Archief van berichten uit oktober

Zou ik een Denk Vooruit Basispakket moeten aanschaffen voor het geval we worden getroffen door een ramp?

Volgens een woordvoerder van Binnenlandse Zaken is het me geraden. ‘De nadruk ligt op zelfredzaamheid’, zei hij. ‘Mensen moeten er niet op rekenen dat hulpdiensten binnen een uur klaarstaan.’

Daar was ik al bang voor. Van kinds af aan heb ik geen aanleg gehad voor zelfredding. Ik zou niet eens weten hoe je aan zo’n basispakket moet komen.

Ik klikte de actuele vooruitdenkerssite aan, en las dat je om te beginnen moet zorgen voor een radio-op-batterijen, die is ‘afgestemd op de rampenzender’.

lees verder

Je weet zeker dat de recessie is toegeslagen als er ineens, op prime time, opgewekte Lidl-reclames voorbijkomen.

De Lidl is natuurlijk dolblij dat iedereen nu arm is, of in ieder geval bang om arm te worden. De supermarkt zendt nu regelmatig een spotje uit over schnitzels, kredietcrisis-eten bij uitstek.

Ik verbaas me altijd om de reclame-uitingen van goedkope winkelketens. Behalve de Dirk- en Bas-supermarkten, die van hun eigen goedkoopheid een cultding hebben weten te maken, komen winkels als Zeeman, Bristol, Aldi en nu ook Lidl altijd met zulke wanstaltige advertenties en spotjes dat je denkt: waarom zou je reclames uitzenden als ze zo ingaan tegen alles wat een mens begerig maakt?

lees verder

November 2007 stond voor mij in het teken van het schrijven van de Grote Europese Roman. Ik zou een maand besteden aan het schrijven van 50.000 woorden. Hysterisch? Ja, maar het was Jack Kerouac ook gelukt met On the Road. Dus.

Dat ik aan deze onderneming begon was de schuld van het boek No plot? No problem! A low-stress, high-velocity guide to writing a novel in 30 days. Een aantrekkelijk idee. Als je van boeken houdt, en ook van schrijven, waarom zou je dan niet zelf een keer een boek willen schrijven? Het leek me heerlijk: een keiharde deadline om naartoe te werken. Daarbij: ik geloof niet in wachten op het juiste moment van inspiratie (dit vanwege een zelfhulpboek dat ik ooit kocht, dat Do it now! heette). En alles moest zó verschrikkelijk snel (1.667 woorden per dag) dat er geen tijd voor zelfkritiek zou zijn. Het idee van ‘No plot? No problem!’ is dat je boek niet goed hoeft te zijn, als het maar geschreven wordt. En het verhaal komt vanzelf wel. Kortom: het ideale project voor iedereen die wel eens een bladzijde heeft geschreven en toen dacht: ‘Leuk… maar hier win ik natuurlijk nooit de Nobelprijs mee.’

Maar de belangrijkste reden dat ik door ‘No plot? No problem!’ over de streep getrokken werd was dat het creatieve proces in het boek wordt gebracht als iets leuks, in plaats van als een lijdensweg. De achterflap vat het allemaal samen: ‘Fifty thousand words. Thirty days. An unforgettable ride.’

Dat is de theorie. En dan nu: de harde, harde praktijk. Want het is me niet gelukt. Gestrand in week twee. Waarmee ik niet wil zeggen dat je het niet moet proberen. Doe het, maar maak niet dezelfde fouten als ik.

Fout 1: denken dat het leuk is

Het bleek geen ‘unforgettable ride’. Het was juist een heel erg forgettable ride. Een saaie confrontatie met mezelf. Ik kwam niet in een spontane ‘flow’. Het was een dagelijks hangen en wurgen. De dagen die ik spendeerde aan mijn boek zijn in mijn herinnering samengevloeid tot een grijze brei zonder hoogtepunten.

Fout 2: denken dat een plot écht niet belangrijk is

Ik besloot dat het geen roman hoefde te zijn. Het mocht ook een associatieve verzameling van stukjes zijn. Grote fout. Want hiermee nam ik meteen radicaal afscheid van het principe van ‘No plot? No problem!’. Het boek stelt dat de plot, als je maar door blijft tikken, er vanzelf wel uitkomt. Dat werkt echter alleen als het doel wel is om een verhaal te schrijven. Als het doel ‘kleine associatieve stukjes’ is, dan komt er dus niets uit – ja, eindeloze observaties over insecten die toevallig op de vensterbank zijn neergestreken. Ergo: No plot? Yes problem!

Fout 3: denken dat het aantal woorden er niet toe doet.

Zeg het hardop mee: „50.000 woorden is 50.000 woorden!” Ergens tijdens mijn unforgettable ride dacht ik: „40.000 woorden zou al een heel mooi begin zijn.” Nog later dacht ik: „Of 30.000.” Gevolg: bij 15.000 woorden ben ik gestopt. Dat zou je kunnen ‘labelen’ als gedeeltelijk succes, maar het is natuurlijk falen.

