Archief van berichten op 13 oktober 2008

Mensen die hun spaarsaldo klakkeloos naar een internetadres in IJsland hadden overgeheveld, en die er nu misschien gedeeltelijk naar kunnen fluiten – waarom moesten die eigenlijk geholpen worden?

Het is sneu voor ze, dat geef ik toe. Zelf zou ik in hun plaats ook de aanvechting hebben gehad om alles kort en klein te slaan en iedereen te vervloeken. Te beginnen bij mezelf natuurlijk. Hoe kan ik zo stom zijn geweest om m’n eigen boerenleenbank in de steek te laten, omdat ik slapend rijk hoopte te worden in de Noordelijke IJszee?

lees verder

Ik wil niet meedoen aan het gezeur over al die feestdagen en het ‘doorgeslagen consumentisme’ dat daarmee samenhangt – ik bedoel, een beetje doorgeslagen consumentisme is alleen maar goed voor de economie – maar ik vind dat Sinterklaas wel erg vroeg valt dit jaar.

Er draait nu al een Sinterklaasfilm, de etalage van de feestwinkel bij mij om de hoek is een en al stoomboot en mini-Pietjes, en zaterdag was ik bij het Kinderen voor Kinderen Megaspektakel. Kinderen voor Kinderen, dat vind ik ook Sinterklaas. En het is pas begin oktober.

lees verder

Niets gaat zo gemakkelijk als speculeren over de toekomst van Noord-Korea. Hele generaties koffiedikkijkers hebben een behoorlijke boterham verdiend aan het analyseren van ontoegankelijke naties – de Sovjetunie, Cuba, China: isolationisme is altijd de aanjager voor boude uitspraken en verlokkende grootspraak geweest. Bij iets dat zich zelden laat zien, gaat fantaseren nu eenmaal fijn. Vandaar dat je aan analyses over Noord-Korea niet te veel waarde moet hechten: niemand kan het met zekerheid zeggen.

Dat de Verenigde Staten Noord-Korea van hun terreurlijst hebben geschrapt zegt dan ook weinig over Noord-Korea. Nog nooit hebben de Noord-Koreaanse machthebbers blijk gegeven van respect voor welke internationale afspraak dan ook. De enige constante in de eindeloze reeks onderhandelingen met het ultra-Kimistische regime is het regime zelf.

Het inkorten van het lijstje boosdoeners zegt des te meer over de hopeloze dwalingen van de Amerikaanse buitenlandse politiek, onder leiding van een van de onzichtbaren uit de stal van Bush: Condoleezza Rice. Nee, zegt de minister zelf, we mogen de nieuwste ontwikkelingen binnen het Amerikaanse Noord-Koreabeleid niet afdoen als een goedmakertje na jaren van falen.

Maar hoe zou het anders kunnen worden gezien? Is de Amerikaanse knieval werkelijk een gevolg van goed gedrag en oprechte voornemens? Is de ogenschijnlijke winst werkelijk een verbetering? Of zijn beide landen gewoon weer terug bij de moeizaam behaalde detente uit de Clinton-jaren? Wat is er in al die jaren dan gebeurd?

De nijvere Noord-Koreaspecialisten zouden hun licht er eens over kunnen laten schijnen. De dagen van Kim junior zijn bijna geteld en wellicht is Noord-Korea een betere toekomst beschoren. Of niet? Niet dat de Verenigde Staten erg behulpzaam zijn geweest. Of wel?

Hoe het ook zij, Amerika mag een onduidelijke koers op Noord-Korea varen, de rest van de wereld hééft niet eens een koers. Of dat in het voordeel van Noord-Korea is, is de juiste vraag: met alleen de Verenigde Staten tegenover zich als serieuze onderhandelingspartner heeft Pyongyang het kat-en-muisspel gevaarlijk goed onder de knie gekregen.

Floris-Jan van Luyn