jan blokker: L’histoire se repète. Of niet soms?

Twee weken geleden, toen de stemming op Beursplein 5 al aardig was gezakt (en IJsland nog moest komen), hoorde je het naderend onheil steeds vergeleken worden met de krach van 1987.

De krach van wanneer?

Want het zei me niks, 1987.

Nou ben ik amper een maatstaf, want geld is nooit m’n eerste interesse geweest. Maar ik heb wel altijd alle nieuwsberichten gevolgd, van songfestival, roofmoorden, Europa, de eerste verloofde van Willem Alexander – hoe heette die ook weer – tot en met de koersverliezen. Waarom is die Zwarte Maandag van 1987 me dan volstrekt ontschoten? Geen idee. In de weken daarna, toen het verval tot bijna 50 procent schijnt te zijn opgelopen, heb ik er vast en zeker over meegepraat. ‘Ja,’t is me wat’. Dat soort teksten. ‘Het zal je toch maar gebeuren dat je gaat slapen met een paar ton en de volgende ochtend is de helft verdampt!’ Ik ken mezelf. Altijd graag op verjaardagen meegefilosofeerd over de actualiteit.

Maar er is niets van blijven hangen. Alsof m’n geheugen meteen dacht dat het weinig voorstelde, en de hele boel wiste. Maar had ik 1987 niet wel degelijk moeten onthouden als een Signaal?

Toen Bos (PvdA) vorige week eigenaar werd van het beste deel van Fortis, stond Marx onmiddellijk uit zijn graf op. De Republikeinen in Amerika hadden al bijna ingestemd met een reddingsplan waarmee ze al hun ideologische slagpennen wegknipten. De kredietcrisis, zeiden ze, kan alleen nog opgelost worden als de staat alle hypotheken opkoopt en het geld van elke Amerikaan opslaat in de kluizen van een nationale bank. Mocht McCain straks de verkiezingen winnen, dan wordt hij de Nout Wellink van de Verenigde Staten.

Marx is helemaal terug. We kunnen ons dus opmaken voor een enigszins aangepaste herhaling van de discussie die in januari 1990 – anderhalve maand na de val van de Muur – in de Amsterdamse Balie was georganiseerd onder de titel Het Gelijk van Rechts. Dat zal het Gelijk van Links moeten worden – want hebben wij allemaal, Lenin en Paul de Groot natuurlijk uitgezonderd, het Signaal van Marx niet al die jaren schromelijk in de wind geslagen?

Het jaartal 1929 is pas een paar dagen geleden op tafel gekomen, toen het Internationaal Monetair Fonds voorspelde dat we net als in de jaren dertig van de vorige eeuw te maken zouden krijgen met een Grote Depressie. Die zou in Nederland misschien iets minder hard toeslaan dan in de rest van Europa, maar maak je geen illusies: een Grote Depressie die meevalt blijft een Grote Depressie.

Aan de eerste GD bewaar ik, anders dan van 1987, nog scherpe kinderherinneringen. Prinses Juliana bijvoorbeeld die voor het Polygoon Journaal met de collectebus van het Nationaal Crisiscomité rammelde na er eerst zelf een gulden in te hebben gegooid. Dat zie je morgen toch zeker met dezelfde empathie door Máxima gedaan worden, met een euro? Of een straat, volgehangen met borden Te Huur. Precies wat je nu elke avond in televisiereportages uit stadjes in Ohio ziet: mooie camerarijers langs verlaten huizen die For Sale staan. Of de leider van de NSB onder een verkiezingsaffiche waarop Mussert of Moskou is gedrukt. Maar nu dan natuurlijk de fractievoorzitter van de PVV die ….

STOP!

Dat mag je van allerlei verstandige Nederlanders (Paul Cliteur, Jaffe Vink, de gewezen columnist Joshua Livestro, om er een paar te noemen) nou net niét denken. Je kunt alles van nu en toen met elkaar vergelijken, maar als je zegt dat een vervelend soort rechts overal de kop opsteekt, uitgerekend wéér op een moment dat Wall Street crasht, is dat misschien wel waar, maar hadden we niet afgesproken dat de geschiedenis nooit hetzelfde signaal afgeeft?