jan blokker: Onhebbelijk, platvloers, banaal en de race met Hero Brinkman
Het dagblad Trouw onderzocht hoe Nederlanders op internet het nieuws becommentariëren, en concludeerde dat wij in vergelijking met Belgen, Fransen en Duitsers uitmunten in onhebbelijk, platvloers, banaal en ordinair taalgebruik. Zeg maar zoals het Tweede Kamerlid Hero Brinkman praat.
Hoe zou dat komen?
Dan denk je al gauw aan opvoeding en onderwijs. Aan onderwijs sowieso wanneer je behalve hun fatsoensgehalte ook de schrijfvaardigheid van de sitebezoekers in aanmerking neemt. Ik kijk wel ’s en het is dat je niet met een correctiepotlood op een computerscherm kunt strepen, anders zou het er rood uitzien. Maar bij wie hadden die mensen ook Nederlands moeten leren schrijven? De meesten zijn van na Van Kemenade, dus dan weet je het wel.
Maar als halve analfabeet hoef je toch niet automatisch een onhebbelijk, platvloers, banaal en ordinair karakter te hebben?
Aan televisie heb ik ook wel eens gedacht: of televisie, los van haar debiliserende invloed, niet ook debet kan zijn aan onze ontaarding.
In Frankrijk logeer ik van tijd tot tijd in een huis dat twee of drie schotels op z’n dak heeft, die er voor zorgen dat je meer dan honderd zenders kunt oproepen. Weelde! Als het regent zap ik het hele rijtje wel eens af en koester de illusie dat ik nooit meer de deur uit hoef. Maar afgezien daarvan is het opvallend dat je tussen al die buitenlandse programma’s de Nederlandse er onmiddellijk uit pikt. Niet vanwege de taal, want daar let ik dan even niet op, maar omdat de platvloersheid, de banaliteit, de vulgaire lawaaiigheid en de altijd enigszins verbleekte glamour er van af spatten. De commerciële omroepen zijn vanzelfsprekend kampioen, maar de publieke kunnen er ook mee terecht. Nergens is zo eensgezind afgerekend met de gedachte dat het medium zou moeten verheffen (gisteren Hamlet, vandaag Doornroosje, morgen de Meistersinger; daar moet je trouwens ook niet aan denken) als in Nederland. Daar is het misschien wel even gedroomd, maar binnen de kortste keren waren de omroepvoorzitters klaarwakker.
Allicht zijn er uitzonderingen. Wat mij betreft hoeven het er niet eens zo veel te zijn. Tien procent van de zendtijd? Twintig? Maar dat halen ze op geen stukken na. En volgens mij moet er een regelrecht verband bestaan tussen volwassen mensen die onhebbelijke taal uitslaan op hun website, en een televisieaanbod dat consequent is afgestemd op de doelgroep 8 tot 12.
Kan de politiek er iets aan doen?
Nee, Balkenende natuurlijk niet. Die heeft nu al zes jaar de mond vol gehad van fatsoen dat je zelf zou kunnen doen, en het wildplassen is niet eens afgenomen.
Als ik politiek zeg, denk ik eerder aan Laetitia Griffith, die ik altijd een aardige, nette, hebbelijke mevrouw van de VVD-fractie heb gevonden. Maar wat zien we sinds anderhalf jaar? Opgejaagd door de manier waarop Hero Brinkman spreekt, schichtig geworden omdat ze als woordvoerster justitie graag zou willen zeggen dat er in Nederland veel Marokkaans tuig rondloopt, maar dat kàn ze niet meer, want Brinkman was eerder bij de interruptiemicrofoon – hoe verdrietig.
Toen ze in het hysterische ‘Gouda’-debatje had gezegd dat Nederland in brand stond, vroeg een plaatselijke korpschef beleefd of het ook een toontje lager mocht, en riep zij weer terug dat die vraag haar ‘verbijsterde’ en zat ze tenslotte met een rabiate oogopslag bij Pauw en Witteman – allemaal om Hero Brinkman vóór te blijven. En gisteren stond ze nog één keer in de interruptierij omdat het CDA-Kamerlid Cöruz parmantig had uitgeroepen: ‘Wij gaan over onze toon’.
De Tweede Kamer, terwijl van Reykjavik tot Rome de banken omvallen.
Wat kun je nou verwachten van een volk dat zulke types naar het Binnenhof heeft afgevaardigd?



