Archief van berichten uit november

Niet zo gauw was het gerucht verspreid dat Joran van der Sloot Fox News had verteld hoe hij Natalee Holloway had verkocht – of mijn gehoor werd aangerand door de stem van Peter R. de Vries, die bij RTL Boulevard was aangeschoven om zijn beste vrienden (op Jeroen Pauw en Paul Witteman na) te informeren, en er een analyse aan te verbinden.

Waarom denk ik als de beroemde crime fighter op zijn Moby Dick jaagt, nooit aan een walvis, maar altijd aan Tom en Jerry?

Misschien is de vergelijking ongepast, omdat die Joran een geraffineerde misdadiger kan zijn – maar we hebben tenslotte nog steeds geen spoor van bewijs. Tom holt als een gek achter zijn prooi aan, probeert over 12 blokken New York heen te springen, denkt dat hij door een veel te dunne regenpijp naar beneden kan glijden, kijkt niet uit en wordt overreden door een wals, waarna hij met een breekijzer de muur probeert te forceren die het muizenholletje herbergt.

lees verder

Een film bezoeken op het IDFA, het uitzinnig populaire documentairefestival dat in Amsterdam gaande is, is een vernederende bezigheid. Eerst moet je voor een loket gaan liggen om kaartjes te bemachtigen voor een documentaire over, ik noem maar wat, een blinde Tibetaan die op een pakezel een barre tocht naar Afghanistan maakt.

Meestal sta je voor niets in de rij (dit overkwam mij vorige week woensdag), want bij het IDFA zijn documentaires over blinde Tibetanen op pakezels altijd binnen vijf minuten uitverkocht. Ook als ze om half tien ’s ochtends geprogrammeerd staan.

lees verder

Gisteren stond Patrick ‘De Nier’ Lodiers met zijn Emmy op de voorpagina van Het Parool. Fijn natuurlijk, dat de Donorshow een Emmy had gewonnen, maar al die vreugde werd ernstig verstoord door een opvallend detail onderin de foto: de grote, witte, puntige slangenleren laarzen van Patrick.

Wat is het toch met bekende Nederlandse mannen en hun voorliefde voor slangenleren laarzen? Het is een langlopend modeprobleem – niet iets tijdelijks zoals, ik noem maar wat, het mannendecolleté, de mannensjaal met franjes en de mannendiadeem.

lees verder

Iets bestellen in een horecagelegenheid, dat komt vaak neer op psychologische oorlogsvoering. Zowel ober/oberes als klant proberen meteen te laten weten wie hier de baas is. De klant kan bijvoorbeeld heel brutaal zijn en al tijdens het wenken roepen: „Twee koffie, graag,” terwijl de ober misschien nog helemaal niet toe was aan het bestelling opnemen. Het enige antwoord waarmee de ober de klant kan terugpakken, is een glimlachend: „Mijn collega komt zo bij u.”

De ober kan ook zelf de eerste slag toebrengen, door de klant te benaderen met een afwerend: „Wat had u gehad willen hebben?” In gedachten zegt hij erachter aan: „…als ik bereid zou zijn geweest mijn medewerking te verlenen, tenminste.”

Hij kan trouwens veel sturender te werk gaan, door te zeggen: „Wat kan ik voor u inschenken?” of „Alvast iets te drinken doen?” De klant krijgt duidelijk de boodschap dat het niet de bedoeling is om óók al iets te eten te bestellen. Beter eerst dat drankje, en dan pas later iets te eten met (tsj-tsjing, kassa!) nog iets te drinken erbij.

Bij het ‘inschenkcommando’ komt het dus aan op de tegenaanval van de klant. „Een cola en ik weet ook al wat ik wil eten namelijk de kroketten. Op wit brood.” Ober (met ingehouden zucht): „O, dan moet ik even naar een ander schermpje. De kroketten? Op wit of op bruin brood?” Ja, natuurlijk, als mijn inschenkcommando zo overduidelijk genegeerd zou worden, zou ik ook verder niets meer willen onthouden.

De sfeer is nu neergezet, en alleen mensen die totale schijt hebben aan intersociale spanningsvelden, durven nu de waterdiscussie nog aan te gaan: „En een glas water erbij, graag.” „Spa Blauw?” „Mag gewoon kraanwater zijn hoor.” „We hebben alleen Spa Blauw.” „Het zal wel. Doe dan maar Spa Blauw.”

Geen wonder dus dat het tegenwoordig gebruikelijk is dat de ober aan het eind van de bestelling opgelucht uitroept: „Dat was ’m?”

Stel: je geeft een feestje. Je huurt een zaaltje, een cateraar, versiering en een bandje. Dan slaat het noodlot toe: er komt niemand opdagen. Alleen het personeel schuifelt wat van de dansvloer naar het raam, waar het mistroostig doorheen tuurt. „Nou ja, het is ook nog niet helemáál acht uur…”

Dit is ongeveer de situatie rond de inburgeringcursussen. Minister Eberhard van der Laan (PvdA, Integratie) die net Ella Vogelaar, voorzitter van de feestcommissie, afloste, schrok zich een hoedje toen hij de zaal betrad.

Inmiddels is daar een oud-Hollands gezelschapsspel begonnen: zwartepieten. Met de gebruikelijke inzet: wie gaat dit allemaal betalen? „De minister!” roepen de cateraars en bandleden. „Die heeft het feest georganiseerd.”

