Archief van berichten uit oktober

Ze draagt gilets gemaakt van veren, vleermuisdingen met pailletten, hotpants waar haar kont onderuit komt, ze heeft vogeltatoeages op haar rug én ze is verantwoordelijk voor de gruwelijke mocassinmode van deze herfst.

En toch is topmodel Kate Moss een stijlicoon, ook voor mij. Toen ik las dat er een educatief boek uit was over haar stijl (Kate Moss Style), rende ik naar de winkel.

Dat had ik natuurlijk niet moeten doen, want het feit dat bepaalde kledingstukken bij Kate Moss staan, betekent niet dat ze mij staan. Zo trof ik, wannabe-icoon, op pagina 197 van dit standaardwerk een foto van Kate op het strand, in de volgende look: een groot wit T-shirt, een kort spijkerbroekje, een blauwe plek op haar dij en een uitgegroeide peper-en-zoutpony. In haar handen heeft ze een zanderige karaf sangria, een pakje Marlboro Lights (Kate’s standaardaccessoire) en de vieze slippertjes van haar kind. Aan haar schouder hangt een lelijke zwarte tas.

lees verder

Op weg van Den Haag naar huis nam ik de afslag langs het ING-gebouw – het plechtig aan de snelweg gelegen memento mori van de financiële wereld. Ofschoon het al aardig avond begon te worden, zag ik nergens achter de honderden vensters een tl-buis, of zelfs maar een schemerlampje branden. Het was weliswaar zondag, maar hoeveel weekeinden zijn me de afgelopen paar maanden al niet op alle etages aan het Amsterdamse Frederiksplein de verlichte ramen opgevallen, waarachter Wouter en Nout met hun voltallige staf de hele late middag en de hele nacht van de sabbat bleven doorvergaderen om het land er weer bovenop te cijferen?

lees verder

De mensen bij wie wij in Italië logeerden, kende ik niet goed. Het waren vrienden van mijn vriend. Maar al gauw kwam ik erachter dat zij uit de prehistorie kwamen. Dat bedoel ik op een positieve manier.

Deze mensen hadden niets met moderne uitvindingen zoals internet, Senseo’s en sprookjeszegels. Water werd uit de beek gehaald. De groenten van hun landje. Als sieraad droegen zij een lederen veter om hun nek met hun huissleutel eraan. En in ons logeerhuis hingen twee bouwlampen. Het oertijdequivalent van gewone verlichting.

lees verder

Sommige mensen hebben er de financiële crisis voor nodig gehad om te leren dat wanneer het niet van henzelf is, ze er van af moeten blijven. Of het nu geldt voor de roekeloze dwalingen van het grootkapitaal of de hersenloze afwegingen van de argeloze ambtenaar, het blijft rommelen met het tegoed van een ander en dat doe je niet.

Het is daarom geen toeval dat het kabinet nu met plannen komt voor de verlaging van successierechten – de doodbelasting of lijktax in de volksmond. Wat wel een toeval is, is dat ik afgelopen week bij de notaris zat om over die successierechten te praten. Ik ben dus een ervaringsdeskundige ten tijde van crisis. En nee, ik verkeer in goede gezondheid.

In de wereld van het op hol geslagen cowboykapitalisme is doodbelasting één van die wrange bijwerkingen die in het licht van de ontmaskering van de meer-is-betercultuur bijzonder lelijke vormen heeft aangenomen. Wat een sociaal-democratisch principe heet te zijn – de ontvanger van een erfenis vergroot zijn draagkracht en mag derhalve zwaarder worden belast – gaat tegen ieder gevoel van billijkheid in. Mensen die hun leven lang voor hun bezit zijn belast, worden postuum opnieuw belast wanneer hun bezit overgaat in handen van hun nabestaanden.

Het principe van de overheid luidt hier: grijp de belastingplichtige wanneer hij kwetsbaar is: op momenten van verdriet.

