jan blokker: Helpt een Denk-Vooruit-Basispakket tegen de recessie?

Zou ik een Denk Vooruit Basispakket moeten aanschaffen voor het geval we worden getroffen door een ramp?

Volgens een woordvoerder van Binnenlandse Zaken is het me geraden. ‘De nadruk ligt op zelfredzaamheid’, zei hij. ‘Mensen moeten er niet op rekenen dat hulpdiensten binnen een uur klaarstaan.’

Daar was ik al bang voor. Van kinds af aan heb ik geen aanleg gehad voor zelfredding. Ik zou niet eens weten hoe je aan zo’n basispakket moet komen.

Ik klikte de actuele vooruitdenkerssite aan, en las dat je om te beginnen moet zorgen voor een radio-op-batterijen, die is ‘afgestemd op de rampenzender’.

De rampenzender? Bestaat die? Treedt hij pas in werking als Petten en Borssele tegelijk exploderen? Maar waar moet iemand die Radio 2 al nooit heeft kunnen vinden, ’m dan in godsnaam zoeken?

Verder zit in het basispakket een zaklamp, een eerstehulpdoos (met eerstehulphandboekje) en ‘lucifers in waterdichte verpakking’. Aan alles hebben ze gedacht. Maar overleef je het als je dat allemaal in huis hebt? Niet gegarandeerd. De nooddoos moet nog worden aangevuld met allerlei additionele artikelen.

‘Drie liter water per dag per persoon, voor minstens drie dagen’ bijvoorbeeld. Of: ‘De medicijnen op doktersvoorschrift.’ En: ‘Voorraad houdbaar eten voor minstens drie dagen (plus blikopener als het eten in blik zit).’

Zevenenveertig jaar geleden zijn vanwege de dienst Bescherming Bevolking (BB) al eens Wenken voor de bescherming van uw gezin en uzelf verspreid: wat je allemaal moest doen als de atoombom was gevallen. Vergeleken met de tientallen geboden uit het evangelie van www.denkvooruit.nl behelsde de wenken van 1961 overigens maar één simpel advies: kruip met een zak pinda’s onder de keldertrap, en wacht tot de radioactieve neerslag voorbij is. Ook toen al gingen de instanties er vanuit dat Nederland wordt bevolkt door twaalf of veertien of zestien miljoen mensen met een IQ dat onder de tachtig ligt: altijd gehoorzaam met blikjes worst naar de wijkplaats, en altijd te laat merken dat ze de opener hebben vergeten.

Harry Mulisch heeft de wenken van toen nog eens verheven tot Wenken voor de jongste dag, zodat er bij alle treurige truttigheid uit de dagen van het kabinet-De Quay (als oudere mensen dáár aan terug denken, krijgen ze bijna vrede met Balkenende IV), tenminste nog even iets viel te lachen.

Daar is nu geen beginnen aan. In 1961 ging het om de bescherming tegen één projectiel: good old A-bomb! Nu waarschuwt Guusje ter Horst voor de zekerheid voor alle calamiteiten die ze zo gauw kon verzinnen: grote brand, terroristische aanslag, verkeersramp, ziektegolf, instortingsgevaar, ordeverstoring, extreem weer, uitval stroom, gas, water of telefoon, overstroming, kernongeval, gevaarlijke stoffen. Rustgevend, dat ze (na raadpleging van Van Middelkoop, neem ik aan) voorlopig geen Derde Wereldoorlog ziet aankomen.

Maar voor elk onheil moet ik weer drie of vier aanwijzingen onthouden. Kan ik in het brandende pand niet door de rook heen kijken? ‘Blijf laag bij de grond.’ Is iedereen ziek? ‘Gebruik altijd papieren zakdoekjes die u na gebruik meteen weggooit.’ Iets ingestort en ik lig onder het puin? ‘Maak zo mogelijk geluiden op pijpen of buizen.’ Hittegolf? ‘Blijf binnen tussen 12.00 en 16.00 uur.’ Relletjes? ‘Ga niet naar de plek van de ordeverstoring toe.’ Watersnood? ‘Neem touw mee en een plastic bouwzeil om een schuilplaats van te maken.’

Waar haal ik verdomme zo gauw een plastic bouwzeil vandaan?

Ik miste trouwens de kredietcrisis. Misschien had Guusje alle oude rampen net klaar toen de nieuwe begon. Of misschien zou ze recessies geen catastrofe willen noemen, wat ik zou kunnen billijken. Het heeft ten slotte ook betrekkelijk weinig zin om met een blikopener onder een plastic bouwzeil het herstel van de koersen af te wachten.