Archief van berichten op 27 oktober 2008

Op weg van Den Haag naar huis nam ik de afslag langs het ING-gebouw – het plechtig aan de snelweg gelegen memento mori van de financiële wereld. Ofschoon het al aardig avond begon te worden, zag ik nergens achter de honderden vensters een tl-buis, of zelfs maar een schemerlampje branden. Het was weliswaar zondag, maar hoeveel weekeinden zijn me de afgelopen paar maanden al niet op alle etages aan het Amsterdamse Frederiksplein de verlichte ramen opgevallen, waarachter Wouter en Nout met hun voltallige staf de hele late middag en de hele nacht van de sabbat bleven doorvergaderen om het land er weer bovenop te cijferen?

lees verder

De mensen bij wie wij in Italië logeerden, kende ik niet goed. Het waren vrienden van mijn vriend. Maar al gauw kwam ik erachter dat zij uit de prehistorie kwamen. Dat bedoel ik op een positieve manier.

Deze mensen hadden niets met moderne uitvindingen zoals internet, Senseo’s en sprookjeszegels. Water werd uit de beek gehaald. De groenten van hun landje. Als sieraad droegen zij een lederen veter om hun nek met hun huissleutel eraan. En in ons logeerhuis hingen twee bouwlampen. Het oertijdequivalent van gewone verlichting.

lees verder

Sommige mensen hebben er de financiële crisis voor nodig gehad om te leren dat wanneer het niet van henzelf is, ze er van af moeten blijven. Of het nu geldt voor de roekeloze dwalingen van het grootkapitaal of de hersenloze afwegingen van de argeloze ambtenaar, het blijft rommelen met het tegoed van een ander en dat doe je niet.

Het is daarom geen toeval dat het kabinet nu met plannen komt voor de verlaging van successierechten – de doodbelasting of lijktax in de volksmond. Wat wel een toeval is, is dat ik afgelopen week bij de notaris zat om over die successierechten te praten. Ik ben dus een ervaringsdeskundige ten tijde van crisis. En nee, ik verkeer in goede gezondheid.

In de wereld van het op hol geslagen cowboykapitalisme is doodbelasting één van die wrange bijwerkingen die in het licht van de ontmaskering van de meer-is-betercultuur bijzonder lelijke vormen heeft aangenomen. Wat een sociaal-democratisch principe heet te zijn – de ontvanger van een erfenis vergroot zijn draagkracht en mag derhalve zwaarder worden belast – gaat tegen ieder gevoel van billijkheid in. Mensen die hun leven lang voor hun bezit zijn belast, worden postuum opnieuw belast wanneer hun bezit overgaat in handen van hun nabestaanden.

Het principe van de overheid luidt hier: grijp de belastingplichtige wanneer hij kwetsbaar is: op momenten van verdriet.

Mooi niet dus: steeds meer mensen regelen hun erfenis bij leven, en wel op zo’n manier dat de overheid er niet bij kan. Het verschil dat de dood maakt, wensen zij nog voor het einde der dagen uit de weg te gaan: zij schenken bij leven.

Toch is de verlaging van de successierechten geen goed nieuws. Het is bedoeld om „constructies aan te pakken waarmee geld wordt weggesluisd.” Maar er wordt niet gesluisd. Het komt gewoon daar terecht waar mensen die er bij leven al voor zijn belast, het het liefst zien besteed. Daarom is volledige afschaffing van successierechten de enige optie – omdat het al van een ander is.

Floris-Jan van Luyn