Mooi niet dus: steeds meer mensen regelen hun erfenis bij leven, en wel op zo’n manier dat de overheid er niet bij kan. Het verschil dat de dood maakt, wensen zij nog voor het einde der dagen uit de weg te gaan: zij schenken bij leven.

Toch is de verlaging van de successierechten geen goed nieuws. Het is bedoeld om „constructies aan te pakken waarmee geld wordt weggesluisd.” Maar er wordt niet gesluisd. Het komt gewoon daar terecht waar mensen die er bij leven al voor zijn belast, het het liefst zien besteed. Daarom is volledige afschaffing van successierechten de enige optie – omdat het al van een ander is.

Floris-Jan van Luyn

Afgelopen woensdag had ik wat ik wel vaker heb: zes uur op, in ’t donker naar de badkamer stommelen, lange douche, schone kleren, en drie kwartier later klaarwakker en in hoogst gesoigneerde staat achter de werktafel. Als iemand die er zin in heeft.

Het allochtone meisje dat sinds kort het vroegste ochtendjournaal mag doen, leek me een stuk minder uitgeslapen dan ik me voelde. Maar ze opende de voorlezing met een sterk staaltje van eigen nieuwsgaring. De NOS had aan 23 Nederlandse gemeentes gevraagd hoe ze hun overlastproblemen inschatten, en waarachtig: bijna overal dacht men dat ze ‘harder’ werden, vrijwel overal moest het aan Marokkaanse snotneuzen liggen, en overal wilde de burgemeester meer bevoegdheden.

lees verder

In Calabrië, in Italië, waar ik nu logeer, is het uitgestorven. Met 25 graden vinden de bewoners het te koud om naar buiten te gaan, en toeristen zijn er niet. In elk restaurant en café dat we bezoeken, ligt één ober in een halve winterslaap naar de tv te kijken met de lichten uit. Als we binnenkomen, springt zo’n ober snel op, doet allerlei felle tl-buizen aan, zet de tv voor ons nog wat harder en vraagt wat we willen drinken. Nee, de koffie en de thee zijn op.

Op een avond belanden we in een restaurant aan het strand, waar het in de zomer vast een lustoord is, maar waar nu de inmiddels bekende verduisterde toestand heerst. Nadat de ober zoveel mogelijk lampen heeft aangeknipt – bij de helle verlichting in de meeste Italiaanse restaurants zou je gemakkelijk een openhartoperatie kunnen uitvoeren – en het volume van een spannende voetbalwedstrijd wat hoger heeft gezet, gaat hij in de keuken de pizzaoven oppoken.

lees verder

Het handige aan logeren in een huis op een berg in Italië, wat ik nu doe, is dat je er instanthuisdieren bij krijgt. Zo is er een poezenduo – een dikke een Hitlersnor en een piepklein cypertje – dat overal opduikt waar wij gaan. In het logeerdorp, maar ook, ineens, in een dorp hier kilometers vandaan, waar zij ons vanonder een auto geringschattend opnemen.

Een gezelliger instanthuisdier is Mazlik, een oude hond uit het dorp die zo’n beetje door iedereen verzorgd wordt en leeft op restjes wijn en tortellini. Hij is een lichtbruine hond met een onduidelijk figuur en een lichtbruin oog. Zijn andere oog is dichtgenaaid, zodat het lijkt alsof hij een aanhoudende knipoog geeft.

lees verder

Een veelgehoorde klacht: alles heet tegenwoordig maar een crisis. We hebben de klimaatcrisis, de kredietcrisis, maar ook een persoonlijk dipje heet meteen een identiteitscrisis, een carrièrecrisis of een relatiecrisis. Het leven is een aaneenschakeling van crises. (Grappig trouwens hoe sommige mensen dit meervoud zo correct mogelijk proberen uit te spreken, ‘criseeees’, opdat ze maar niet ‘crisissen’ hoeven te zeggen.)