Maar bij de inburgeringcursussen ligt het zo simpel niet. De gemeentes hadden er toch zélf voor moeten zorgen dat er voldoende allochtonen op cursus kwamen? Laat ze dan ook die vergeefs aangestelde taaldocenten uit eigen zak betalen.

Vogelaar kwam met een compromis: het rijk, de gemeente en de taalinstituten betalen elk een derde. Ook Van der Laan houdt hieraan vast. Bizar genoeg. Dat overheid en gemeenten gefaald hebben in het ronselen van feestgangers is evident, maar waarom zouden de ingehuurde bandleden en cateraars daarvoor moeten boeten? Er schijnen al commerciële taalinstituten failliet te gaan.

Intussen leidt het zwartepieten af van de vraag hoe we de onwillige allochtoon in het taalleslokaal krijgen. Vogelaar heeft gemeenten de mogelijkheid gegeven de cursus verplicht te stellen. Jawel: ze mógen het verplichten. Een mooi oxymoron, maar oxymorons vullen geen zalen. Stel het verplicht, en sanctioneer het dan ook (‘Niet op taalcursus? Prima, dan staat daar uw stoomboot klaar. Enkele reis.’) óf houd het vrijblijvend en accepteer de gevolgen (lege feestzalen, mislukte integratie).

Wil Van der Laan slagen, dan zal hij voor het eerste moeten kiezen, gecombineerd met een campagne die uitlegt dat Nederlands spreken essentieel is om te overleven, en bovenal: enthousiast maakt voor dat feest. En pas cateraars en bandjes inhuren als de inschrijvingen binnen zijn.

Christiaan Weijts

Iedere keer als ik de ANWB aan het werk zie, of de hoofddirecteur van de organisatie direct of indirect (via een van zijn minderen) een boodschap hoor verkondigen, voel ik me een beetje angstig.

Misschien omdat ze me langzamerhand te groot zijn geworden.

Het begon ooit, in de 19de eeuw, heel rustig, met een enigszins boven het gewone volk verheven groepje velocipedisten dat op zondagmiddag met elkaar de ongerepte Veluwe affietste, en na een poosje paddestoelvormige wegwijzers liet aanleggen om elk verdwalingsgevaar tussen Stroe en Garderen uit te sluiten. Later speelden ze de baas over bondsrijwielherstellers die dag en nacht konden worden opgeroepen om hun band te plakken, of die minstens geacht werden om tegen een hongerloon langs elke route voldoende bondspompen in gereedheid te houden. Stap voor stap zag je hun invloed zich uitbreiden van twee- tot vierwielers, en hun bemoeizucht groeien tot wat ten slotte ernstig op Macht ging lijken.

lees verder

Ik vond ze verdacht, de radioreclamespotjes voor de 35-delige reeks Het alledaagse leven, over ‘tradities en trends in Nederland’. En toen ik de reeks ontwaarde bij de boekhandel, kreeg ik nog meer bedenkingen. ‘Lees alles over de gewoonten en gebruiken van de Nederlanders’ stond erop, en, licht-dwingend: ‘Zó doen wij dat…’

Dat ‘Zó doen wij dat…’ klonk me nogal Rita Verdonkish in de oren. Was dit een Secret Rita Project, waarin stond dat je, als je in Nederland wenste te wonen, altijd een bosje bloemen mee moest nemen als je bij iemand ging eten, tussen de middag twee verlepte boterhammen met kaas uit een plastic zakje diende te eten, en het gehele repertoire van Jan Smit uit je hoofd moest kennen (én waarderen)?

lees verder

Mark Rutte is zélf misschien wel de hardstwerkende Nederlander van ons allemaal. Schreef in de zomervakantie even een gloednieuwe beginselverklaring voor zijn partij, loodste nog voor de Kerst de conceptversie door het partijcongres en warempel: het volgende visioen is alweer een feit. Pamflet van een optimist heet de nieuwste pennenvrucht, en hoe terecht: in krap zes pagina’s helpt Rutte niet alleen onze economie er weer bovenop, maar verlost ons en passant ook nog van de energiecrisis en de geopolitieke spanningen in de wereld. Ondertitel: ‘Naar een moderne economie: een GroenRechtse toepassing op energie.’ Geruchten gaan dat de VVD-leider ondertussen is begonnen aan wat in Haagse kringen al een politiek standaardwerk wordt genoemd: het twaalf pagina’s tellende schotschrift Hoezo geen ideeën? – Brieven aan Arend Jan Boekestijn.

lees verder

Ik stelde me Loesje altijd voor als een vrouw met zwarte randjes onder haar nagels, dun blond haar en een mouwloze jurk aan, en daaronder zichtbaar okselhaar. Loesje was volgens mij vaak te vinden bij etnisch getinte zomerfestivals met veel djembégetrommel, waar zij halfdronken, maar immer geëngageerd altijd weer met een andere sliertige bleke activist in de bosjes eindigde.

Eigenlijk best een levendig beeld voor iemand die niet echt bestaat. Want ik bedoel dus Loesje, de beweging, die overal affiches op plakt met uitspraken als: ‘Terrorisme. Ik word nog bang van mijn eigen rugzak.’

lees verder