanbakpannen.’ ‘Wij geloven niet in monogamie.’ ‘Ik geloof gewoon helemaal niet in aardig doen om het aardig doen.’

Geloven heeft in deze betekenis niets meer te maken met ‘denken dat iets waar is’. Nee, het betekent dat je een mening hebt, die je graag zwaar wilt aanzetten, zodat anderen denken: ‘Wow, hij/zij víndt echt dingen!’ Daarnaast is het een fijne uiting van je knotsgekke individualiteit; dat is ook nooit weg.

En het werkt. Probeer het maar eens uit met een of andere onbeduidende mening die je hebt. Bijvoorbeeld: ‘Ik vind de Teletubbies stom.’ Zeg het nu eens zo: ‘Ik geloof niet in de Teletubbies.’ Klinkt meteen al een stuk interessanter, toch?

Hoe beroerd de mensheid eraan toe is, zie je door naar haar reclames te kijken. Al die utopische beelden vormen een inventaris van haar tekorten. De photoshopparadijzen van soepele jonge huiden, ranke lijven, blinkende gebitten en gelukkige gezinnen zijn een exact fotonegatief van de werkelijkheid: rimpelige vetzakken met slechte tanden en gebroken gezinnen.

Lange tijd dacht ik dat de reclamewereld patent had op dit omkeertrucje, maar het wordt mij steeds duidelijker dat heel veel instanties het graag opvoeren. Niet in de laatste plaats de overheid.

Deze week kwam naar buiten dat in Nederland duizenden hectaren industrie- en bedrijventerrein staan te verpauperen. Het ministerie van Economische Zaken heeft er een ‘taskforce’ op gezet. Klinkt stoer: taskforce. Je stelt je er Ghostbusters-achtige strijders bij voor die de boel wel even een extreme make over geven. In werkelijkheid zijn het bureauambtenaren die een rapport schrijven. De titel: Kansen voor Kwaliteit.

Kansen. Bij dat woord moet je altijd even een mentale omkeermanoeuvre uitvoeren. Kansjongeren en kanswijken zijn immers de camouflagenamen van de grotestedenproblematiek, zoals gehandicapten ooit ‘mensen met mogelijkheden’ werden. Wie de pijnpunten van Nederland wil vinden, hoeft alleen maar het woord ‘kansen’ in de zoekschermen van de ministeries in te voeren.

Kansen voor het Nederlandse volksgezondheidsbeleid; Kansen voor duurzaamheid; Kansen voor Innovaties openbaar vervoer Noord-Holland noord. Of een milieuproject van melkveehouders en het ministerie van Landbouw: Koeien en Kansen.

Alsof al deze verbale schaamlappen niet gênant genoeg zijn, uiten die taskforce-ambtenaren zich louter in zinnen als: „De herprofilering biedt daarentegen zodanige kansen voor waardecreatie dat deze grotendeels financieel sluitend moet kunnen worden gerealiseerd. (…) Het tempo van de inhaalslag zal dan ook omhoog moeten, wil de herstructureringsmoed niet in de schoenen zakken.”

Eén kans lijkt me levensgroot: dat het woord ‘kans’ in de toekomst synoniem wordt met ellende, bonje en misère. Daarvan zakt de herstructureringsmoed je in de schoenen.

Christiaan Weijts