Aaf Brandt Corstius: Met Mamma Lula had hij in Parijs een heerlijke tijd gehad

Stevie Wonder had jarenlang geen zin om op te treden. Ik kon me er wel iets bij voorstellen, dat je na duizenden concerten met steeds minder geestdrift Isn’t she lovely ten gehore brengt.

Maar twee jaar geleden ging zijn moeder dood, en toen herontdekte Stevie, aldus Stevie zelf, ‘de helende kracht van muziek’.

Ik zeg: prima, die helende kracht, want daardoor kon ik hem voor het eerst van mijn leven live zien, in de Bercy-sporthal in Parijs. Het concert in Nederland was ik misgelopen.

Aangekomen in Bercy bleek dat we per ongeluk fantastische plaatsen hadden gereserveerd, pal naast het podium. Zoals iedereen weet, is Stevie Wonder redelijk honkvast tijdens optredens; hij zit aan zijn piano gekluisterd. Alleen zijn hoofd beweegt heen en weer. En tegen dat hoofd keken wij, van een klein afstandje, aan.

Stevie was een gezellig dikzakje geworden. Een soort Teletubbie, want hij was vooral aangekomen rond zijn heupen. Dit gegeven, gecombineerd met een enorm wit kostuum en de Stevie-glimlach, maakten hem tot iemand van wie je ogenblikkelijk moest houden.

Halverwege het concert werd die liefde alleen maar erger. Stevie vertelde over zijn moeder, Mamma Lula, die hem op zijn dertiende had vergezeld bij zijn eerste buitenlandse optreden. In Parijs. Stevie Wonder heette toen nog Little Stevie Wonder. Met Mamma Lula had hij in Parijs een heerlijke tijd gehad. De tranen liepen over zijn wangen terwijl hij het vertelde.

Hij herstelde, en ramde vrolijk voort op de piano, maar even later ging het weer mis. Bij de laatste noot van het lied Free, dat over de dood gaat (als je goed luistert), kromp Stevie in elkaar. Zijn hoofd legde hij op de piano. Even dacht ik dat hij een hartaanval kreeg.

Maar Stevie huilde. En niet zo’n beetje ook. Zijn dochter Aïsha, die godzijdank in het achtergrondkoortje zong, moest eraan te pas komen, en zijn grote betraande hoofd droogdeppen met een handdoekje. Iedereen in het publiek wist: deze tranen waren voor Mamma Lula.

Wie mij een beetje kent, weet dat ik vanaf dat moment bereid was om alles te doen om Stevie’s leven op te vrolijken. Na nog wat liedjes sommeerde hij het publiek om samen met hem ‘Baaaaaaa-rack Oba-MA!’ te scanderen. Honderd keer achter elkaar, ongeveer.

Die flauwe Fransen deden maar halfslachtig mee, maar ik schreeuwde zo hard als ik kon. Voor Obama, maar vooral voor Stevie, in wie ik Little Stevie zag.

Aaf Brandt Corstius