Fout 4: denken dat je iets aan de internetcommunity hebt.

Als je meedoet met NaNoWriMo, kun je clubjes vormen, en van elkaar zien hoeveel woorden je al uitgekotst hebt. Gezonde competitie, vindt NaNoWriMo-goeroe (en schrijver van ‘No plot? No problem!’) Chris Baty. In mijn groepje van vier lag ik de eerste anderhalve week moeiteloos op kop. Daar werd ik lui van. Toen ik al afgehaakt was snelde vriend R.G. te A. me ineens voorbij. Hij heeft het project wel afgemaakt en is echt trots op zichzelf en zit vol nieuwe inzichten over creatieve deurtjes die zijn opengegaan. Ik ben blij voor hem – maar eigenlijk stikjaloers.

Fout 5: denken: ‘Chris WIE?’

Dit is de grootste fout die je kunt maken. Tijdens creatieve droogstand gaan denken: „Wat heeft die hele ‘Chris Baty’ zelf eigenlijk gepresteerd?”

Ik heb uren gespendeerd met het minitieus analyseren van de foto op de achterflap van ‘No plot? No problem!’. Chris Baty zit zo te zien op een asfaltweg in het zonnetje. Duidelijk niet bezig met het schrijven van een bestseller. Hij kijkt ook niet beststellerachtig. Hij kijkt alsof hij maar één boek heeft geschreven, namelijk ‘No plot? No problem?’ En dat is ook zo.

Correctie: hij heeft natuurlijk elk jaar een roman geschreven. Maar die romans waren te slecht om gepubliceerd te worden. Als je ziet hoeveel slechte boeken er uitgebracht worden, moeten de boeken van Chris Baty dus wel héél erg slecht zijn geweest.

En ik zal wel gelijk hebben gehad, maar feit blijft natuurlijk dat ik beter had kunnen schrijven in plaats van de hele tijd aan de al dan niet mislukte carrière van Chris Baty denken.

Conclusie: vecht tegen je eigen geest!

Wat we kunnen leren van mijn ervaringen: wie mee wil doen met Nanowrimo, moet nú besluiten niet meer te luisteren naar de stem van de rede. De eigen geest moet uitgeschakeld worden, Chris Baty is God, en alles mag, zo lang er maar 1667 woorden per dag geschreven worden. Dan schrijf je een slecht boek dat nooit gepubliceerd wordt, maar het is potdomme wel jóúw slechte boek dat nooit gepubliceerd wordt!

Niks kon me tot hardlopen aanzetten; de kleine rode iPod niet, mijn buikje niet, en het abonnement op de sportschool al helemaal niet.

Maar Haruki Murakami wel. Door het lezen van zijn boek What I Talk About When I Talk About Running ben ik weer gaan hardlopen.

Ik was al jaren fan van Haruki, nadat ik een hele zomer had besteed aan zijn boek The Wind-Up Bird Chronicle. In dat boek gaat de hoofdpersoon een paar honderd bladzijden lang in een gat onder de grond zitten.

Je moet als schrijver van heel goeden huize komen als je je lezers dan nog weet te boeien.

lees verder

De actie ‘Nederland Leest’ is begonnen. Die houdt in dat je bij de bibliotheek een gratis boek kunt halen: Twee vrouwen van Harry Mulisch. Naar verluidt is dat een heel spannend boek omdat het vol zit met lesbische seksscènes die je er zelf bij moet verzinnen.

Om deze gratis boeken te slijten (?) zijn er radiospotjes te horen waarin Maartje van Weegen een geheel ingestudeerd interview met Harry Mulisch doet. Dat gaat zo.

Maartje: „Nederland Leest is begonnen. Meneer Mulisch, een miljoen exemplaren van uw roman Twee vrouwen gaan naar leden van de bibliotheek. Drukke dagen?”

Harry: „Nou, gekkenhuis! En in de bibliotheek vooral, daar is het druk. Al die mensen die daar dat boek komen halen.”

Wat een bizarre tekst. Dat komt natuurlijk door het woord ‘gekkenhuis’. ‘Gekkenhuis’ slaat allang niet meer op ‘een drukke plek’ („Tijdens de drie dwaze dagen was het een gekkenhuis”). Het is een veel algemenere uitroep voor jonge mensen die iets hips proberen uit te stralen. Lidwoord weghalen, en ergens achter of voor pleuren. „We wilden gewoon zelf een feest organiseren, waarom niet. Jaaa, gekkenhuis.” Het wordt zelfs alweer geïroniseerd: „Gaan jullie naar Ameland met vakantie? Gekkenhuis.”

Is het de schuld van de stand-up comedians van deze wereld? Er zijn er (en dat zijn niet de besten) die na hun punch line, onder de lach, steevast nog even roepen: ‘Gekkenhuis!’ Ook als de grap zelf in niets met gekte of drukte te maken had.

