Aaf Brandt Corstius: Was ze Zeeuws of zocht ze asiel?
Het was woensdagmiddag, Kinderboekenweek, en door een vreemde samenloop van omstandigheden was ik in de bibliotheek van Middelburg terechtgekomen om kinderen te leren dichten.
Nu weet ik niets van dichten, maar gelukkig was er een kist met allerlei toeters en bellen eraan, die geluiden kon produceren. Op basis van die geluiden moesten de kinderen, onder mijn niet al te bezielende leiding, klankgedichten maken.
Dit leek mij een opdracht waar menig professionele dichter minimaal drie jaar subsidie uit het Fonds voor de Letteren voor nodig zou hebben, maar de kinderen begonnen onmiddellijk te schrijven en produceerden in een uur ongeveer honderd fantastische klankgedichten.
Aangezien ze mij niet nodig hadden, kon ik naar ze kijken. Het was een wonderlijk gezelschap. De ene helft blonde Zeeuwse meisjes en jongetjes, de andere helft kinderen uit het plaatselijke asielzoekerscentrum.
De kinderen uit het asielzoekerscentrum konden niet allemaal Nederlands schrijven, maar dat is het handige van een klankgedicht; met ‘boem’ en ‘piep’ kom je een heel eind. En als dat niet lukte, mochten ze van mij ook een auto tekenen.
Eén meisje, van een jaar of negen, kon ik niet plaatsen – was ze Zeeuws of zocht ze asiel? Ze zag er exotisch uit, want ze was donkerbruin en droeg de Zak van Max-achtige kleding (te klein joggingpak, slippers) waarin de kinderen uit het asielzoekerscentrum ook rondliepen.
Maar ze praatte en schreef zulk perfect Nederlands dat ze me hier geboren en getogen leek. Ze had een gedicht geschreven over een stoel die werd aangeschoven, en die daarbij het geluid ‘wuuf’ maakte. Inderdaad, dacht ik, wuuf. Zo klinkt een stoel die wordt aangeschoven.
Toen ze wegging, vroeg ze mij om mijn naam op te schrijven, want ze wilde een boek van me lezen. Zij wilde ook schrijfster worden, vertelde ze. Ik zei dat dat vast ging lukken, en dacht aan wuuf.
Ze sloot zich aan bij de asielzoekertjes en verliet de bibliotheek. Dus toch een asielzoeker. Eentje die perfect Nederlands sprak en slimme gedichten kon maken en grote, maar realistische ambities had, maar die niet wist of ze hier mocht blijven, of ze over een jaar misschien in een vaag, eng land van herkomst zou zitten, met haar rode joggingpak aan, waar ze niets had aan al dat Nederlands en die gezellige lesjes in de openbare bibliotheek in Middelburg.
Gelukkig wilde ze schrijfster worden. Misschien de beste carrièrekeus, voor iemand met haar leven.



