Archief van berichten op 16 oktober 2008

Als je een etentje geeft, zijn er drie basisregels waar je je aan moet houden. 1. Je moet alleen gerechten maken die je al eerder gemaakt hebt. 2. Je moet zorgen dat alles klaar is, of gesneden in keurige bakjes, voordat de gasten komen. 3. Je moet alle kranten en boeken en bonnetjes en kruimels die op de eettafel liggen, onder de bank leggen, waarna je ze vergeet en (misschien) weer terugvindt als je een hele belangrijke belastingaangifte moet doen.

Met deze regels in het hoofd ging ik aan de slag om een etentje voor drie mensen te bereiden. Ik zou ze eerst soep geven, want soep kun je lang van tevoren klaarmaken. Maar tomatensoep en pindasoep – de enige soepen in mijn repertoire – vond ik respectievelijk te gewoon en te loodzwaar. En ach, met soep kun je wel een beetje experimenteren. Dus werd het pompoensoep, omdat ik zin had om zo’n vriendelijke pompoen te kopen die je overal ziet.

lees verder

Het is de week van de geschiedenis, wat in praktijk betekent: de week van de geschiedenisdocumentaire. Op taalkundig gebied een interessant genre. Bij de geschiedenisdocumentaire gelden namelijk nogal strenge taalregels, die als doel hebben dat de kijkertjes meteen weten: Aha, ik ben in een geschiedenisdocumentaire beland!

Regel 1. Stel een retorische vraag. „Kortom, een volk om trots op te zijn. Trots?” Waardoor we al invullen: nou, niet zo heel erg trots. Vermoedelijk is de retorische vraag populair geworden doordat redacteuren van geschiedenisprogramma’s heel veel Asterixen hebben gelezen („Héél Gallië? Nee, één klein dorpje…”)

Regel 2. Gebruik een fragment uit een oude brief. Deze moet worden voorgelezen op uiterst trage, neutrale toon (want vroeger is traag). Begint meestal zo: „Bandoeng. 24 februari. Moeder, dank voor de gestampte muisjes uit Holland.”

Regel 3. Werp het begrip ‘mythe’ op. Het liefst op deze manier: „Feit? Of mythe?” En kijk dan met een opgetrokken wenkbrauw de camera in.

Regel 4: Gebruik zo veel mogelijk de tegenwoordige tijd. Onder de makers van geschiedenisdocumentaires is de verleden tijd absoluut taboe. Want als de geschiedenisdocumentaire iets wil overbrengen, dan is het wel dat de geschiedenis niet de geschiedenis is. Dus niet zeggen: „De Germanen woonden op terpen en wierden”, maar: „De Germanen wonen op terpen en wierden.”

Regel 5: Doe nog gekker en gebruik de toekomende tijd! In de nieuwe serie ‘Verleden van Nederland’, gepresenteerd door een zich door het landschap bewegende Charles Groenhuijsen: ‘De Batavieren zullen gevolgd worden door nieuwe groepen mensen. Dat zijn onze voorouders.’

Regel 6: Gebruik… aan het eind van de documentaire… veel pauzes… midden in de zin. Hierdoor horen de kijkers vanzelf dat het bijna afgelopen is, en krijgen de eindzinnen en passant nog wat pseudo-betekenis mee. Nog een voorbeeld uit ‘Verleden van Nederland’: ‘Totdat er een nieuw tijdperk aanbreekt… met nieuwe verhalen… en nieuwe helden.’ En start de eindtune in.

Wanneer je ’s nachts over de snelweg rijdt, vallen je details op waar je overdag aan voorbijgaat. Bijvoorbeeld dat reclameborden er hooguit drie of vier woorden bevatten. Logisch: iemand die met 120 km/uur langsraast, moet je niet lastigvallen met diepgang.

Dinsdagnacht zat ik in een taxi vanuit het Mediapark in Hilversum, na een interview met Met het Oog op Morgen. Achter de schermen was ik bijgepraat over de perikelen en herprogrammeringen op Radio 1. Zo gaat mijn favoriete programma Šimek ’s Nachts verdwijnen.

In Vrij Nederland zei zendermanager Laurens Borst afgelopen zomer: „We moeten naar de toon van De Wereld Draait Door”. Tja, dat is inderdaad exact het omgekeerde van Martin Šimek. Als hij een interviewkandidaat tegenover zich heeft die 120 woorden per minuut spreekt, verlaagt hij zijn stem en zegt: “Laten wij… het tempo… van dit gesprek… wat vertragen…” Steeds weer een meesterzet: de ander komt daardoor in zijn emotionele modus in plaats van zijn rationele. Ook met andere stijlmiddelen bereikt hij wat op radio en tv aan het uitsterven is: authenticiteit.

Šimek is een van de laatste interviewers uit de eigenzinnige traditie van Ischa Meijer. De moderne interviewer op televisie of radio bedenkt geen enkele vraag zelf, lepelt braaf op wat de redactie opschreef of de regie in het oortje schreeuwt, terwijl in voorgesprekken alle antwoorden al gegeven zijn. Elke spontaniteit is angstvallig uitgebannen, zodat je niet meer naar gesprekken luistert, maar naar toneelstukjes.

De wereld is een snelweg waarop je steeds harder rijdt, en radio en televisie passen zich aan. Om nog opgemerkt te worden, moet het snel, kort, schreeuwerig, tot op de minuut dichtgeregisseerd, demooistetipwordtbeloondmeteenfraaieprijsditisdewerelddraait dóór.

Ook voor de interviewzender Het Gesprek lijkt geen plaats meer te zijn op de 120 woorden per minuut-snelweg. In afwachting van een weldoener die een miljoeneninjectie wil toedienen, zendt Het Gesprek alleen nog herhalingen uit.

Bewoners van een wereld die in de hoogste versnelling doordraait mag je niet lastigvallen met diepgang of authenticiteit. Dus verandert het medialandschap in een treurige optocht van schreeuwende reclameborden.

Christiaan Weijts