Archief van berichten uit september

Het grote nieuws van deze nazomer is dat het verleden niet vredig ligt te slapen, maar een sluipende panter is die ons elk moment kan bespringen. Kregen voorheen alleen nog kandidaten in verkiezingstijd de tanden in hun nek (een alcohol- of fraudeverleden, een foute minnares), deze nazomer lijkt, zelfs in vredestijd, niemand meer veilig.

Sinds het Duyvendakgebeuren ontdekte de journalistiek nieuwe stokken om slapende panters mee op te porren. Dat de Kamer op de eerste bijeenkomst na het reces in spoed debatteerde over een vage krabbel van jaren her is een schrijnend startschot van een seizoen van dirty politics en image bashing.

Wie iets ongerijmds deed (Rita Verdonks lidmaatschap van de Pacifistische Socialistische Partij) is even verdacht als wie iets níet deed (Defensieminister Eimert van Middelkoop (CU) is zelf nooit in dienst geweest).

Waarom zo’n ophef over dat PSP-verleden? Illustreert dat niet domweg de oude wijsheid: ‘Wie vóór z’n veertigste niet links is, heeft geen hart, wie ná z’n veertigste niet rechts is geen verstand’?

Dan Van Middelkoop. Ik kan me de interviewsituatie met Vrij Nederland exact voorstellen. Een gemoedelijke sfeer, een lacherige minister die wat jeugdherinneringen ophaalt: „Tijdens die twee dagen militaire keuring voelde ik: dit is helemaal niets voor mij. Hier ga ik doodongelukkig van worden.” De interviewer grinnikt joviaal mee, en mompelt even later: „Nou, ik denk dat ik het wel zo’n beetje heb…”

Nauwelijks heeft het interviewslachtoffer de hielen gelicht, of er gaat al een ronkend persbericht de deur uit. Terwijl: hoeveel ministers van Onderwijs hebben zelf nooit voor de klas gestaan? Is een directeur van een zuivelconcern incapabel als hij zelf nooit koeien molk? Komt Vrij Nederland eerdaags met de spectaculaire onthulling dat Landbouwminister Verburg nooit op een tractor akkertjes heeft omgeploegd, Volksgezondheidminister Ab Klink geen medicijnen studeerde?

Onzinnige beschuldigingen die alleen in een klimaat van oprukkende domheid weerklank vinden. Laag-bij-de-gronds imago-dissen is jammer genoeg al lang niet meer voorbehouden aan onbeschaafde landen als Amerika.

Dit is de nazomer van onze beschaving.

Christiaan Weijts

Hoe wereldvreemd zijn politici?Europa in, dat willen ze graag. Wim van de Camp voor het CDA, Toine Manders en Hans van Baalen voor de VVD, Thijs Berman, Kris Douma en Jacques Monasch voor de PvdA, die verdringen mekaar straks voor de vliegtuigtrap naar het Europese Parlement. Kandidaat-lijsttrekkers! Europa, dat kennen ze. De Dordogne, de Costa Brava, Toscane, de Schotse Hooglanden, daar zijn ze allemaal wel ’s geweest – veel vaker dan in Cadzand, Emmer-Compascuum, of op weg naar Roermond over de A73, die ook wel eens de Eurlingsroute schijnt te worden genoemd.

lees verder

Je herinnert je vast nog wel Knut, de ijsbeerbaby uit Berlijn die inmiddels is uitgegroeid tot een vaalgrijze, honderd kilo wegende beer voor wie, laten we eerlijk zijn, alleen nog Al Gore ontroering kan opbrengen. En herinner je je ook nog Thomas Dörflein? Zijn verzorger? De man die betaald werd om urenlang met een ijsbeertje te ravotten, hem de fles te geven en intiem liefdescontact te hebben? De man, kortom, op wiens beroep ik zo jaloers was dat ik daar een heel stukje aan had gewijd?

Nou, die is dood. Nee, niet Knut. Thomas Dörflein.

lees verder

‘Maar ik kan, als gewoon mannetje die hier niks mee te maken heeft, rustig gaan slapen, toch?” Financieel analist Willem Middelkoop had net in De Wereld Draait Door zo uitvoerig uit de doeken gedaan hoe ernstig de kredietcrisis was, dat sidekick Giel Beelen toe was aan geruststelling: de normale burger heeft toch part noch deel aan deze ellende? Een begrijpelijke vraag. Maar ook een vraag die diep onbegrip verraadt.

Dat onbegrip is mede te danken aan het woord ‘kredietcrisis’ zelf. De term ‘crisis’ doet namelijk vermoeden dat het hier gaat om iets uitzonderlijks; een onvoorzien incident; een uit de hand gelopen situatie. Maar niets is minder waar. De ‘kredietcrisis’ is, net als de ‘energiecrisis’ en de ‘klimaatcrisis’, een volstrekt logisch en decennia geleden voorspeld gevolg van het door ons allen omarmde economische systeem – het kapitalisme.

lees verder

Toen mijn broer hier onlangs logeerde, sprak hij een belangrijke zin uit: ‘Ik geloof dat ik vannacht een mui.’

Ja, dat is niet een hele zin, dat weet ik, want hij is niet verder gekomen dan ‘Ik geloof dat ik vannacht een mui.’ Middenin die zin sprong ik op en riep ik verrukt uit: ‘Denk je dat ik muizen heb?’, waarop ik mij onmiddellijk naar alle asiels van Amsterdam en omstreken spoedde om twee katjes uit te zoeken.

