Archief van berichten op 25 september 2008

Bij de kapper ontmoette ik mijn eerste echte Amerikaanse economische vluchteling. Ze was vijftig, had haar hele leven haren geknipt in Florida, maar was van de zomer naar Amsterdam verhuisd omdat er in Amerika geen geld meer te verdienen viel. Amerikanen bezuinigen op hun kapsels.

Hier was ze weer van onderaf aan begonnen, met föhnen en vegen. Maar Amerikanen vinden het niet erg om opnieuw te beginnen. Die zien er de glamour van in, een kans om opnieuw het hele krantenjongen-miljonairparcours af te leggen. Opgetogen vertelde ze dat ze nu in een studentenkamer woonde met een matras op de grond. Dat kamertje had ze trouwens wel eerst laten ontsmetten door een werkster.

lees verder

Twan Huys zei afgelopen maandag in Nova: „De separeercel. Klinkt als de hel.” Dat klopt natuurlijk wel; als je in een separeercel moet zitten, weet je waarschijnlijk vrij goed hoe de hel voelt. Toch klonk Twans uitspraak een beetje raar, en dat komt doordat het woord ‘hel’ de laatste jaren aan een ongekende betekenisinflatie onderhevig is geweest. „Fuck, het regent. Wat een hel.” Of: „Ik moet naar het feestje van Natasha, nou, dat is dus echt De Hel, want daar gaat het gegarandeerd de hele avond over fiscaal recht.” De hel betekent inmiddels ‘iets waar ik geen zin in heb’ of ‘iets wat een beetje tegenviel’. Toch iets anders dan een vlammenzee waarin je terecht komt na een zondig leven.

Je kunt het tegenwoordig trouwens ook hebben over ‘de complete hel’ (je vraagt je af wat de incomplete hel dan is; een lauw-warme vlammenzee?), of ‘een totale hel’ („Dat zeilweekend was echt een totale hel. Drie dagen liggen kotsen.”)

Dat Twan Huys de separeercel ‘de hel’ noemde, kwam dus eigenlijk te casual over. Ik betrapte me op de gedachte: „De hel, Twan? Die separeercel is echt wel iets erger dan de hel, hoor!”

Zoals voor de meeste uitspraken geldt, is de betekenis ervan nogal afhankelijk van wie hem uit, en met welke intentie. ‘De hel’ is dus alleen maar ongevaarlijk als de spreker er iets ongevaarlijks mee bedoelt. Dat de hel ook heel ongezellig kan zijn, bleek laatst in het onvolprezen tv-programma Puberruil XL. Daarin werd een heel lieve puber tijdens een christelijk kringgesprek toegevoegd dat zij in haar huidige, heidense staat zéker in de hel terecht zou komen. De klassieke hel, welteverstaan, inclusief duivel. Er werd natuurlijk heel blij-christelijk en warm-menselijk overheen gepraat, want bekering zou een hoop oplossen, maar toen was de sfeer helaas al helemaal naar God.

Het grote nieuws van deze nazomer is dat het verleden niet vredig ligt te slapen, maar een sluipende panter is die ons elk moment kan bespringen. Kregen voorheen alleen nog kandidaten in verkiezingstijd de tanden in hun nek (een alcohol- of fraudeverleden, een foute minnares), deze nazomer lijkt, zelfs in vredestijd, niemand meer veilig.

Sinds het Duyvendakgebeuren ontdekte de journalistiek nieuwe stokken om slapende panters mee op te porren. Dat de Kamer op de eerste bijeenkomst na het reces in spoed debatteerde over een vage krabbel van jaren her is een schrijnend startschot van een seizoen van dirty politics en image bashing.

Wie iets ongerijmds deed (Rita Verdonks lidmaatschap van de Pacifistische Socialistische Partij) is even verdacht als wie iets níet deed (Defensieminister Eimert van Middelkoop (CU) is zelf nooit in dienst geweest).

Waarom zo’n ophef over dat PSP-verleden? Illustreert dat niet domweg de oude wijsheid: ‘Wie vóór z’n veertigste niet links is, heeft geen hart, wie ná z’n veertigste niet rechts is geen verstand’?

Dan Van Middelkoop. Ik kan me de interviewsituatie met Vrij Nederland exact voorstellen. Een gemoedelijke sfeer, een lacherige minister die wat jeugdherinneringen ophaalt: „Tijdens die twee dagen militaire keuring voelde ik: dit is helemaal niets voor mij. Hier ga ik doodongelukkig van worden.” De interviewer grinnikt joviaal mee, en mompelt even later: „Nou, ik denk dat ik het wel zo’n beetje heb…”

Nauwelijks heeft het interviewslachtoffer de hielen gelicht, of er gaat al een ronkend persbericht de deur uit. Terwijl: hoeveel ministers van Onderwijs hebben zelf nooit voor de klas gestaan? Is een directeur van een zuivelconcern incapabel als hij zelf nooit koeien molk? Komt Vrij Nederland eerdaags met de spectaculaire onthulling dat Landbouwminister Verburg nooit op een tractor akkertjes heeft omgeploegd, Volksgezondheidminister Ab Klink geen medicijnen studeerde?

Onzinnige beschuldigingen die alleen in een klimaat van oprukkende domheid weerklank vinden. Laag-bij-de-gronds imago-dissen is jammer genoeg al lang niet meer voorbehouden aan onbeschaafde landen als Amerika.

Dit is de nazomer van onze beschaving.

Christiaan Weijts