Archief van berichten op 23 oktober 2008

Het handige aan logeren in een huis op een berg in Italië, wat ik nu doe, is dat je er instanthuisdieren bij krijgt. Zo is er een poezenduo – een dikke een Hitlersnor en een piepklein cypertje – dat overal opduikt waar wij gaan. In het logeerdorp, maar ook, ineens, in een dorp hier kilometers vandaan, waar zij ons vanonder een auto geringschattend opnemen.

Een gezelliger instanthuisdier is Mazlik, een oude hond uit het dorp die zo’n beetje door iedereen verzorgd wordt en leeft op restjes wijn en tortellini. Hij is een lichtbruine hond met een onduidelijk figuur en een lichtbruin oog. Zijn andere oog is dichtgenaaid, zodat het lijkt alsof hij een aanhoudende knipoog geeft.

lees verder

Een veelgehoorde klacht: alles heet tegenwoordig maar een crisis. We hebben de klimaatcrisis, de kredietcrisis, maar ook een persoonlijk dipje heet meteen een identiteitscrisis, een carrièrecrisis of een relatiecrisis. Het leven is een aaneenschakeling van crises. (Grappig trouwens hoe sommige mensen dit meervoud zo correct mogelijk proberen uit te spreken, ‘criseeees’, opdat ze maar niet ‘crisissen’ hoeven te zeggen.)

Dat alles een crisis genoemd wordt, vinden veel mensen moeilijk en vervelend. Dat leidt tot inflatie van het begrip, en ook al maakt dat objectief (‘in de portemonnee’) niets uit, mensen willen geen inflatie. Emeritus hoogleraar sociologie Anton Zijderveld zei het zo in Intermediair: „Crisis? Het is allemaal zo relatief. De Tweede wereldoorlog, dat was een crisis.”

Een onbedoeld komische zin. De Tweede wereldoorlog een crisis? Véél te zwak uitgedrukt. Blijkbaar is de inflatie van ‘crisis’ al zo ver gevorderd dat het te alledaags is geworden voor echt erge dingen.

En toch. Volgens mij werd ‘crisis’ in de jaren negentig veel meer gebruikt. Maar dan meer zo. Je kwam bijvoorbeeld een jeugdherberg binnen, en daar zag je oude mottige dekentjes op dunne matrasjes, gereformeerde jongeren met gitaren en bruine tegels op de vloer. Dan was het enige juiste wat je kon zeggen: ‘Jezus, wat crisis hier.’ Zonder lidwoord dus.

Overal kon je crisis tegen zeggen. ‘We hebben een proefwerk, crisis.’ ‘Crisis, m’n fiets is gejat.’ Een vies restaurant was een crisistent. Een kampeervakantie op een camping municipal was een crisisvakantie. Ruziënde ouders hadden duidelijk een crisisrelatie.

De regel was eigenlijk heel eenvoudig: als iets kapot, onhygiënisch of algemeen tegenvallend was, was het crisis. Die betekenis van ‘crisis’ is nu nagenoeg verdwenen – we gebruiken het woord nu toch voor belangrijker dingen.

Waarmee bewezen is dat inflatie en deflatie in de taal best naast elkaar kunnen bestaan.

In tijden van crisis stelden de Romeinen een dictator aan, die voor een beperkte periode volledig carte blanche kreeg. Vaak waren ze populair en succesvol. Crisis maakt dat ook kiezers andere maatstaven hanteren. Ineens is een sterke leider belangrijk, en dat hij het niet zo nauw neemt met democratische principes, nemen we op de koop toe.

Zo moet ook de plotselinge populariteit van Wouter Bos verklaard worden. Volgens een onderzoek zien veel Nederlanders liever hem dan Balkenende als premier.

Merkwaardig, want wat doet Bos? Precies hetzelfde als de hele wereld: miljarden in ‘het systeem’ pompen en bedreigde banken opkopen.

De populariteit is als de dankbaarheid van de huisvrouw voor haar buurman die een verstopte wc met een plopper weer plas- en poepklaar heeft gemaakt. Met dit verschil dat we in de credit crunch dit laatste nog maar moeten afwachten. We staan al rond de pot te juichen terwijl Bos nog met plopper en trekveer in de weer is.

Hij heeft een stilzwijgend carte blanche. Dat hij de gebruiken die buiten crisistijd heilig zijn bruskeert (een bank kopen in de diepste achterkamertjes, zonder daar vooraf toestemming van de Kamer voor te vragen), is ineens niet meer van belang. Veranderlijker en wisselvallig is de vox populi. Het achterkamertje, waar Pimmetje nog zo tegen tekeer ging, is blijkbaar geen probleem in crisistijd.

Het gaat vooral om de houding en het gezicht dat hij erbij trekt, de uitstraling van een leider. Sinds de crisis staat zijn hoofd permanent net tien graden meer omhoog, hebben zijn ogen die Elco Brinkmanachtige gefixeerdheid, met goedgetimede kraaienpootjes rond de ogen, om deze een suggestie van een geruststellende lach mee te geven.

Vooralsnog lijken al die miljarden die Bos en zijn Europese collega’s het ‘systeem’ in pompen nog geen mirakels teweeg te brengen. Gisteren zakte de euro weer eens in een diepteval. Straks zal de rente verlaagd worden, en verschijnt Bos aan het volk om te vertellen hoeveel miljard hij nu weer gaat lenen. En wij maar applaudisseren, want het gezicht waarmee hij het doet, straalt zoveel leiderschap uit.

Christiaan Weijts