Aaf Brandt Corstius: Uitzinnig dol op ijsbeerbaby?s, net als ieder ander weldenkend mens
Je herinnert je vast nog wel Knut, de ijsbeerbaby uit Berlijn die inmiddels is uitgegroeid tot een vaalgrijze, honderd kilo wegende beer voor wie, laten we eerlijk zijn, alleen nog Al Gore ontroering kan opbrengen. En herinner je je ook nog Thomas Dörflein? Zijn verzorger? De man die betaald werd om urenlang met een ijsbeertje te ravotten, hem de fles te geven en intiem liefdescontact te hebben? De man, kortom, op wiens beroep ik zo jaloers was dat ik daar een heel stukje aan had gewijd?
Nou, die is dood. Nee, niet Knut. Thomas Dörflein.
Als ik lees dat een relatief jong iemand onverwachts overleden is, denk ik altijd dat hij zelfmoord heeft gepleegd. Dat komt omdat mijn vader me ooit heeft geleerd, toen hij me onderricht gaf over overlijdensadvertenties: ‘Als er ‘onverwachts overleden’ staat, betekent dat: zelfmoord.’
Dat is natuurlijk helemaal niet waar, maar zoiets blijft toch hangen. Dus toen ik las dat Thomas Dörflein onverwachts overleden was, en meteen veronderstelde dat hij zelfmoord had gepleegd, viel alles op zijn plek.
Ik vond Dörflein altijd wel erg innig, met die Knut. Tuurlijk, ik ben ook uitzinnig dol op ijsbeerbaby’s, net als ieder ander weldenkend mens, maar Dörflein was dat op een andere manier. Als ik hem in een van de vele nieuwsitems over Knut zag, keek Dörflein altijd zo minzaam naar de dierentuinbezoekers. Zo van: ‘Jullie zien alleen een pluizig wit knuffelbeertje, maar ik zie de echte Knut. Ik begrijp hem.’
In de zomer had ik gelezen dat Dörflein niet meer bij Knut mocht komen, omdat Knut inmiddels een mensverslindend roofdier van immense proporties was geworden. En nu, twee maanden later, was Dörflein dood.
Dat was zo klaar als een klontje, dacht ik. Dörflein zag het niet meer zitten zonder Knut. Zo wilde hij niet verder.
Maar goed, zo was het dus niet. Thomas Dörflein had geen gebroken hart. Hij was gewoon getrouwd met een aardige blonde vrouw. En hij heeft geen zelfmoord gepleegd; hij is overleden aan een hartaanval.
Hij hield wel van Knut. In het artikel Thomas Dörflein: was war er für ein Mensch? las ik dat Dörflein soms, ook toen Knut te groot en te eng was en Dörflein dus niet meer in het ijsberenverblijf mocht komen, stiekem toch naar Knut toe ging om samen te spelen.
Dat is liefde.
Nu hoop ik maar dat Knut niet ‘onverwachts doodgaat’.