Het leuke aan Harry Mulisch is dat hij zich geloof ik nergens meer druk om maakt sinds Reve en Hermans dood zijn en hij dus effectief de Grote Een is. Hij vindt het ook prima dat hij een tekst in handen krijgt gedrukt die hij zelf nooit zou uitspreken. En hij is zelfs in staat om dat ‘gekkenhuis’ redelijk geslaagd uit te brengen! Dat kan alleen de Grote Een.

In de Britse stad York bestaat een wet die de inwoners toestaat Schotten te doden, mits dat binnen de oude stadsmuren gebeurt en de Schot met pijl en boog is gewapend. In Italië is het bij wet verboden de verwarming aan te zetten, behalve in de maanden november tot en met maart, mits je in die maanden niet hoger dan 21 graden stookt.

Bizarre regelgeving, maar hier kunnen we er ook wat van. Probeer maar aan een Italiaan of Brit uit te leggen dat je in Nederland geen wiet mag telen, maar wél verhandelen, mits je niet meer dan 500 gram in huis hebt. Het roken van wiet is binnen de coffeeshops alleen toegestaan in pure vorm; wie het met tabak vermengt, dient dit op straat te roken.

Ons wietbeleid is een fonkelend gedrocht dat met plakband aan elkaar zit en alle wetten van de logica tart. Het is een wonder dat het zo lang geduurd heeft voordat lokale bestuurders hun middelvinger ernaar uitstaken en de coffeeshops op eigen houtje dichtsmeten, zoals burgemeesters uit grenssteden nu hebben gedaan.

Justitieminister Hirsch Ballin (CDA) juicht hun handelswijze toe. Begrijpelijk: zijn partij zou het liefst alle duivelse genotsmiddelen uit het blikveld bannen, en als alle burgemeesters straks het voorbeeld volgen van Bergen op Zoom en Roosendaal, lukt hem dat nog ook, zonder strijd te hoeven leveren met pro-blowpartij PvdA.

Toch is zijn publieke steun onverstandig. Niet alleen verliest hij ermee uit het oog dat lokale sluitingen de problemen alleen maar verplaatsen (drugstoeristen gassen even makkelijk door naar Etten-Leur of Rotterdam) en zelfs vergroten (dolblije illegale drugsrunners halen nu recordomzetten binnen), ook getuigt hij hiermee van een weigering om het plakband eindelijk eens te vervangen door solide wetgeving.

Waar macht is, moet macht ook uitgeoefend worden, anders zullen je ondergeschikten over je heen lopen. Dit basisprincipe van Machiavelli lijkt Hirsch Ballin even vergeten te zijn. Dus organiseren lokale burgemeesters nu hun eigen ‘wiettop’.

Wat daar uit komt laat zich raden. Gelegenheidscompromissen tussen tientallen lokale bestuurders. Kortom: nog meer plakband rond ons wietgedrocht.

Christiaan Weijts

Toen hij nog jong was zei Cruijff een keer over de voorzitter van zijn club: ‘Die man heb ik nog nooit op een waarheid kunnen betrappen.’ Daarna zijn alle bestuursleden van alle voetbalverenigingen onder alle omstandigheden blijven liegen alsof het gedrukt stond.

Je ziet het nu weer bij FC Utrecht. Vorige week werden daar plompverloren vier assistent-trainers ontslagen, omdat de ‘chemie binnen de trainersstaf’ zou zijn uitgewerkt. Nooit iets van gemerkt, verzekerden de slachtoffers. ‘Ik heb een half jaar geleden nog een nieuw contract gekregen’, zei één van de vier. Maar de voorzitter verklaarde desgevraagd dat tevoren met iedereen menselijke gesprekken waren gevoerd.

lees verder

Het eerste half uur van Vox Populi, de nieuwe film van Eddy Terstall, was even wennen omdat Hakim er een sprekende rol in heeft. Je weet wel, Hakim, de mimende clown uit Sesamstraat. Wat bovendien bevreemdend was, was dat Hakim een vrouwenversierder speelt. Toch een beetje alsof je Dikkie Dik in een James Bondfilm ziet.

Maar goed, toen ik eenmaal aan de casting gewend was, bleek het leukste deel al voorbij. Eddy Terstall is, weet ik van zijn andere films, goed in het verzinnen van leuke, vlotte, volkse grapjes en het snel op gang brengen van een verhaal. Maar de rest – zeg maar, het midden en het eind van dat verhaal –, daar gebeurt weinig mee.

lees verder

‘En dan schakelen we nu live over naar onze financieel analist Wijnand Middelmaat op de beurs in Amsterdam. Wijnand, hoe is de stemming daar op dit moment?”

„Ja, Herman, de stemming is momenteel zeer uitgelaten, de paniek van de afgelopen dagen is helemaal tot bedaren gebracht. Het is duidelijk dat het financiële reddingsplan van tweehonderd miljard euro het vertrouwen bij beleggers … oh, wacht, nee, de koersen gaan nu toch onderuit, het vertrouwen is even helemaal weg, er lijkt zelfs sprake van paniek.”

lees verder