Ik zat al een tijdje te wachten op een excuus om twee katjes te kopen, maar eigenlijk waren er alleen maar tegenargumenten te verzinnen. Ik ben vaak bij mijn vriend, ik heb een onregelmatig voederpatroon (zelf, dus mijn naasten ook), en natuurlijk was er nog die berg onverwerkte rouw omtrent mijn dode poes Suus.

lees verder

‘Nog in deze kabinetsperiode’, riep de minister van Verkeer en Waterstaat, ‘gaat op dertig plaatsen de schop in de grond om wegen te verbreden.’

Als ze het fileprobleem willen oplossen, zetten de verantwoordelijke politici altijd een beetje een keel op – alsof ook hun stembanden een vuist hebben gemaakt. ‘De knelpunten moeten aangepakt worden’, lichtte Camiel Eurlings nog toe. ‘Ik denk dat Nederland daar keihard aan toe is’.

Aanpakken, knelpunten, schop in de grond, keihard. De mobiliteit is altijd lawaaierig geweest. En ordinair natuurlijk – denk aan playmates op de motorkap van een glimmende nieuwe auto.

lees verder

Ik had geen zin in het diner van de Viva 400, de lijst van de vierhonderd succesvolste Nederlandse vrouwen volgens Viva. Dat zeg ik niet uit koketterie, want ik vind het best leuk om succesvolvolgensviva te zijn; ik twijfelde gewoon of ik een tafelconversatie gaande kon houden met driehonderdnegenennegentig vrouwen die ik niet kende.

Gelukkig stond mijn vriendin P. ook op de lijst. Dus we konden samen gaan. Misschien waren die succesvolle vrouwen enge types die meteen in een ‘netwerk’ wilden, of een ‘project’ dreigden te beginnen, en dan zouden we in ieder geval elkaar hebben.

lees verder

Toen de jonge Britse effectenhandelaar Nick Leeson in 1995 eigenhandig een 233 jaar oude bank ten gronde richtte met zijn buitenproportionele financiële transacties, dacht iedereen dat het om een onverantwoordelijke gek ging die zijn gelijke niet kende. De financiële markt, had Leeson gezegd, was „één groot casino”.

Maar dertien jaar later zijn het niet langer individuen die zich onverantwoordelijk gedragen. De gekte gaat inmiddels hele instellingen aan.

Uit zijn boek en gelijknamige film Rogue Trader was al duidelijk geworden dat de desastreuze teloorgang van Barings veel meer mensen dan Leeson alleen aangerekend kon worden. Er was, zo stelde Leeson vast, niemand binnen het management van de bank geweest die had begrepen waar hij mee bezig was. Hij kon al jaren zijn gang gaan. De top van Barings kortom, trof ook blaam.

Niet dat er iemand boodschap heeft aan de analyses van een veroordeelde crimineel, maar sinds de een na de andere machtige financiële instelling implodeert, of op het punt staat dat te doen, lijkt de gevallen koning van de gokindustrie een ervaringsdeskundige met een vooruitziende blik.

De ondergang van Lehman Brothers, naar nu blijkt, is grotendeels te wijten aan onwetendheid. Volgens marktspecialisten is door het computertijdperk het aanbod van financiële producten zo divers en ondoorzichtig geworden, dat zelfs de grootste bollebozen door de bomen het bos niet zien. De top van de financiële wereld heeft geen flauw benul wat er in het veld wordt gespeeld. Als er maar wordt verdiend. En zo is het zicht op de risico’s van de markt volledig vertroebeld. Niet uit onwil, zo moeten we geloven, maar uit onkunde. De waaghalzen van de bankwereld zitten het gewoon uit. Eén groot casino dus.

Of ze er wakker van liggen? Vast en zeker. Maar de tijden zijn veranderd: onverantwoordelijk gedrag wordt niet langer één enkel individu aangerekend. De meesten zullen hun straf ontlopen. Dat menigeen berooid op straat belandt, is een schrale troost. Ze kunnen hun ervaringen altijd nog op papier zetten. Wie weet verkoopt het ook nog.

Waar komt in godsnaam het woord omvallen ineens vandaan? Alle Nederlandse nieuwslezers, alle krantenredacties, en alle papegaaien van het Binnenhof laten Amerikaanse banken en verzekeraars niet meer crashen, maar omvallen.

‘De karaf viel om, zodat de inhoud over tafel stroomde’, schrijft Van Dale in de veertiende, herziene uitgave (Utrecht/Antwerpen, 2005), als voorbeeld van de wijze waarop het woord omvallen in alledaags spraakgebruik kan worden gebruikt. Er zijn nog andere illustraties: omvallen van het lachen, een omgevallen boekenkast. Maar nergens iets wat in verband zou staan met een bank, en allicht niet. Een bank is geen karaf.

lees verder

Op de zender E!, waarop meestal programma’s te zien zijn over plastisch chirurgen in Beverly Hills die ofwel vet uit vrouwen zuigen, ofwel siliconen in vrouwen stoppen, zag ik ineens een indringende documentaire over een vraag die mij al tijden bezighoudt: waarom bestaat de Cosby Show niet meer?

De Cosby Show, voor degenen die hem niet kennen, was een sitcom over een perfect Afrikaans-Amerikaans gezin in een bakstenen huis in Brooklyn, met zo’n trapje voor de deur en een kookeiland. Het gezin bestond uit een dominante vader, een nog dominantere moeder, en wat kinderen die erg ad rem waren. Deze mensen heetten Huxtable van hun achternaam en droegen enorme truien. De Cosby Show was jarenlang mijn favoriete programma, en ook, trouwens, het favoriete programma van de hele wereld. En toen hield het op.

lees verder