Twee weken geleden, toen de stemming op Beursplein 5 al aardig was gezakt (en IJsland nog moest komen), hoorde je het naderend onheil steeds vergeleken worden met de krach van 1987.
De krach van wanneer?
Want het zei me niks, 1987.
Nou ben ik amper een maatstaf, want geld is nooit m’n eerste interesse geweest. Maar ik heb wel altijd alle nieuwsberichten gevolgd, van songfestival, roofmoorden, Europa, de eerste verloofde van Willem Alexander – hoe heette die ook weer – tot en met de koersverliezen. Waarom is die Zwarte Maandag van 1987 me dan volstrekt ontschoten? Geen idee. In de weken daarna, toen het verval tot bijna 50 procent schijnt te zijn opgelopen, heb ik er vast en zeker over meegepraat. ‘Ja,’t is me wat’. Dat soort teksten. ‘Het zal je toch maar gebeuren dat je gaat slapen met een paar ton en de volgende ochtend is de helft verdampt!’ Ik ken mezelf. Altijd graag op verjaardagen meegefilosofeerd over de actualiteit.