Dat alles een crisis genoemd wordt, vinden veel mensen moeilijk en vervelend. Dat leidt tot inflatie van het begrip, en ook al maakt dat objectief (‘in de portemonnee’) niets uit, mensen willen geen inflatie. Emeritus hoogleraar sociologie Anton Zijderveld zei het zo in Intermediair: „Crisis? Het is allemaal zo relatief. De Tweede wereldoorlog, dat was een crisis.”

Een onbedoeld komische zin. De Tweede wereldoorlog een crisis? Véél te zwak uitgedrukt. Blijkbaar is de inflatie van ‘crisis’ al zo ver gevorderd dat het te alledaags is geworden voor echt erge dingen.

En toch. Volgens mij werd ‘crisis’ in de jaren negentig veel meer gebruikt. Maar dan meer zo. Je kwam bijvoorbeeld een jeugdherberg binnen, en daar zag je oude mottige dekentjes op dunne matrasjes, gereformeerde jongeren met gitaren en bruine tegels op de vloer. Dan was het enige juiste wat je kon zeggen: ‘Jezus, wat crisis hier.’ Zonder lidwoord dus.

Overal kon je crisis tegen zeggen. ‘We hebben een proefwerk, crisis.’ ‘Crisis, m’n fiets is gejat.’ Een vies restaurant was een crisistent. Een kampeervakantie op een camping municipal was een crisisvakantie. Ruziënde ouders hadden duidelijk een crisisrelatie.

De regel was eigenlijk heel eenvoudig: als iets kapot, onhygiënisch of algemeen tegenvallend was, was het crisis. Die betekenis van ‘crisis’ is nu nagenoeg verdwenen – we gebruiken het woord nu toch voor belangrijker dingen.

Waarmee bewezen is dat inflatie en deflatie in de taal best naast elkaar kunnen bestaan.

In tijden van crisis stelden de Romeinen een dictator aan, die voor een beperkte periode volledig carte blanche kreeg. Vaak waren ze populair en succesvol. Crisis maakt dat ook kiezers andere maatstaven hanteren. Ineens is een sterke leider belangrijk, en dat hij het niet zo nauw neemt met democratische principes, nemen we op de koop toe.

Zo moet ook de plotselinge populariteit van Wouter Bos verklaard worden. Volgens een onderzoek zien veel Nederlanders liever hem dan Balkenende als premier.

Merkwaardig, want wat doet Bos? Precies hetzelfde als de hele wereld: miljarden in ‘het systeem’ pompen en bedreigde banken opkopen.

De populariteit is als de dankbaarheid van de huisvrouw voor haar buurman die een verstopte wc met een plopper weer plas- en poepklaar heeft gemaakt. Met dit verschil dat we in de credit crunch dit laatste nog maar moeten afwachten. We staan al rond de pot te juichen terwijl Bos nog met plopper en trekveer in de weer is.

Hij heeft een stilzwijgend carte blanche. Dat hij de gebruiken die buiten crisistijd heilig zijn bruskeert (een bank kopen in de diepste achterkamertjes, zonder daar vooraf toestemming van de Kamer voor te vragen), is ineens niet meer van belang. Veranderlijker en wisselvallig is de vox populi. Het achterkamertje, waar Pimmetje nog zo tegen tekeer ging, is blijkbaar geen probleem in crisistijd.

Het gaat vooral om de houding en het gezicht dat hij erbij trekt, de uitstraling van een leider. Sinds de crisis staat zijn hoofd permanent net tien graden meer omhoog, hebben zijn ogen die Elco Brinkmanachtige gefixeerdheid, met goedgetimede kraaienpootjes rond de ogen, om deze een suggestie van een geruststellende lach mee te geven.

Vooralsnog lijken al die miljarden die Bos en zijn Europese collega’s het ‘systeem’ in pompen nog geen mirakels teweeg te brengen. Gisteren zakte de euro weer eens in een diepteval. Straks zal de rente verlaagd worden, en verschijnt Bos aan het volk om te vertellen hoeveel miljard hij nu weer gaat lenen. En wij maar applaudisseren, want het gezicht waarmee hij het doet, straalt zoveel leiderschap uit.

Christiaan Weijts