November 2007 stond voor mij in het teken van het schrijven van de Grote Europese Roman. Ik zou een maand besteden aan het schrijven van 50.000 woorden. Hysterisch? Ja, maar het was Jack Kerouac ook gelukt met On the Road. Dus.
Dat ik aan deze onderneming begon was de schuld van het boek No plot? No problem! A low-stress, high-velocity guide to writing a novel in 30 days. Een aantrekkelijk idee. Als je van boeken houdt, en ook van schrijven, waarom zou je dan niet zelf een keer een boek willen schrijven? Het leek me heerlijk: een keiharde deadline om naartoe te werken. Daarbij: ik geloof niet in wachten op het juiste moment van inspiratie (dit vanwege een zelfhulpboek dat ik ooit kocht, dat Do it now! heette). En alles moest zó verschrikkelijk snel (1.667 woorden per dag) dat er geen tijd voor zelfkritiek zou zijn. Het idee van ‘No plot? No problem!’ is dat je boek niet goed hoeft te zijn, als het maar geschreven wordt. En het verhaal komt vanzelf wel. Kortom: het ideale project voor iedereen die wel eens een bladzijde heeft geschreven en toen dacht: ‘Leuk… maar hier win ik natuurlijk nooit de Nobelprijs mee.’
Maar de belangrijkste reden dat ik door ‘No plot? No problem!’ over de streep getrokken werd was dat het creatieve proces in het boek wordt gebracht als iets leuks, in plaats van als een lijdensweg. De achterflap vat het allemaal samen: ‘Fifty thousand words. Thirty days. An unforgettable ride.’
Dat is de theorie. En dan nu: de harde, harde praktijk. Want het is me niet gelukt. Gestrand in week twee. Waarmee ik niet wil zeggen dat je het niet moet proberen. Doe het, maar maak niet dezelfde fouten als ik.
Fout 1: denken dat het leuk is
Het bleek geen ‘unforgettable ride’. Het was juist een heel erg forgettable ride. Een saaie confrontatie met mezelf. Ik kwam niet in een spontane ‘flow’. Het was een dagelijks hangen en wurgen. De dagen die ik spendeerde aan mijn boek zijn in mijn herinnering samengevloeid tot een grijze brei zonder hoogtepunten.
Fout 2: denken dat een plot écht niet belangrijk is
Ik besloot dat het geen roman hoefde te zijn. Het mocht ook een associatieve verzameling van stukjes zijn. Grote fout. Want hiermee nam ik meteen radicaal afscheid van het principe van ‘No plot? No problem!’. Het boek stelt dat de plot, als je maar door blijft tikken, er vanzelf wel uitkomt. Dat werkt echter alleen als het doel wel is om een verhaal te schrijven. Als het doel ‘kleine associatieve stukjes’ is, dan komt er dus niets uit – ja, eindeloze observaties over insecten die toevallig op de vensterbank zijn neergestreken. Ergo: No plot? Yes problem!
Fout 3: denken dat het aantal woorden er niet toe doet.
Zeg het hardop mee: „50.000 woorden is 50.000 woorden!” Ergens tijdens mijn unforgettable ride dacht ik: „40.000 woorden zou al een heel mooi begin zijn.” Nog later dacht ik: „Of 30.000.” Gevolg: bij 15.000 woorden ben ik gestopt. Dat zou je kunnen ‘labelen’ als gedeeltelijk succes, maar het is natuurlijk falen.
Fout 4: denken dat je iets aan de internetcommunity hebt.
Als je meedoet met NaNoWriMo, kun je clubjes vormen, en van elkaar zien hoeveel woorden je al uitgekotst hebt. Gezonde competitie, vindt NaNoWriMo-goeroe (en schrijver van ‘No plot? No problem!’) Chris Baty. In mijn groepje van vier lag ik de eerste anderhalve week moeiteloos op kop. Daar werd ik lui van. Toen ik al afgehaakt was snelde vriend R.G. te A. me ineens voorbij. Hij heeft het project wel afgemaakt en is echt trots op zichzelf en zit vol nieuwe inzichten over creatieve deurtjes die zijn opengegaan. Ik ben blij voor hem – maar eigenlijk stikjaloers.
Fout 5: denken: ‘Chris WIE?’
Dit is de grootste fout die je kunt maken. Tijdens creatieve droogstand gaan denken: „Wat heeft die hele ‘Chris Baty’ zelf eigenlijk gepresteerd?”
Ik heb uren gespendeerd met het minitieus analyseren van de foto op de achterflap van ‘No plot? No problem!’. Chris Baty zit zo te zien op een asfaltweg in het zonnetje. Duidelijk niet bezig met het schrijven van een bestseller. Hij kijkt ook niet beststellerachtig. Hij kijkt alsof hij maar één boek heeft geschreven, namelijk ‘No plot? No problem?’ En dat is ook zo.
Correctie: hij heeft natuurlijk elk jaar een roman geschreven. Maar die romans waren te slecht om gepubliceerd te worden. Als je ziet hoeveel slechte boeken er uitgebracht worden, moeten de boeken van Chris Baty dus wel héél erg slecht zijn geweest.
En ik zal wel gelijk hebben gehad, maar feit blijft natuurlijk dat ik beter had kunnen schrijven in plaats van de hele tijd aan de al dan niet mislukte carrière van Chris Baty denken.
Conclusie: vecht tegen je eigen geest!
Wat we kunnen leren van mijn ervaringen: wie mee wil doen met Nanowrimo, moet nú besluiten niet meer te luisteren naar de stem van de rede. De eigen geest moet uitgeschakeld worden, Chris Baty is God, en alles mag, zo lang er maar 1667 woorden per dag geschreven worden. Dan schrijf je een slecht boek dat nooit gepubliceerd wordt, maar het is potdomme wel jóúw slechte boek dat nooit gepubliceerd wordt!